<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2021:1305</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-04-30T08:10:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-04-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-04-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.274.239_01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2021:1305">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2021:1305</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-04-29T15:05:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-04-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2021:1305 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 29-04-2021 / 200.274.239_01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2021:1305:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Bijdrage jongmeerderjarige</para>
        <para>overeenstemming ter mondelinge behandeling in hoger beroep.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2021:1305:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Team familie- en jeugdrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer	: 200.274.239/01</para>
      <para>zaaknummer rechtbank	: C/01/351028 / FA RK 19-4662</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beschikking van de meervoudige kamer van 29 april 2021</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak in hoger beroep van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">
          [de vader]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>verzoeker in hoger beroep,</para>
      <para>hierna te noemen: de vader,</para>
      <para>advocaat mr. P.J.J.A. Hendriks te Deurne,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">
          [jongmeerderjarige]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>verweerster in hoger beroep,</para>
      <para>hierna te noemen: [jongmeerderjarige] ,</para>
      <para>advocaat mr. M. Poort-van der Meeren te Eindhoven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van het geding in eerste aanleg</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar voornoemde beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 29 november 2019, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De vader is op 18 februari 2020 in hoger beroep gekomen van voornoemde beschikking van 29 november 2019.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [jongmeerderjarige] heeft op 20 maart 2020 een verweerschrift ingediend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen:</para>
      <para>- het aanvullend beroepschrift van de vader met producties, ingekomen op 4 januari 2021;</para>
      <para>- een journaalbericht van de zijde van de vader van 9 maart 2021 met bijlagen, ingekomen op 10 maart 2021;</para>
      <para>- een journaalbericht van de zijde van [jongmeerderjarige] van 11 maart 2021 met bijlagen, ingekomen op 12 maart 2021.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <parablock>
        <para>De mondelinge behandeling in hoger beroep heeft op 25 maart 2021 plaatsgevonden. Partijen zijn in persoon verschenen, bijgestaan door hun advocaten. </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">3.	De feiten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten voor zover daartegen in hoger beroep niet is opgekomen. Onder meer staat het volgende vast.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Uit de relatie van de vader en mevrouw [de moeder] (hierna: de moeder) is, op [geboortedatum] 2000 te [geboorteplaats] , [jongmeerderjarige] geboren. De relatie tussen de vader en de moeder van [jongmeerderjarige] is begin 2001 geëindigd.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De omvang van het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Bij de bestreden – uitvoerbaar bij voorraad verklaarde – beschikking heeft de rechtbank de door de vader te betalen bijdrage in de kosten van levensonderhoud en studie van [jongmeerderjarige] (hierna ook: kinderalimentatie) met ingang van [geboortedatum] 2018 bepaald op een bedrag van € 283,- per maand.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De vader kan zich met deze beslissing niet verenigen en hij is hiervan in hoger beroep gekomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De motivering van de beslissing</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Tijdens een daartoe bedoelde schorsing van de mondelinge behandeling in hoger beroep hebben partijen alsnog algehele overeenstemming bereikt over hetgeen hen in hoger beroep verdeeld hield. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>Partijen zijn overeengekomen dat de vader met ingang van 1 september 2019 aan [jongmeerderjarige] als bijdrage in de kosten van haar levensonderhoud en studie een bedrag van € 283,- per maand betaalt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>Het hof zal de door partijen getroffen regeling in deze beschikking opnemen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De slotsom</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>Gelet op het vorenstaande zal het hof de beschikking waarvan beroep vernietigen en beslissen als hierna onder 7 vermeld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>Het hof zal de proceskosten in hoger beroep – gelet op de aard van de procedure –  compenseren.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>De beslissing </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>vernietigt de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 29 november 2019, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en opnieuw rechtdoende:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat de vader aan [jongmeerderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2000 te [geboorteplaats] , met ingang van 1 september 2019 als bijdrage in de kosten van haar levensonderhoud en studie een bedrag van € 283,- per maand zal betalen, de toekomstige termijnen telkens bij vooruitbetaling te voldoen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>compenseert de kosten van het geding in hoger beroep in die zin, dat elke partij de eigen kosten draagt;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af het meer of anders verzochte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. E.P. de Beij, C.N.M. Antens en E.M.C. Dumoulin en is op 29 april 2021 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>