<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2021:1224</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T18:00:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-04-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-04-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">20/00314</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBZWB:2020:1628" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#bekrachtiging/bevestiging">Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZWB:2020:1628, Bekrachtiging/bevestiging</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>V-N Vandaag 2022/2691</rdf:li>
          <rdf:li>NLF 2022/2201</rdf:li>
          <rdf:li>V-N 2022/50.25.7</rdf:li>
          <rdf:li>Viditax (FutD) 2022110302</rdf:li>
          <rdf:li>FutD 2022-2994</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2021:1224">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2021:1224</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-03T13:26:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2021:1224 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 08-04-2021 / 20/00314</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2021:1224:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Deze uitspraak is op verzoek gepubliceerd en niet door het gerechtshof geselecteerd om te worden gepubliceerd. Derhalve is er geen samenvatting beschikbaar.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2021:1224:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH</bridgehead>
    <para>Team belastingrecht</para>
    <para>Meervoudige Belastingkamer</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nummer: 20/00314</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep van</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de inspecteur van de Belastingdienst, </emphasis>
      </para>
      <para>hierna: de inspecteur,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (hierna: de rechtbank) van 30 maart 2020, nummer BRE 18/8438 in het geding tussen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [belanghebbende] , </emphasis>
      </para>
      <para>Met gekozen domicilie in [plaats] ,</para>
      <para>hierna: belanghebbende,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de inspecteur.<?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Onderzoek ter zitting</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zitting heeft plaatsgehad op 30 maart 2021 in ‘s-Hertogenbosch. Daar zijn verschenen belanghebbende en zijn gemachtigde [gemachtigde] , ter bijstand vergezeld van [A] , alsmede, namens de inspecteur, [inspecteur 1] en [inspecteur 2] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na behandeling van de zaak heeft het hof heden, 8 april 2021, de volgende mondelinge uitspraak gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Beslissing</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het hoger beroep ongegrond;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bevestigt de uitspraak van de rechtbank;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat van de inspecteur een griffierecht wordt geheven van € 532; en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt de inspecteur in de kosten van het geding bij het hof van € 1.068.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>Gronden</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ten aanzien van het geschil</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen hebben ter zitting uitdrukkelijk en onvoorwaardelijk verklaard overeen te zijn gekomen:</para>
    </parablock>
    <para>- dat niet aan de, althans niet aan alle, cumulatieve voorwaarden van artikel 18, tweede lid, van het Verdrag tussen Nederland en België van 5 juni 2001 is voldaan;</para>
    <para>- dat als gevolg hiervan het hoger beroep ongegrond moet worden verklaard; en</para>
    <para>- dat door de inspecteur op basis van het forfait van het Besluit proceskosten bestuursrecht (hierna: Bpb) de proceskosten bij het hof worden vergoed.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof zal dienovereenkomstig beslissen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ten aanzien van het griffierecht</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier heft van de inspecteur een griffierecht van € 532, omdat het hof de uitspraak van de rechtbank bevestigt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ten aanzien van de proceskosten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van de kosten die belanghebbende redelijkerwijs heeft moeten maken in verband met de behandeling van hoger beroep bij het hof, omdat het door de inspecteur ingestelde hoger beroep ongegrond is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof stelt deze tegemoetkoming op 2 (punten)<footnote-ref linkend="_28f977ed-4bc6-4938-8bf1-5867d89c50ca" /> x € 534 (waarde per punt) x 1 (factor gewicht van de zaak) is € 1.068.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gesteld noch gebleken is dat belanghebbende overige voor vergoeding in aanmerking komende kosten als bedoeld in artikel 1 Bpb heeft gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Slotsom</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De slotsom is dat moet worden beslist als bovenvermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door P.A.M. Pijnenburg, voorzitter, M. Harthoorn en L.B.M. Klein Tank, en voor wat betreft de beslissing in tegenwoordigheid van N.A. de Grave, griffier, in het openbaar uitgesproken op 8 april 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is ondertekend door de griffier, en door M. Harthoorn, aangezien de voorzitter is verhinderd deze te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aangetekend in afschrift aan partijen verzonden op: 15 april 2021</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het aanwenden van een rechtsmiddel:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij <emphasis role="bold">de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad </emphasis><emphasis role="bold underline">www.hogeraad.nl</emphasis>. </para>
      <para>Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan <emphasis role="bold">de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. </emphasis>Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie <emphasis role="bold underline">www.hogeraad.nl</emphasis>). </para>
      <para>Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:</para>
    </parablock>
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>Bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>(Alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <orderedlist numeration="loweralpha">
      <listitem>
        <para>de naam en het adres van de indiener;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de dagtekening;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>e gronden van het beroep in cassatie.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <parablock>
      <para>Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.</para>
      <para>In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de andere partij te veroordelen in de proceskosten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_28f977ed-4bc6-4938-8bf1-5867d89c50ca" label="1">
    <para> 1 punt voor het hoger verweerschrift en 1 punt voor het verschijnen op de zitting, zie Bpb.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>