<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2021:3025</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-10-15T11:17:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-10-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-10-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.288.104_01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001827&amp;artikel=843a&amp;g=2002-01-01">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 843a</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2021:3025">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2021:3025</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-10-15T11:13:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-10-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2021:3025 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 05-10-2021 / 200.288.104_01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2021:3025:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Incidentele vordering ex artikel 843a Rv. Geen belang.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2021:3025:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH  </bridgehead>
    <para>Team Handelsrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer 200.288.104/01</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van 5 oktober 2021</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gewezen in het incident ex artikel 843a Rv in de zaak van </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [appellant]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>appellant in de hoofdzaak,</para>
      <para>eiser in het incident,</para>
      <para>advocaat: mr. J.J.Th. van Stiphout te Helmond,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [geïntimeerde] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>geïntimeerde in de hoofdzaak,</para>
      <para>verweerder in het incident,</para>
      <para>advocaat: mr. T. Delmée te Tilburg,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het bij exploot van dagvaarding van 24 december 2020 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 1 oktober 2020, door de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven, gewezen tussen appellant – [appellant] – als gedaagde en geïntimeerde – [geïntimeerde] – als eiser.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 8334874 / CV EXPL 20-863)</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de dagvaarding in hoger beroep;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de memorie van grieven, tevens houdende een incidentele vordering ex artikel 843a Rv;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de memorie van antwoord, tevens houdende antwoordmemorie in het incident.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald in het incident.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">In het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Het hof gaat in dit incident uit van de volgende feiten:</para>
      <paragroup>
        <nr>3.1.1.</nr>
        <para>In de nacht van 4 maart 2019 heeft [appellant] met zijn voertuig schade veroorzaakt aan het pand, gelegen aan de [adres] tot en met [huisnummer] te [plaats], dat in eigendom toebehoort aan [geïntimeerde] .</para>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.1.2.</nr>
        <para>
          [geïntimeerde] heeft [appellant] bij gewone en aangetekende brief van 18 december 2019 gesommeerd de door hem geleden schade ter hoogte van € 11.671,37 aan hem te vergoeden. [geïntimeerde] heeft [appellant] bij die brief ook de buitengerechtelijke incassokosten aangezegd.</para>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.1.3.</nr>
        <para>
          [geïntimeerde] heeft geen betaling van [appellant] ontvangen.</para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Bij vonnis waarvan beroep heeft de kantonrechter [appellant] veroordeeld tot betaling aan [geïntimeerde] van het door hem gevorderde schadebedrag van € 11.671,37, vermeerderd met de wettelijke rente. [appellant] is ook veroordeeld in de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [appellant] is van dat vonnis in hoger beroep gekomen en vordert in dit incident [geïntimeerde] te veroordelen tot overlegging van de door hem betaalde facturen met betrekking tot het repareren van de schade aan de glazen pui op verbeurte van een dwangsom van € 250,00 per dag met een maximum van € 10.000,00. [appellant] stelt in dat verband dat hij zich niet kan voorstellen dat er daadwerkelijk een bedrag van € 11.671,37 is voldaan voor de reparatie van een beschadigde glazen pui en er daarom een rechtmatig belang bij te hebben om de facturen  te zien die bij [geïntimeerde] in rekening zijn gebracht en door hem zijn betaald met betrekking tot het herstel van de glazen pui.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <parablock>
        <para>Het hof stelt vast dat [geïntimeerde] bij memorie van antwoord, tevens antwoordmemorie in het incident, de gevraagde stukken in het geding heeft gebracht: een factuur van een bouwbedrijf van 21 juni 2021 ter zake van reparatie van aanrijschade ter hoogte van </para>
        <para>€ 11.139,14 en een betaalbevestiging van dat bedrag. Dit betekent dat [appellant] geen belang heeft bij zijn incidentele vordering. Deze zal dan ook worden afgewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>De proceskosten van dit incident zullen worden aangehouden tot de einduitspraak in de hoofdzaak.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">In de hoofdzaak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>De zaak wordt naar de rol verwezen voor 2 november 2021 voor beraad partijen. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in het incident</emphasis>:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst de incidentele vordering van [appellant] af;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt de beslissing over de proceskosten aan tot de einduitspraak in de hoofdzaak;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in de hoofdzaak: </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verwijst de zaak naar de rol van 2 november 2021 voor beraad partijen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. S.A.M. Venhuizen, E.H. Schulten en J.M.H. Schoenmakers en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 5 oktober 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	griffier					rolraadsheer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>