<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2021:2619</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-09-21T15:16:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-08-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.274.893_01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBLIM:2019:9166" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Eerste aanleg: ECLI:NL:RBLIM:2019:9166</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBLIM:2020:1263" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Eerste aanleg: ECLI:NL:RBLIM:2020:1263</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2021:2619">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2021:2619</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-09-21T15:09:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-09-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2021:2619 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 24-08-2021 / 200.274.893_01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2021:2619:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>vordering in vrijwaring afgewezen</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2021:2619:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH </bridgehead>
    <para>Team Handelsrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer 200.274.893/01</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van 24 augustus 2021</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [appellant 1] ,<?linebreak?>wonende te [woonplaats] ,</title>
    <parablock>
      <para>2. <emphasis role="bold">[Grieks restaurant] B.V.,</emphasis><?linebreak?>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>appellanten, </para>
      <para>hierna gezamenlijk, in mannelijk enkelvoud, aan te duiden als [appellant c.s.] en ieder afzonderlijk als [appellant 1] respectievelijk [appellant 2] ,</para>
      <para>advocaat: mr. S.H.O. Aben te Weert,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [beheer] Beheer B.V.,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>geïntimeerde,</para>
      <para>hierna aan te duiden als [geïntimeerde] ,</para>
      <para>advocaat: mr. M. Struik te Veldhoven,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het bij exploot van dagvaarding van 26 februari 2020 ingeleide hoger beroep van de vonnissen van 4 juli 2018, 16 oktober 2019 en 19 februari 2020, door de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, gewezen tussen [appellant c.s.] als eisers en [geïntimeerde] als gedaagde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/242695/ HA ZA 17-607)</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormelde vonnissen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de dagvaarding in hoger beroep;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de memorie van grieven met producties;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de memorie van antwoord met productie;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de akte van [appellant c.s.] ;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de antwoordakte van [geïntimeerde] ;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.1</nr>
      <para>In de onderhavige vrijwaringsprocedure vordert [appellant c.s.] veroordeling van [geïntimeerde] tot al hetgeen waartoe hij in de hoofdzaak met zaaknummer C/03/237687/HA ZA 17-354 tussen [tapasbar] B.V. en [appellant c.s.] veroordeeld wordt, met veroordeling van [geïntimeerde] in de proceskosten in de hoofdzaak en de vrijwaringszaak, te vermeerderen met de wettelijke rente, alsmede veroordeling van [geïntimeerde] in de nakosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1.2</nr>
      <para>Aan deze vordering heeft [appellant c.s.] , kort gezegd, ten grondslag gelegd dat [geïntimeerde] jegens [appellant c.s.] niet de zorgvuldigheid heeft betracht die in de gegeven omstandigheden van hem als redelijk bekwaam en redelijk handelend makelaar mag worden verwacht, omdat [geïntimeerde] een door [appellant 1] namens [naam] gedaan voorwaardelijk bod als onvoorwaardelijk bod van [appellant 1] aan [tapasbar] heeft voorgelegd. Volgens [appellant c.s.] is dat onrechtmatig en is [geïntimeerde] op grond van artikel 6:162 BW aansprakelijk voor de dientengevolge door [appellant c.s.] geleden en te lijden schade.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1.3</nr>
      <para>
        [geïntimeerde] heeft gemotiveerd verweer gevoerd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1.4</nr>
      <para>In het tussenvonnis van 4 juli 2018 heeft de rechtbank in deze vrijwaringszaak de beoordeling en beslissing aangehouden totdat in de hoofdzaak kan worden beslist.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1.5</nr>
      <para>In het tussenvonnis van 16 oktober 2019 heeft de rechtbank geoordeeld dat in de hoofdzaak (bij vonnis van 16 oktober 2019 zaaknummer C/03/237687/HA ZA 17-354) het gevorderde jegens [appellant 1] is afgewezen en dat daarom de vordering van [appellant 1] in vrijwaring zal worden afgewezen (rov. 2.2). De rechtbank heeft de zaak naar de rol verwezen voor uitlaten voortprocederen zijdens [appellant 2] , die in de hoofdzaak (bij vonnis van 16 oktober 2019 zaaknummer C/03/237687/HA ZA 17-354) is veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van € 80.000,-, buitengerechtelijke kosten en beslagkosten, en voor antwoordakte zijdens [geïntimeerde] en alle overige beslissingen aangehouden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1.6</nr>
