<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2021:3098</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-13T10:56:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-10-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-04-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">20-000918-19</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2021:3098">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2021:3098</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-13T10:55:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-04-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2021:3098 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 07-04-2021 / 20-000918-19</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2021:3098:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Gepubliceerd in verband met het ingesteld cassatieberoep.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2021:3098:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Parketnummer	: 20-000918-19 (OWV)</para>
  <para>Uitspraak	: 7 april 2021</para>
  <para>TEGENSPRAAK (ex art. 279 Sv)</para>
  <section>
    <title>Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof</title>
    <bridgehead role="bold">'s-Hertogenbosch</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg, van 26 juli 2018 op de vordering ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, in de zaak met parketnummer 02-120665-15 tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [betrokkene] ,</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1988, </para>
      <para>wonende te [adres 1] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Hoger beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij uitspraak waarvan beroep is het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op € 19.063,21 en is aan betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een geldbedrag ter grootte van € 18.110,00 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens betrokkene is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Onderzoek van de zaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens betrokkene naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de uitspraak waarvan beroep zal bevestigen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft bepleit dat het hof de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel zal afwijzen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vonnis waarvan beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vonnis zal worden vernietigd omdat het hof zich daarmee niet kan verenigen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vordering</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De schriftelijke vordering van de officier van justitie strekt tot de vaststelling van het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel op een bedrag van € 19.063,21 en tot oplegging van de verplichting tot betaling aan de staat van het geschatte voordeel tot een bedrag van € 18.110,00. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In hoger beroep heeft de advocaat-generaal, zoals hierboven vermeld, gevorderd dat de uitspraak waarvan beroep zal worden bevestigd en het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel zal worden geschat op een bedrag van € 18.110,00.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Door het hof gebruikte bewijsmiddelen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Indien tegen dit verkort arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen opgenomen in een aanvulling op het verkort arrest. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort arrest gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Overwegingen </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ingevolge het bepaalde in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht moet worden onderzocht of de betrokkene wederrechtelijk voordeel heeft verkregen door middel van of uit de baten van het bewezen verklaarde feit of andere strafbare feiten waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door de betrokkene zijn begaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de ontnemingsvordering dient te worden afgewezen, nu op basis van het politiedossier niet vast te stellen is dat er een eerdere oogst heeft plaatsgevonden. De raadsman van de betrokkene heeft hierbij betoogd dat het onderzoek van de politie slechts gebaseerd is op visuele waarnemingen en dat het openbaar ministerie zonder nadere onderbouwing het onderzoek van de politie heeft overgenomen. In dat verband is gewezen op een arrest van het hof gepubliceerd onder ECLI:GHSHE:2014:645. Daarnaast heeft de raadsman bepleit dat er uit het dossier niet blijkt wat er daadwerkelijk is verbruikt aan elektriciteit. Tot slot heeft de raadsman aangevoerd dat er buiten de aangetroffen spullen niet verder is gekeken naar de hennepteelt zelf. Zo is er geen stof of vervuiling geconstateerd op de lampen of filters. Ook is niet onderzocht of er sprake is geweest van verkleuring door de lampen. Bovendien is er ook geen droogrek dan wel hennepresten of hennepafval aangetroffen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt dienaangaande als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij vonnis van 20 juni 2016 is de betrokkene veroordeeld ter zake van hennepteelt tot een maand gevangenisstraf voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en een taakstraf voor de duur van 130 uren. Het hof ziet zich gesteld voor de vraag of er voldoende aanwijzingen zijn dat de betrokkene op basis van een eerdere oogst wederrechtelijk verkregen voordeel heeft genoten. Het hof beantwoordt die vraag bevestigend op grond van het navolgende.</para>
