<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2021:2484</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-08-25T12:57:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-08-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.284.236_01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2021:2484">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2021:2484</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-08-24T10:31:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2021:2484 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 05-08-2021 / 200.284.236_01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2021:2484:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Curatele</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2021:2484:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH</bridgehead>
    <para>Team familie- en jeugdrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak: 5 augustus 2021</para>
      <para>Zaaknummer: 200.284.236/01</para>
      <para>Zaaknummer eerste aanleg: 8428971 TD VERZ 20-416</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak in hoger beroep van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">
          [verzoeker]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>verzoeker in hoger beroep,</para>
      <para>hierna te noemen: [verzoeker] ,</para>
      <para>advocaat: mr. M.F.J. Martens.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als belanghebbenden in deze zaak worden aangemerkt:</para>
    </parablock>
    <para>- [dochter] , de dochter van [verzoeker] , hierna te noemen: [dochter] , advocaat mr. M. Warnink;</para>
    <para>- [zoon] , de zoon van [verzoeker] , hierna te noemen [zoon] ;</para>
    <para>- [de curator] B.V., de curator van [verzoeker] .</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in eerste aanleg</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 6 juli 2020, uitgesproken onder voormeld zaaknummer. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 6 oktober 2020, heeft [verzoeker] verzocht voormelde beschikking te vernietigen, met veroordeling van [dochter] en</para>
        <para>de heer [betrokkene 1] in de kosten van deze procedure.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Bij verweerschrift, ingekomen ter griffie op 22 december 2020, heeft [dochter] verzocht om [verzoeker] in zijn verzoek in hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren, althans dit verzoek als ongegrond en onbewezen af te wijzen, kosten rechtens.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 1 juli 2021. Bij die gelegenheid zijn gehoord: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            [verzoeker] , bijgestaan door mr. Martens;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [dochter] , bijgestaan door mr. Warnink;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [de curator] B.V. vertegenwoordigd door [medewerker 1] en [medewerker 2] .</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>2.3.1.</nr>
        <para>
          [zoon] is<emphasis role="italic">,</emphasis> hoewel behoorlijk opgeroepen, niet naar de mondelinge behandeling gekomen. </para>
        <para />
        <para />
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:</para>
      <para>- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg op 24 juni 2020;</para>
      <para>- het V-formulier met bijlagen van de advocaat van [verzoeker] d.d. 2 november 2020;</para>
      <para>- de brief met bijlagen van de curator van 26 november 2020;</para>
      <para>- het V-formulier met bijlage van de advocaat van [verzoeker] d.d. 23 juni 2021;</para>
      <para>- de door de advocaat van [verzoeker] tijdens de mondelinge behandeling overgelegde pleitnotities.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij beschikking van 27 maart 2020 heeft de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant een provisioneel bewind ingesteld over [verzoeker] met benoeming van</para>
        <para>
          [provisioneel bewindvoerder] tot provisioneel bewindvoerder.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Bij beschikking van 9 april 2020 heeft de kantonrechter met ingang van 10 april 2020 [provisioneel bewindvoerder] ontslagen als provisioneel bewindvoerder en [medewerker 1] , vennoot van [de curator] als zodanig benoemd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij de bestreden - uitvoerbaar bij voorraad verklaarde - beschikking heeft de kantonrechter bepaald dat het ingestelde provisioneel bewind over [verzoeker] met ingang van</para>
        <para>6 juli 2020 wordt omgezet in een ondercuratelestelling en [de curator] B.V. tot curator benoemd.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>
        [verzoeker] kan zich met deze beschikking niet verenigen en hij is hiervan in hoger beroep gekomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [verzoeker] voert in het beroepschrift, zoals aangevuld tijdens de mondelinge behandeling - samengevat - het volgende aan.</para>
        <para>Hij betwist dat er gronden zijn voor een ondercuratelestelling. [verzoeker] is zeer goed in staat zijn financiële belangen zelf te behartigen. </para>
        <para>De ondercuratelestelling is aangevraagd door [dochter] en [betrokkene 1] nadat [verzoeker] samen met de notaris er achter was gekomen dat op onrechtmatige wijze € 63.000,- van de rekening van de overleden echtgenote van [verzoeker] was afgehaald door de familie [betrokkene 1] , de voormalige bewindvoerder van [verzoeker] ’ echtgenote. [verzoeker] betwist de overgelegde rekening en verantwoording over 2017 en de echtheid van de daarop gestelde handtekening van hem.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Er wordt op geen enkele manier financieel misbruik gemaakt van [verzoeker] door mevrouw [betrokkene 2] of mevrouw [betrokkene 3] . [verzoeker] heeft een bedrag van € 7.600,- geleend aan mevrouw [betrokkene 2] , maar dit geld zal hij in zijn geheel terugkrijgen. Ook heeft mevrouw [betrokkene 2] van [verzoeker] een machtiging gekregen voor zijn bankrekening. Zij heeft van deze machtiging nooit misbruik gemaakt. In de periode daarvóór had [dochter] een machtiging. Zij heeft ruim € 17.500,- van de rekening van [verzoeker] opgenomen.</para>