      <para>In het eindvonnis van 19 februari 2020 heeft de rechtbank de vorderingen van [appellant c.s.] afgewezen. De rechtbank heeft daartoe, kort gezegd, geoordeeld dat zij blijft bij haar oordeel dat [geïntimeerde] niet onrechtmatig heeft gehandeld. De rechtbank heeft [appellant c.s.] in de proceskosten veroordeeld.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het hoger beroep</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>In hoger beroep heeft [appellant c.s.] zes grieven gericht tegen het vonnis van 16 oktober 2019 en vier grieven tegen het vonnis van 19 februari 2020. [appellant c.s.] heeft geconcludeerd tot vernietiging van de vonnissen van 4 juli 2018, 16 oktober 2019 en 19 februari 2020 en tot toewijzing van de vorderingen van [appellant c.s.] met veroordeling van [geïntimeerde] in de kosten van beide instanties.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Bij memorie van antwoord heeft [geïntimeerde] geconcludeerd tot afwijzing van de vorderingen van [appellant c.s.] , met veroordeling van [appellant c.s.] in de (na)kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <parablock>
        <para>Het hof oordeelt als volgt.</para>
        <para>
          [appellant c.s.] heeft geen grieven gericht tegen het vonnis van 4 juli 2018. Het hof zal [appellant c.s.] daarom niet ontvankelijk verklaren in het hoger beroep van dat vonnis.</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ten aanzien van het hoger beroep van de vonnissen 16 oktober 2019 en 19 februari 2020 </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Aangezien:</para>
        <para>1)  in de hoofdzaak de vorderingen van [tapasbar] jegens [appellant 1] bij vonnis van</para>
        <para>16 oktober 2019 met zaaknummer C/03/237687/ HA ZA 17-354 zijn afgewezen en dat vonnis voor zover ten aanzien van [appellant 1] gewezen bij arrest van dit hof onder zaaknummer 200.274.212/01 in zoverre wordt bekrachtigd;</para>
        <para>2)  in de hoofdzaak het vonnis van 16 oktober 2019 met zaaknummer C/03/237687/ HA</para>
        <para>ZA 17-354 voor zover [appellant 2] daarbij was veroordeeld tot betaling bij arrest van dit hof onder zaaknummer 200.269.451/01 wordt vernietigd, </para>
        <para>moet worden geconstateerd dat in de vrijwaringszaak de grondslag voor veroordeling van [geïntimeerde] tot al hetgeen waartoe [appellant c.s.] in de hoofdzaak is veroordeeld, ontbreekt.</para>
        <para>De vordering in vrijwaring dient daarom te worden afgewezen. De grieven behoeven geen afzonderlijke beoordeling. Het hof zal het eindvonnis waarvan beroep van 19 februari 2020 voor zover de vorderingen van [appellant c.s.] zijn afgewezen en [appellant c.s.] in de proceskosten is veroordeeld bekrachtigen. Het hof zal [appellant c.s.] veroordelen in de kosten van het hoger beroep. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De uitspraak</title>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart [appellant c.s.] niet ontvankelijk in het hoger beroep tegen het vonnis van 4 juli 2018;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bekrachtigt het vonnis van 19 februari 2021 waarvan beroep voor zover de vorderingen van [appellant c.s.] zijn afgewezen en [appellant c.s.] in de proceskosten is veroordeeld;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [appellant c.s.] in de proceskosten van het hoger beroep, en begroot die kosten tot op heden aan de zijde van [geïntimeerde] op € 5.517,- aan griffierecht en op € 4.917,- aan salaris advocaat, en voor wat betreft de nakosten op € 163,- indien geen betekening plaatsvindt, dan wel op € 248,- vermeerderd met de explootkosten indien niet binnen veertien dagen na de datum van dit arrest is voldaan aan de bij dit arrest uitgesproken veroordelingen en betekening van dit arrest heeft plaatsgevonden;</para>
      <para>en bepaalt dat de bedragen van € 5.517,- en € 4.917,- binnen veertien dagen na de dag van deze uitspraak en het bedrag van € 163,- binnen veertien dagen na de dag van deze uitspraak dan wel het bedrag van € 248,- vermeerderd met explootkosten binnen veertien dagen na de dag van betekening moeten zijn voldaan, bij gebreke waarvan deze bedragen worden vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW daarover vanaf het einde van voormelde termijn tot aan de dag der voldoening;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de proceskostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af het meer of anders gevorderde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. H.A.W. Vermeulen, Y.L.L.A.M. Delfos-Roy en E.H. Pijnacker Hordijk en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 24 augustus  2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	griffier					rolraadsheer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>