      <para>Uit het dossier blijkt dat de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] op 30 december 2014 in de woning van de betrokkene aan [adres 2] een inwerking zijnde hennepkwekerij hebben aangetroffen. De hennepkwekerij bestond uit drie kweekruimtes waarin totaal 227 hennepplanten zijn aangetroffen. </para>
      <para>Verder door de verbalisanten gerelateerde bevindingen in de woning:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In slaapkamer A werd aangetroffen;</para>
    </parablock>
    <para>- 3 volle, ongebruikte zakken glaswolsnippers/blokjes.</para>
    <para>- 28 vuilniszakken met gebruikte glaswolsnippers/blokjes (gelijk aan de glaswolblokjes waarin de hennepplanten stonden).</para>
    <para>- 2 zakken met gebruikte vijverfolie.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>In slaapkamer B werd aangetroffen:</para>
    </parablock>
    <para>- Henneptent (ruimte 1), op de grond voor de tent een knipschaartje en enkele</para>
    <para>afvalzakken.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de woonkamer (ruimte C) werd aangetroffen:</para>
    </parablock>
    <para>- afvalzak met glaswolsnippers en oude, verdroogde plantenresten van hennepblad (gelijkend op).</para>
    <para>- 5 plastic trays kweekbakjes,</para>
    <para>- gebruikte knipschaar.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de keuken (ruimte D) werd aangetroffen:</para>
    </parablock>
    <para>- diverse lege bussen voedingsmiddelen.</para>
    <para>- gebruikte knipschaar.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>In slaapkamer achterzijde (ruimte E) werd aangetroffen;</para>
    </parablock>
    <para>- diverse lege bussen voedingsmiddelen.</para>
    <para>- luchtslang in doos en verder een hoop lege dozen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de doucheruimte (ruimte F) werd aangetroffen:</para>
    </parablock>
    <para>- watervat met dompelpomp (750 W) met daaraan tuinslang met sproeikop,</para>
    <para>- 1 plantenspuit,</para>
    <para>- pH tester.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>In totaal werden 10 lege bussen (10 liter) basisvoeding Hydro A, merk Elixa en</para>
    </parablock>
    <para>8 lege bussen (10 liter) basisvoeding Hydro B, merk Elixa aangetroffen. Verder nog 26</para>
    <parablock>
      <para>lege flessen (1 liter) met andere soorten plantenvoeding.</para>
      <para>Ten tijde van ontdekking van deze hennepkwekerij waren maar 11 transformatoren van de</para>
    </parablock>
    <para>24 aangesloten en in werking.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verbalisant [verbalisant 3] heeft in het ‘Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel’ gerelateerd dat er zich omstandigheden voordoen die duiden op één eerdere opbrengst uit de exploitatie van de aangetroffen hennepkwekerij. Hierbij heeft de verbalisant op de volgende sporen gewezen die hij heeft gezien:</para>
    </parablock>
    <para>- In slaapkamer A (geen kweekruimte) werden 28 vuilniszakken met gebruikte</para>
    <para>glaswolsnippers/blokjes en 2 zakken met gebruikte vijverfolie aangetroffen;</para>
    <para>- In de woonkamer (ruimte C) werd een afvalzak met glaswolsnippers en oude verdroogde plantenresten van hennepblad (gelijkend op) aangetroffen;</para>
    <para>- In de keuken (ruimte D, geen kweekruimte) en een slaapkamer (ruimte E, geen</para>
    <para>kweekruimte) werden in totaal 10 lege bussen van 10 L, basisvoeding Hydro A, 8 lege bussen van 10 L, basisvoeding Hydro B en 26 lege flessen van 1 L met andere plantenvoeding aangetroffen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op de hoeveelheid aangetroffen sporen/indicatoren zoals hierboven door de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] weergegeven en zoals opgenomen in het rapport van verbalisant [verbalisant 3] , in onderling verband en samenhang bezien, acht het hof het aannemelijk dat de betrokkene met de in zijn woning aan [adres 2] aangetroffen hennepkwekerij één eerdere oogst heeft gerealiseerd. Het hof neemt hierbij in aanmerking dat uit het politiedossier volgt dat in de woonkamer (ruimte C) én in de keuken (ruimte D) een gebruikte knipschaar is aangetroffen en dat uit de in het dossier opgenomen foto’s volgt dat er een gebruikte waterton met algengroei en kalkaanslag en twee gebruikte grondzeilen zijn aangetroffen. Dat sommige indicatoren ontbreken en geen nader onderzoek is verricht, zoals door de raadsman is bepleit, doet aan het voorgaande niet af. