<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2020:28</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-01-10T12:00:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-01-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-01-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">K19/200232</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#raadkamer">Raadkamer</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001903&amp;artikel=12&amp;g=2016-12-01">Wetboek van Strafvordering 12</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001854&amp;artikel=326&amp;g=2010-04-01">Wetboek van Strafrecht 326</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2020:28">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2020:28</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-01-09T09:31:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-01-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2020:28 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 07-01-2020 / K19/200232</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2020:28:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beklag tegen het niet vervolgen van beklaagde ter zake van oplichting c.q. diefstal. Het hof is van oordeel dat toerekenbare tekortkoming in de nakoming van verplichtingen uit een wederkerige overeenkomst (wanprestatie) noch in het Wetboek van Strafrecht noch in enige andere strafwetgeving strafbaar wordt gesteld. Het hof wijst op die grond het beklag af.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2020:28:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Klachtnummer: K19/200232</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Beschikking van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 7 januari 2020 inzake het beklag ex artikel 12 van het Wetboek van Strafvordering van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>[Naam klager], </title>
    <parablock>
      <para>wonende te [plaats], </para>
      <para>hierna te noemen: klager,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>over de beslissing van de officier van justitie van het arrondissementsparket  tot het niet vervolgen van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>[Naam beklaagde],</title>
    <parablock>
      <para>wonende te [plaats], </para>
      <para>hierna te noemen: beklaagde,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wegens oplichting c.q. diefstal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De feitelijke gang van zaken.</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op [datum] heeft klager aangifte gedaan van oplichting c.q. diefstal, gepleegd door beklaagde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van [datum] is namens de officier van justitie aan klager bericht dat de zaak niet zal worden vervolgd wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor de gebeurtenis. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hierop heeft klager bij brief van [datum] een klaagschrift ingediend bij het hof, ingekomen ter griffie van het hof op [datum], met het verzoek de vervolging te bevelen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft in het schriftelijk verslag van [datum], ingekomen ter griffie van het hof op [datum], het hof geadviseerd het beklag af te wijzen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op [datum] is het klaagschrift in raadkamer van het hof behandeld in aanwezigheid van klager. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gepersisteerd bij het schriftelijk verslag.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>De beoordeling.</title>
    <para />
    <paragroup>
      <para>I. De klacht</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het klaagschrift ziet op de beslissing van het openbaar ministerie om beklaagde niet te vervolgen ter zake van oplichting c.q. diefstal. Klager stelt dat zijn schade ruim € 40.000,- bedraagt.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>De stukken in het dossier voor zover deze feiten en omstandigheden bevatten die van belang zijn voor de beoordeling van de klacht</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title />
    <paragroup>
      <parablock>
        <para>II. De stukken in het dossier voor zover deze feiten en omstandigheden bevatten die van belang zijn voor de beoordeling van de klacht</para>
        <para />
        <para>
          <emphasis role="italic">Proces-verbaal van aangifte </emphasis>
        </para>
        <para>Klager heeft, zakelijk weergegeven, verklaard dat hij op [datum] bij beklaagde een draaimolen heeft gekocht. Hiervoor heeft klager, inclusief BTW, € 32.500,- betaald. De totale koopsom bedroeg € 35.000,- exclusief BTW. Het resterende bedrag, € 9.850,-, zou klager uiterlijk vóór [datum] betalen. Klager heeft eerstgenoemd bedrag tijdig op de rekening van [naam VOF] gestort. Na de aankoop op [datum] is afgesproken dat de draaimolen bij beklaagde zou blijven in verband met het gebrek aan ruimte bij klager. Op [datum] heeft klager gebeld naar beklaagde. Klager had namelijk vernomen dat de door hem gekochte draaimolen niet meer in het bezit van beklaagde zou zijn. De draaimolen zou op [datum] zijn meegenomen en er zou beslag op zijn gelegd. Beklaagde zei dat het niet waar was dat er op de carrousel beslag was gelegd. Op [datum] is klager naar beklaagde gereden. Klager zag dat beklaagde schrok en samen met beklaagde is klager naar de loods gelopen. In de loods stond helemaal niets meer. Beklaagde draaide eromheen en kon klager niet vertellen waar de draaimolen was gebleven. Klager kreeg verder geen fatsoenlijk antwoord op de vraag waar de carrousel was. Op de vraag waarom beklaagde klager niet had geïnformeerd antwoordde beklaagde dat hij klager niet wilde belasten met zijn problemen. </para>
