<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2021:1632</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-07-25T09:07:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-06-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-06-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.212.545_01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2021:1632">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2021:1632</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-07-25T09:07:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-07-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2021:1632 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 03-06-2021 / 200.212.545_01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2021:1632:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Huwelijksvermogensrecht. (Nederlandse) Wettelijke algehele gemeenschap van goederen. Uitzondering eenheidsbeginsel; op onroerende zaak in Duitsland is Duits recht van toepassing. ‘Zugewinn’. Verdeling eenmanszaak in Duitsland en aandelen in Nederlandse besloten vennootschap. Waarderingsmethode. Discounted cash flow (DCF). Aanmerkelijk belang-claim. Contante waarde en nominaal percentage.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2021:1632:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Team familie- en jeugdrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Uitspraak: 3 juni 2021</para>
    <para>Zaaknummer: 200.212.545/01</para>
    <para>Zaaknummer eerste aanleg: C/04/126275 / FA RK 13-1564</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>in de zaak in hoger beroep van:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold underline">
        [de vrouw]
      </emphasis>,</para>
    <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
    <para>verzoekster in principaal appel,</para>
    <para>verweerster in incidenteel appel,</para>
    <para>hierna te noemen: de vrouw,</para>
    <para>advocaat: mr. R.M.H.H. Tuinstra te Maastricht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>tegen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold underline">
        [de man]
      </emphasis>,</para>
    <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
    <para>verweerder in principaal appel,</para>
    <para>verzoeker in incidenteel appel, </para>
    <para>hierna te noemen: de man,</para>
    <para>advocaat: mr. N.H.J. van der Pluijm te Panningen.</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      <nr>21</nr>De beschikking d.d. 27 februari 2020</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In vervolg op de beschikking van 1 april 2021, herinnert het hof er aan dat het bij beschikking van 27 februari 2020 onder meer het voorschot op de kosten van de deskundige Ir. P.D. Schuitmaker MBA RAB van BB O&amp;F (in deze beschikking verder: de deskundige) heeft bepaald op het door de deskundige begrote bedrag van in totaal € 5.505,50 (inclusief BTW).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">22. Het verdere verloop van het geding in hoger beroep en de verdere beoordeling</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen hebben het voorschot op de aangegeven wijze voldaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 8 juni 2020, ingekomen bij het hof op 9 juni 2020, heeft de deskundige aan de griffier van het hof, samengevat, bericht dat de behandeling van de zaak door onder meer de omvang van het dossier en de gebleken complexiteit tot dusverre meer tijd heeft gevergd dan verwacht. Hij heeft het hof verzocht een aanvullend voorschot te bepalen – uitgaande van een begroting van achttien extra uren – op € 3.800,-- inclusief BTW.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 9 juni 2020 heeft de griffier van het hof (de advocaten van) partijen in de gelegenheid gesteld binnen een termijn van veertien dagen te reageren op deze verhoging. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vrouw heeft per brief van 12 juni 2020 aangegeven dat zij kan instemmen met het verzoek van de deskundige tot vaststelling van een aanvullend voorschot, in de hoop en verwachting dat de werkzaamheden binnen de nieuwe begroting kunnen worden uitgevoerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De man heeft bij brief van 15 juni 2020 aangegeven akkoord te kunnen gaan met het aanvullend voorschot, op voorwaarde dat beide partijen de helfte van dit voorschot in rekening wordt gebracht.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vrouw heeft bij brief van 26 mei 2021 verzocht om zo spoedig mogelijk te beslissen op het verzoek van de deskundige om een aanvullend voorschot vast te stellen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof zal dienovereenkomstig beslissen zoals in het dictum is bepaald.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>23</nr>De uitspraak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat voor de kosten van de deskundige een aanvullend voorschot dient te worden voldaan van € 3.800,-- (inclusief BTW), door partijen ieder voor de helft te voldoen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat genoemd voorschot <emphasis role="italic">binnen twee weken na heden </emphasis>zal worden voldaan na ontvangst van de nota met betaalinstructies die door het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak zal worden verzonden;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat de griffier van dit hof een afschrift van deze beschikking aan de deskundige zal toezenden;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. G.J. Vossestein, P.P.M. van Reijsen en M.A. Ossentjuk en in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2021 door mr. C.D.M. Lamers in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>