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De betrokkene heeft bij de politie verklaard dat hij geen eerdere oogst heeft gehad, dat de materialen voor de hennepkwekerij derdehands spullen waren en dat de hij de gebruikte stekblokjes tweedehands heeft aangeschaft. De 28 vuilniszakken met gebruikte glaswolsnippers/blokjes heeft hij van een man gekregen en naar binnen gesjouwd. Ten aanzien van de gebruikte grondzeilen heeft de betrokkene voorts verklaard hij de planten aan het begin had gedoucht, waardoor er aanslag op is gekomen, en dat hij de grondzeilen gebruikt had gekocht. De 2 zakken met gebruikte vijverfolie waren bedoeld als reserve voor het geval er een zeil kapot zou gaan. Tot slot heeft de betrokkene verklaard dat de groene aanslag in de waterton is ontstaan omdat hij in het begin teveel water aan de planten heeft gegeven en dat hij de vuilniszakken met gebruikte glaswol snippers en de jerrycans met restjes van een man heeft gekregen en zelf naar binnen heeft gejouwd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de woning zijn onder andere 28 vuilniszakken met gebruikte glaswolsnippers/blokjes aangetroffen. De verklaring van de betrokkene dat hij die zakken van een onbekend gebleven persoon heeft gekregen en naar binnen heeft gesjouwd om te hergebruiken acht het hof ongeloofwaardig gelet op de grote hoeveelheid vuilniszakken en de omstandigheid dat er in zijn woning volle zakken met ongebruikte glaswol zijn aangetroffen. Ook de aangetroffen knipscharen en plantenresten en de zakken met gebruikte vijverfolie verdragen zich niet met de verklaring van betrokkene dat hij niet eerder heeft geoogst. In dat verband acht het hof evenmin geloofwaardig de verklaring van betrokkene dat de grote hoeveelheid aangetroffen lege bussen/jerrycans te maken had met het kunnen gebruiken van de restjes en omdat er opstond hoeveel hij moest gebruiken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het voorgaande in onderling verband bezien hecht het hof geen geloof aan de verklaring van de betrokkene nu deze op geen enkele wijze steun vindt in het dossier. Gelet op de hiervoor genoemde indicatoren concludeert het hof dat de betrokkene één eerdere oogst heeft gerealiseerd. Dat het hier enkel visuele waarnemingen van de verbalisanten betreft maakt het voorgaande niet anders. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verwerpt mitsdien de verweren van de verdediging op alle onderdelen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Schatting van de hoogte van het wederrechtelijk verkregen voordeel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De veroordeling</emphasis>
      </para>
      <para>De betrokkene is bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 20 juni 2016 (02-120665-15) in de aan deze ontnemingszaak ten grondslag liggende strafzaak onder andere onherroepelijk veroordeeld tot straf ter zake van overtreding van artikel 3 onder B van de Opiumwet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wettelijke grondslag</emphasis>
      </para>
      <para>Het hof ontleent aan de inhoud van voormelde bewijsmiddelen het oordeel, dat de betrokkene door middel van het begaan van voormeld feit, dan wel van soortgelijke feiten waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door de betrokkene zijn begaan, voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht heeft genoten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bronnen</emphasis>
      </para>
      <para>Het hof neemt – voor zover hierna niet anders wordt vermeld – voor de schatting van bedoeld voordeel tot uitgangspunt het Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij ex art. 36e 2e lid Sr, d.d. 17 januari 2015, opgemaakt door rapporteur [verbalisant 3] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tevens neemt het hof tot uitgangspunt het (in 2014 geldende) rapport “Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht, standaardberekening en normen, update 1 november 2010, van het Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie (hierna te noemen: het BOOM-rapport).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Schatting van het voordeel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Opbrengsten</title>
    <para>Gelet op hetgeen de politie op 30 december 2014 in een drietal kweektenten in de woonkamer en de slaapkamer van de betrokkene, gelegen op het adres [adres 2] , heeft aangetroffen gaat het hof bij de schatting uit van één eerdere oogst van 227 hennepplanten.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij ex art. 36e 2e lid Sr blijkt dat er conform het BOOM-rapport wordt uitgegaan van 15 planten per vierkante meter, nu niet bekend is hoeveel planten er per vierkante meter in de kwekerij stonden. Volgens het BOOM-rapport resulteert een dergelijke opstelling in een opbrengst van 28,2 gram per plant en dus in een totale opbrengst van 227 hennepplanten x 28,2 = 6.401,4 kilogram hennep. Het hof stelt de opbrengst, overeenkomstig het BOOM-rapport, op € 3.280,00 per kilogram hennep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof stelt vast dat de betrokkene een opbrengst heeft behaald van één oogst van 6.401,4 kilogram hennep x € 3.280,00 = </para>
