<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2021:3258</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-11-02T11:50:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-10-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-10-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.294.042_01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2021:3258">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2021:3258</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-11-02T11:49:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2021:3258 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 28-10-2021 / 200.294.042_01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2021:3258:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Kinderalimentatie.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2021:3258:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Familie en Jeugdrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer	: 200.294.042/01</para>
      <para>zaaknummer rechtbank	: C/02/381219/ FA RK 21-141</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beschikking van de meervoudige kamer van 28 oktober 2021</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de man]
        </emphasis> ,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>verzoeker in hoger beroep,</para>
      <para>hierna te noemen: de man,</para>
      <para>advocaat mr. M.C.M.E. Schijvenaars te Vlissingen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [B.V.] B.V. </emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>in de hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de vrouw]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>verweerster in hoger beroep,</para>
      <para>hierna te noemen: de bewindvoerder,</para>
      <para>advocaat mr. J.E. de Glopper te Middelburg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van het geding in eerste aanleg</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg, van 31 maart 2021, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De man is op 11 mei 2021 in hoger beroep gekomen van voornoemde beschikking van </para>
        <para>31 maart 2021.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Namens de bewindvoerder is op 5 juli 2021 een verweerschrift ingediend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen:</para>
      <para>- het V6-formulier van de advocaat van de man van 25 mei 2021, met bijlage, ingekomen bij het hof op diezelfde datum;</para>
      <para>- het V8-formulier van de advocaat van de man van 16 september 2021, ingekomen bij het hof op diezelfde datum;</para>
      <para>- het V8-formulier van de advocaat van de bewindvoerder van 16 september 2021, ingekomen bij het hof op diezelfde datum.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De mondelinge behandeling die gepland stond op 23 september 2021 heeft geen doorgang gevonden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten voor zover daartegen in hoger beroep niet is opgekomen. Onder meer staat het volgende vast.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [de vrouw] , hierna te noemen de vrouw, en de man hebben een affectieve relatie gehad, uit welke relatie het navolgende nog minderjarige kind is geboren:</para>
        <para>- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2018 (hierna: [minderjarige] ).</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De man heeft [minderjarige] erkend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>De vrouw heeft het eenhoofdig ouderlijk gezag over [minderjarige] . </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De omvang van het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Bij de bestreden, uitvoerbaar bij voorraad verklaarde, beschikking is de door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige] (hierna ook: kinderalimentatie) met ingang van 12 januari 2021 bepaald op € 400,- per maand, voor wat de toekomstige termijnen betreft telkens bij vooruitbetaling te voldoen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De man verzoekt in hoger beroep de bestreden beschikking te vernietigen en te bepalen dat de man met ingang van 12 januari 2021 als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige] een bedrag van € 214,- per maand aan de vrouw dient te betalen, voor wat toekomstige termijnen betreft telkens bij vooruitbetaling te voldoen, althans een zodanig bedrag en met ingang van een zodanige datum als het hof in goede justitie juist acht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De grief van de man ziet op de behoefte van [minderjarige] .</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De motivering van de beslissing</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>De bewindvoerder heeft in de procedure in eerste aanleg de rechtbank verzocht te bepalen dat de man een bedrag van € 400,- per maand aan kinderalimentatie ten behoeve van [minderjarige] aan de vrouw dient te voldoen. De man heeft in de procedure in eerste aanleg geen verweer gevoerd, waarna de rechtbank het verzoek van de bewindvoerder, als niet weersproken en op de wet gegrond, heeft toegewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>De man voert in hoger beroep aan dat partijen nimmer hebben samengewoond, waardoor de behoefte van [minderjarige] in de procedure in eerste aanleg onjuist is becijferd. De behoefte van [minderjarige] bedraagt volgens de man € 225,- per maand en de man heeft hiertoe een berekening overgelegd. De bewindvoerder heeft in het verweerschrift erkend dat partijen niet hebben samengewoond en dat bij de berekening van de behoefte hier rekening mee gehouden dient te worden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>Uit de V8-formulieren van 16 september 2021 van de bewindvoerder en de man is gebleken dat tussen partijen niet langer in geschil is dat er niet gerekend dient te worden met enige zorgkorting. Tussen partijen is evenmin in geschil dat de vrouw een uitkering ontvangt in het kader van de Participatiewet en niet over enige draagkracht beschikt. De man heeft aangegeven bereid te zijn maandelijks het bedrag van € 225,- aan kinderalimentatie ten behoeve van [minderjarige] te willen voldoen met ingang van 12 januari 2021. De bewindvoerder heeft met het bericht van de man ingestemd. Gelet op het voorgaande zal het hof het - naar het hof begrijpt gewijzigde - verzoek van de man de door hem aan de vrouw te betalen kinderalimentatie ten behoeve van [minderjarige] vast te stellen op € 225,- per maand met ingang van 12 januari 2021, toewijzen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Terugbetaling</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>Voor zover de man vanaf 12 januari 2021 tot heden meer heeft betaald en/of meer op hem is verhaald dan de onder 5.3 vermelde bijdrage, kan van de vrouw, gelet op haar inkomenspositie en het feit dat een dergelijke bijdrage van maand tot maand pleegt te worden verbruikt, in redelijkheid niet worden gevergd dat zij het meerdere terugbetaalt.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De slotsom</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, zal het hof de bestreden beschikking vernietigen en het verzoek van de man de door de man aan de vrouw te betalen kinderalimentatie ten behoeve van [minderjarige] te bepalen op € 225,- per maand met ingang van 12 januari 2021 toewijzen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>De beslissing </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>vernietigt de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg, van 31 maart 2021, en opnieuw beschikkende:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat de man aan de vrouw met ingang van 12 januari 2021 als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige] € 225,- per maand zal betalen, de toekomstige termijnen telkens bij vooruitbetaling te voldoen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>met dien verstande dat, voor zover de man over de periode vanaf 12 januari 2021 tot heden meer heeft betaald en/of op hem is verhaald, de bijdrage tot heden wordt bepaald op hetgeen door de man is betaald en/of op hem is verhaald;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af het meer of anders verzochte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. C.N.M. Antens, E.P. de Beij en A.J.F. Manders en is op 28 oktober 2021 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>