<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2020:44</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-07-25T08:48:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-01-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-01-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.212.545_01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2020:44">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2020:44</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-07-25T08:47:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-07-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2020:44 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 09-01-2020 / 200.212.545_01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2020:44:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Huwelijksvermogensrecht. (Nederlandse) Wettelijke algehele gemeenschap van goederen. Uitzondering eenheidsbeginsel; op onroerende zaak in Duitsland is Duits recht van toepassing. ‘Zugewinn’. Verdeling eenmanszaak in Duitsland en aandelen in Nederlandse besloten vennootschap. Waarderingsmethode. Discounted cash flow (DCF). Aanmerkelijk belang-claim. Contante waarde en nominaal percentage.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2020:44:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Team familie- en jeugdrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Uitspraak: 9 januari 2020</para>
    <para>Zaaknummer: 200.212.545/01</para>
    <para>Zaaknummer eerste aanleg: C/04/126275 / FA RK 13-1564</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>in de zaak in hoger beroep van:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold underline">
        [de vrouw]
      </emphasis>,</para>
    <para>wonende te [woonplaats]</para>
    <para>,</para>
    <para>verzoekster in principaal appel,</para>
    <para>verweerster in incidenteel appe</para>
    <para>l,</para>
    <para>hierna te noemen: de vrouw,</para>
    <para>advocaat: mr. R.M.H.H. Tuinstra te Maastricht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>tegen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold underline">
        [de man]
      </emphasis>,</para>
    <para>wonende te [woonplaats]</para>
    <para>,</para>
    <para>verweerder in principaal appel,</para>
    <para>verzoeker in incidenteel appel, </para>
    <para>hierna te noemen: de man,</para>
    <para>advocaat: mr. N.H.J. van der Pluijm te Panningen.</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De beschikking d.d. 6 juni 2019</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij die beschikking heeft het hof nadere inlichtingen aan partijen gevraagd en is iedere verdere beslissing aangehouden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Het verdere verloop van het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Beide partijen hebben een akte uitlating na tussenbeschikking genomen en daarbij producties overgelegd.</para>
        <para>Vervolgens hebben beide partijen een antwoordakte genomen waarbij zij op elkaars akten met producties hebben gereageerd. De man heeft bij zijn antwoordakte nadere producties in het geding gebracht; de vrouw heeft bij haar antwoordakte één productie in het geding gebracht.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>Het hof heeft vervolgens een datum vastgesteld voor uitspraak.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <para>In de tussenbeschikking van 6 juni 2019 heeft het hof aangekondigd een deskundigenonderzoek te zullen gelasten met betrekking tot het geschil over het pand [adres 2] te [plaats 2] , Duitsland. Het hof heeft partijen in de gelegenheid gesteld zich over dit voornemen uit te laten.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het pand [adres 2] te [plaats 2]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>7.2.1.</nr>
        <para>Het hof heeft aangekondigd advies te zullen inwinnen bij het IJI alvorens de formele rechtsgeldigheid te beoordelen van de rechtskeuze voor Duits huwelijksvermogensrecht die partijen tijdens hun huwelijk, te weten in 2001, hebben gemaakt ten aanzien van het voormelde pand in Duitsland, welke rechtskeuze is vastgelegd in de “Notarielle Urkunde” d.d. 28 maart 2001 (gedeeltelijk  weergegeven in rechtsoverweging 5.7 van de tussenbeschikking). De aan het IJI voor te leggen vraag is geformuleerd onder 5.9 van de tussenbeschikking.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>7.2.2.</nr>
        <para>De vrouw heeft er in haar reactie op het voornemen van het hof op gewezen dat partijen het erover eens zijn dat aan de vormvereisten voor de rechtskeuze voor Duits huwelijksvermogensrecht ten aanzien van het voormelde pand is voldaan. Zij heeft in dit verband verwezen naar het advies van mr. [mr.] (productie 28 bij verweerschrift tevens incidenteel appelschrift van de man). Een advies van het IJI is volgens de vrouw niet nodig.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>7.2.3.</nr>
        <para>De man heeft ingestemd met het voornemen van het hof om advies in te winnen bij het IJI, met dien verstande dat (ook) de man van mening is dat ten aanzien van de rechtskeuze van partijen is voldaan aan de vormvereisten die zijn gesteld in de artikelen 12 en 13 HVV 1978.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>7.2.4.</nr>
        <parablock>
          <para>Het hof overweegt hieromtrent het volgende.</para>
          <para>De omstandigheid dat beide partijen van mening zijn dat aan de formele vereisten is voldaan voor de aanwijzing van Duits recht als toepasselijk recht ten aanzien van het voormelde pand in Duitsland, neemt niet weg dat het hof gehouden is ambtshalve de formele rechtsgeldigheid van de notariële akte te toetsen. Het hof ziet in hetgeen door partijen is aangevoerd dan ook geen aanleiding om af te zien van het voornemen om advies te vragen aan een deskundige zoals aangekondigd in de tussenbeschikking.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>7.2.5</nr>
        <para>Het IJI heeft het hof bericht dat zij in het kader van een conflictcheck hebben geconstateerd dat in dit dossier, afgaande op de genoemde namen van de advocaten, niet eerder is geadviseerd. Wel is aan het advocatenkantoor Van der Pluijm (Panningen) in een andere zaak – niet zijnde tussen partijen – geadviseerd en het IJI heeft het hof gevraagd of zulks een verhindering oplevert om in dit dossier te adviseren.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>7.2.6</nr>
        <para>Het hof is van oordeel dat zulks op voorhand niet valt uit te sluiten, hetgeen met zich brengt dat het hof – tenzij partijen desalniettemin eensluidend toch instemmen met benoeming van het IJI – voornemens is om advies in te winnen bij het Asser Instituut in plaats van bij het IJI. Het hof zal partijen in de gelegenheid stellen zich over (de reden van) deze voorgenomen wijziging van de persoon van de te benoemen deskundige uit te laten. </para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">op het principaal en incidenteel appel:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt partijen in de gelegenheid zich uiterlijk binnen vier weken na heden uit te laten over het voornemen tot benoeming van het T.M.C. Asser Instituut, [adres] te ( [postcode] ) [vestigingsplaats] en over het bepaalde in rov. 7.2.6; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan tot 12 maart 2020 PRO FORMA.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. G.J. Vossestein, P.P.M. van Reijsen en</para>
      <para>M.A. Ossentjuk, bijgestaan door de griffier, en is op 9 januari 2020 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>