      <para>€ 20.996,59.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Kosten</title>
    <para>Bij de vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel dient acht te worden geslagen op de door de betrokkene naar voren gebrachte en aannemelijk geworden kosten. Naar het oordeel van het hof dienen op voormeld bedrag derhalve de volgende kosten, welke in directe relatie staan met het delict en als reële uitvoeringskosten kunnen worden gezien, in mindering te worden gebracht:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>Afschrijvingskosten bij een hennepkwekerij van 227 hennepplanten, uitgaande van één oogst: € 200,00;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Inkoopprijs van de stekken van € 2,85 à 227 hennepplanten: € 646,95;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Overige variabele kosten (waaronder kweekmedium, water en voedingsstof) à </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>€ 3,33 per hennepplant, uitgaande van één oogst à 227 hennepplanten: € 755,91;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De politierechter heeft de in de hoofdzaak toegewezen vordering van de benadeelde partij Enexis B.V. ten bedrage van € 332,62 als elektriciteitskosten in mindering gebracht. Het hof is – anders dan de politierechter – van oordeel dat deze elektriciteitskosten niet zien op een eerdere oogst, maar juist op de aangetroffen hennepkwekerij. Op grond van het dossier kan niet worden vastgesteld of de verdachte daadwerkelijk elektriciteitskosten, ten aanzien van de eerdere oogst, heeft betaald, zodat er geen elektriciteitskosten in mindering zullen worden gebracht op het voordeelbedrag. </para>
      <para>In totaal dient derhalve in mindering op de opbrengst te worden gebracht een bedrag van </para>
      <para>€ 200,00 + € 646,95+ € 755,91 = € 1.602,86.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Netto wederrechtelijk verkregen voordeel</title>
    <parablock>
      <para>Het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt op grond van het bovenstaande geschat op </para>
      <para>€ 20.996,59 - € 1.602,86= € 19,393,73.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Op te leggen betalingsverplichting</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof zal aan de betrokkene de verplichting opleggen tot betaling van na te melden bedrag aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Redelijke termijn</emphasis>
      </para>
      <para>De redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM is voor de procedure in eerste aanleg aangevangen op 5 februari 2016, met de aankondiging door de officier van de justitie dat hij een ontnemingsvordering zal gaan instellen. De rechtbank heeft op 26 juli 2018 op de ingestelde ontnemingsvordering beslist. Het hof stelt vast dat aldus de redelijke termijn in eerste aanleg, die doorgaans op twee jaar wordt gesteld, met circa 6 maanden is over-schreden. Gelet hierop acht het hof een matiging van de omvang van de betalingsverplichting van 5% gerechtvaardigd en wordt aan de betrokkene een betalingsverplichting opgelegd van (€ 19.393,73 -/- 5%) € 18.424,- (afgerond).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Gijzeling</emphasis>
      </para>
      <para>Met ingang van 1 januari 2020 is het nieuwe elfde lid van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht direct van toepassing geworden. Het hof zal daarom bij het opleggen van de maatregel ook de duur van de gijzeling bepalen die, met toepassing van artikel 6:6:25 Sv, in dit geval ten hoogste kan worden gevorderd. Hierbij wordt door het hof voor elke volle €50,- van het opgelegde bedrag één dag gerekend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Toepasselijke wettelijke voorschriften</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Stelt het bedrag waarop het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van <emphasis role="bold">€ 19.393,73 (negentienduizend driehonderddrieënnegentig euro en drieënzeventig cent)</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Legt de betrokkene de verplichting op tot <emphasis role="bold">betaling aan de Staat</emphasis> ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van <emphasis role="bold">€ 18.424,00 (achttienduizend vierhonderdvierentwintig euro)</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste kan worden gevorderd op 368 dagen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door:</para>
      <para>mr. W.T.H. Peute, voorzitter,</para>
      <para>mr. J. Platschorre en mr. M.L.P. van Cruchten, raadsheren,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. C. Schenker, griffier,</para>
      <para>en op 7 april 2021 ter openbare terechtzitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. W.T.H. Peute is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen. </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>