        <para>
          [verzoeker] heeft zijn auto, die een beperkte waarde had, overgedaan aan een bekende van mevrouw [betrokkene 2] . Hij heeft met de nieuwe eigenaar afgesproken dat hij een beroep op haar kan doen wanneer hij vervoer nodig heeft. Soms betaalt hij een deel van de benzine.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <parablock>
        <para>De curator brengt tijdens de mondelinge behandeling - samengevat - het volgende naar voren.</para>
        <para>De opgelegde maatregel is noodzakelijk. [verzoeker] is niet in staat zelf zorg te dragen voor zijn financiële zaken. Er wordt financieel misbruik van [verzoeker] gemaakt. In 2016 bedroeg de verkoopopbrengst van de echtelijke woning € 70.482,17. Op 1 januari 2019 had [verzoeker] nog </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>maar € 10.000,- op zijn rekening staan. Bij aanvang van de curatele was er nog € 116,- aan vermogen. [verzoeker] kan zich niets herinneren van gedane uitgaven. Er is voor een bedrag van</para>
        <para>€ 50.000,- aan contant geld gepind. Het is onduidelijk waar dit geld is gebleven. </para>
        <para>
          [verzoeker] heeft niet-aangeboren hersenletsel. Hij krijgt thuiszorg. De curator heeft contact met de thuiszorg. De curator heeft ook aan de huisarts informatie gevraagd over de gezondheidssituatie van [verzoeker] , maar de huisarts houdt deze vragen af vanwege zijn plicht tot geheimhouding. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [dochter] voert in het verweerschrift, zoals aangevuld tijdens de mondelinge behandeling - samengevat - het volgende aan. </para>
        <para>Zij schaart zich achter het standpunt van de curator.</para>
        <para>De overboeking van het bedrag van in totaal € 63.000,-, dat toebehoorde aan de overleden echtgenote van [verzoeker] , naar de rekening van [betrokkene 1] in de loop van 2017 is in onderling overleg gegaan tussen de familie [betrokkene 1] , [dochter] en [verzoeker] . [verzoeker] vroeg toen al om hulp. Hij heeft [dochter] gemachtigd voor zijn bankrekening.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De financiële situatie van [verzoeker] is de afgelopen jaren zeer verslechterd. Blijkens de bankafschriften heeft mevrouw [betrokkene 2] aanzienlijke opnamen gedaan van de rekening van [verzoeker] en is er daarnaast door [verzoeker] een groot aantal uitgaven gedaan die hij zich niet kan herinneren.</para>
        <para>
          [verzoeker] heeft in 2019 twee keer in het ziekenhuis gelegen, de ene keer voor een tia en de andere keer voor een hersenbloeding. Een aantal jaren daarvóór heeft [verzoeker] ook een tia gehad. </para>
        <para>Toen [verzoeker] via zijn advocaat in februari 2020 om het geld vroeg dat oorspronkelijk aan de echtgenote van [verzoeker] had toebehoord, zagen [dochter] en de familie [betrokkene 1] het risico dat ook dat geld zou verdampen. Hierin hebben zij reden gezien om de ondercuratelestelling van [verzoeker] te verzoeken. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>Het hof komt tot de volgende beoordeling. </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>3.8.1.</nr>
        <parablock>
          <para>Ingevolge artikel 1:378 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan een meerderjarige door de rechter onder curatele worden gesteld wanneer hij tijdelijk of duurzaam zijn </para>
          <para>belangen niet behoorlijk waarneemt of zijn veiligheid of die van anderen in gevaar brengt, als gevolg van:</para>
        </parablock>
        <para>a. zijn lichamelijke of geestelijke toestand, dan wel;</para>
        <para>b. gewoonte van drank- of drugsmisbruik,</para>
        <para>en een voldoende behartiging van die belangen niet met een meer passende en minder verstrekkende voorziening kan worden bewerkstelligd.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.8.2.</nr>
        <parablock>
          <para>Het hof stelt voorop dat in deze procedure niet de vraag aan de orde is of het bewind en de nalatenschap van de overleden echtgenote van [verzoeker] behoorlijk is afgewikkeld.</para>
          <para>Het hof dient de vraag te beantwoorden of er voldoende wettelijke gronden aanwezig zijn om [verzoeker] onder curatele te stellen. Deze vraag beantwoordt het hof bevestigend.</para>
          <para>Als onweersproken staat vast dat er bij [verzoeker] sprake is van niet-aangeboren hersenletsel. Hij heeft veel hulp nodig en hij krijgt thuiszorg. Verder kan het hof uit de stellingen van de curator niet anders afleiden dan dat er financieel misbruik van [verzoeker] is gemaakt. De curator heeft onweersproken verklaard dat van het vermogen van [verzoeker] van ongeveer € 70.000,- in 2016 in maart 2020 nog € 116,- over was, terwijl [verzoeker] niet goed kan verklaren waaraan dit bedrag is besteed.   </para>
          <para>Voor het hof is gelet op het voorgaande voldoende aannemelijk dat [verzoeker] niet in staat is om </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>zelf zijn belangen behoorlijk waar te nemen. De curator moet [verzoeker] ondersteunen en bijstaan in zijn financiën en bij andere zaken. Het hof wil er de curator wel op wijzen dat zij ook op niet-vermogensrechtelijk gebied over de belangen van [verzoeker] moet waken en dat zij in contacten met artsen geen genoegen moet nemen met een afhoudende opstelling. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9.</nr>
      <para>Uit het voorgaande volgt dat de grieven van [verzoeker] niet slagen. Het hof zal de beschikking waarvan beroep bekrachtigen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.10.</nr>
      <para>Gezien de aard van de procedure zal het hof de proceskosten in hoger beroep compenseren.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 6 juli 2020, uitgesproken onder voormeld zaaknummer;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>compenseert de proceskosten in hoger beroep tussen partijen aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af het meer of anders verzochte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. C.D.M. Lamers, E.P. de Beij en</para>
      <para>A.M. van Riemsdijk en is in het openbaar uitgesproken op 5 augustus 2021 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>