<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2020:336</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-02-05T12:13:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-02-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-02-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.240.451_01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHSHE:2019:3192" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2019:3192</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2020:336">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2020:336</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-02-05T12:13:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-02-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2020:336 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 04-02-2020 / 200.240.451_01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2020:336:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verhuur woonruimte aan uitzendbureau voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Beëindiging van de huur met wederzijds goedvinden. Is in het kader daarvan huur kwijtgescholden? Is betaling van een “overbruggingsuitkering” aan de verhuurder overeengekomen? Uitzendbureau ziet af van bewijslevering. Vervolg op hof ’s Hertogenbosch 27 augustus 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:3192.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2020:336:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH </bridgehead>
    <para>Team Handelsrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer 200.240.451/01</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van 4 februari 2020</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Uitzendbureau [vestigingsnaam] B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>appellante,</para>
      <para>hierna aan te duiden als [Uitzendbureau] ,</para>
      <para>advocaat: onttrokken, voorheen mr. D.M. Lamers te Eindhoven,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [geïntimeerde] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>geïntimeerde,</para>
      <para>hierna aan te duiden als [geïntimeerde] ,</para>
      <para>advocaat: mr. F.G.J. van der Kruis te Son en Breugel,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>als vervolg op de door het hof gewezen tussenarresten van 24 juli 2018 en 27 augustus 2019 in het hoger beroep van het door de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven, onder zaaknummer 6394729 \ CV EXPL 17-9312 gewezen vonnis van 8 februari 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het tussenarrest van 27 augustus 2019;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het H-formulier van 4 november 2019, waarbij de advocaat van [Uitzendbureau] zich aan de zaak heeft onttrokken en waarna zich namens [Uitzendbureau] geen nieuwe advocaat heeft gesteld.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [geïntimeerde] heeft daarna arrest gevraagd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>9</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>9.1.1.</nr>
      <para>Bij het tussenarrest van 27 augustus 2019 heeft het hof [Uitzendbureau] toegelaten om:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>I.   te bewijzen dat [geïntimeerde] haar de huur over de periode van 20 mei 2017 tot 20 juli 2017 heeft kwijtgescholden;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>II.   tegenbewijs te leveren tegen de voorshands bewezen geachte stelling van [geïntimeerde] dat partijen in het kader van de tussentijdse beëindiging van de huurovereenkomst zijn overeengekomen dat [Uitzendbureau] aan [geïntimeerde] een overbruggingsbedrag van € 750,-- zou voldoen.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.1.2.</nr>
      <para>Nadat een datum voor de te houden getuigenverhoren was bepaald, heeft de advocaat van [Uitzendbureau] zich aan de zaak onttrokken. [Uitzendbureau] heeft de gelegenheid gekregen om een nieuwe advocaat te stellen, maar geen gebruik gemaakt van die gelegenheid. Er hebben geen getuigenverhoren plaatsgevonden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.1.3.</nr>
      <para>
        [geïntimeerde] heeft vervolgens arrest gevraagd.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De verdere beoordeling van grief I: de vordering ter zake de huur over de periode van 20 mei 2017 tot 20 juli 2017</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.2.1.</nr>
      <para>In verband met grief I heeft het hof [Uitzendbureau] toegelaten om te bewijzen dat [geïntimeerde] haar de huur over de periode van 20 mei 2017 tot 20 juli 2017 heeft kwijtgescholden. [Uitzendbureau] heeft dit bewijs niet geleverd. Dat [geïntimeerde] [Uitzendbureau] de huur heeft kwijtgescholden is niet komen vast te staan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.2.2.</nr>
      <para>Het hof concludeert daarom dat de vordering ter zake de huur over de twee maanden van 20 mei 2017 tot 20 juli 2017 (twee maal € 1.914,--) terecht is toegewezen. Het hof verwerpt grief I. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De verdere beoordeling van grief II: de vordering ter zake het overbruggingsbedrag</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.3.1.</nr>
      <para>In verband met grief II heeft het hof [Uitzendbureau] toegelaten tot het leveren van tegenbewijs tegen de voorshands bewezen geachte stelling van [geïntimeerde] dat partijen in het kader van de tussentijdse beëindiging van de huurovereenkomst zijn overeengekomen dat [Uitzendbureau] aan [geïntimeerde] een overbruggingsbedrag van € 750,-- zou voldoen. [Uitzendbureau] heeft geen tegenbewijs geleverd. Daarmee is nu komen vast te staan dat partijen in het kader van de tussentijdse beëindiging van de huurovereenkomst zijn overeengekomen dat [Uitzendbureau] aan [geïntimeerde] een overbruggingsbedrag van € 750,-- zou voldoen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.3.2.</nr>
      <para>De kantonrechter heeft de vordering ter zake het overbruggingsbedrag dus terecht toegewezen. Het hof verwerpt grief II.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Met betrekking tot grief III: wettelijke rente, buitengerechtelijke kosten en proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.4.1.</nr>
      <para>Grief III is gericht tegen de veroordelingen die in het vonnis ten laste van [Uitzendbureau] zijn uitgesproken ten aanzien van de wettelijke rente, buitengerechtelijke kosten en proceskosten. In de toelichting op deze grief heeft [Uitzendbureau] uitsluitend aangevoerd dat de door [geïntimeerde] ingestelde vordering had moeten worden afgewezen. Volgens [Uitzendbureau] brengt dat mee dat:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>ook de wettelijke rente en incassokosten niet hadden moeten worden toegewezen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [geïntimeerde] in de proceskosten had moeten worden veroordeeld. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.4.2.</nr>
      <para>Omdat het hof de grieven I en II heeft verworpen, moet geconcludeerd worden dat de kantonrechter de door [geïntimeerde] gevorderde hoofdsom terecht heeft toegewezen. Dat brengt mee dat ook grief III verworpen moet worden.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Conclusie en afwikkeling</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.5.</nr>
      <parablock>
        <para>Omdat geen van de grieven doel treft, zal het hof het bestreden vonnis bekrachtigen.</para>
        <para>Het hof zal [Uitzendbureau] als de in het ongelijk gestelde partij veroordelen in de proceskosten van het hoger beroep en deze proceskostenveroordeling, zoals door [geïntimeerde] gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad verklaren.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>De uitspraak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bekrachtigt het door de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven, onder zaaknummer 6394729 \ CV EXPL 17-9312 tussen partijen gewezen vonnis van 8 februari 2018;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [Uitzendbureau] in de proceskosten van het hoger beroep, en begroot die kosten tot op heden aan de zijde van [geïntimeerde] op € 318,-- aan griffierecht en op € 1.518,-- aan salaris advocaat;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. I.B.N. Keizer, M. van Ham en N.W.M. van den Heuvel en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 4 februari 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>	griffier					rolraadsheer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>