        <para>Klager heeft veel geld betaald voor een draaimolen die niet in zijn bezit is gekomen. Beklaagde heeft geld van klager aangenomen en de goederen niet geleverd. Er is een koopcontract getekend en klager is in het bezit van een factuur.</para>
        <para />
      </parablock>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proces-verbaal van verhoor beklaagde d.d. 29 januari 2019</emphasis>
        </para>
        <para>Beklaagde is als verdachte gehoord en heeft, zakelijk weergegeven, verklaard dat hij in [jaartal] geld heeft geleend van [naam] en in dat verband is de carrousel verpand. Beklaagde kon zijn financiële verplichtingen jegens [naam] niet nakomen, waardoor beklaagde zich niet heeft verzet tegen de uitwinning van het pandrecht en heeft hij ingestemd met de verkoop van de carrousel. Vanwege zijn voormalige financiële problemen heeft beklaagde ook geprobeerd om de carrousel en de plaatsen voor het seizoen [jaartal] aan klager te verkopen. Beklaagde betreurt zijn handelwijze. Voor zover beklaagde zich kan herinneren, heeft hij destijds klager laten weten dat er sprake was van pandrecht, maar dit was volgens klager geen probleem. Naderhand heeft beklaagde onderhandeld met klager en is afgesproken dat beklaagde klager € 51.000,- in termijnen zou terugbetalen en klager definitief zou afzien van de aanspraak op de carrousel en de bijbehorende plaatsen. Deze afspraak is later ook door klager schriftelijk bevestigd. Inmiddels heeft beklaagde een belangrijk deel van deze schuld aan klager voldaan. In totaal heeft beklaagde al € 10.000 betaald. Op [datum] is met klager de vaststellingsovereenkomst opgesteld. Vanaf het moment dat er een andere procedure werd gestart, is beklaagde gestopt met het afbetalen van de schuld.</para>
        <para />
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>III.Onderzoek in raadkamer</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>In raadkamer heeft klager overeenkomstig zijn aangifte en klaagschrift verklaard. Aanvullend heeft klager verklaard dat hij de koopovereenkomst met beklaagde heeft ontbonden. Volgens klager heeft beklaagde gebruik gemaakt van een van de oplichtingsmiddelen waardoor klager de dupe is geworden. Beklaagde was door zijn geldlener gewaarschuwd en hij wist dat er een pandrecht op de carrousel zat. Klager is niet de enige die de dupe is geworden van de praktijken van beklaagde. Klager is door toedoen van klager veel geld kwijt geraakt. De terugbetaling door beklaagde is bij € 10.000,- stopgezet en er is geen zicht op verdere terugbetaling.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title />
    <paragroup>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>IV. Het hof</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Om te kunnen komen tot gegrondverklaring van een klacht moet het hof allereerst van oordeel zijn dat er op grond van de voorhanden stukken voldoende bewijs aanwezig is of dat door middel van nader onderzoek voldoende bewijs kan worden vergaard op basis waarvan het aannemelijk kan worden geacht dat de strafrechter tot een veroordeling van beklaagde zal kunnen komen. </para>
      </parablock>
      <parablock>
        <para>Vervolgens dient de vraag zich aan of vervolging ook opportuun is. Bij de beantwoording van die vraag moeten, behalve de belangen van klaagster, ook andere belangen, waaronder het algemeen belang en het belang van beklaagde, worden meegewogen. Dat betekent dat niet in alle gevallen waarin voldoende bewijs voorhanden lijkt te zijn of mogelijk zou kunnen worden vergaard, besloten wordt om de zaak aan de strafrechter voor te leggen. </para>
      </parablock>
      <parablock>
        <para>Klager heeft voor € 42.350,- een carrousel gekocht van beklaagde. Op deze carrousel zat een pandrecht. Nadat bleek dat de carrousel weg was heeft klager de koopovereenkomst ontbonden. Nadien is er tussen klager en beklaagde afgesproken dat beklaagde klager zou terugbetalen in termijnen waarbij steeds € 1.000,- zou worden betaald. Beklaagde heeft in totaal tien maanden betaald en is daarna gestopt met de maandelijkse afbetaling van de schuld.</para>
      </parablock>
      <parablock>
        <para>Mede gelet op de overige uit het dossier en uit het onderzoek ter zitting blijkende feiten en omstandigheden, acht het hof onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van een of meer strafbare feiten aanwezig om de vervolging te bevelen. Niet is immers aannemelijk geworden dat beklaagde voordat hij met klager de koopovereenkomst sloot zich heeft bediend van een of meer oplichtingsmiddelen als bedoeld in artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
        <para>Voorts geldt voorshands het navolgende.</para>
        <para>Klager heeft met beklaagde een koopovereenkomst met betrekking tot een carrousel gesloten. Vervolgens is beklaagde zijn verplichting tot levering aan klager van de carrousel niet nagekomen, waarna klager de overeenkomst buitengerechtelijk heeft ontbonden en partijen een nieuwe overeenkomst tot terugbetaling aan klager van het door deze betaalde deel van de koopsom hebben gesloten. Deze nieuwe overeenkomst is beklaagde slechts gedeeltelijk nagekomen.</para>
        <para>Voorshands moet dus worden vastgesteld dat beklaagde tweemaal toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit met klager gesloten overeenkomsten. Anders gezegd: beklaagde heeft tweemaal wanprestatie jegens klager gepleegd.</para>
        <para>Toerekenbare tekortkoming in de nakoming van verplichtingen uit een wederkerige overeenkomst (wanprestatie) wordt noch in het Wetboek van Strafrecht noch in enige andere strafwetgeving strafbaar gesteld.</para>
        <para>Reeds op die grond dient het beklag te worden afgewezen. </para>
      </parablock>
      <parablock>
        <para>Ten overvloede wijst het hof klager op de mogelijkheid een civielrechtelijke procedure te starten om algehele terugbetaling van het door hem aan beklaagde betaalde deel van de koopsom van de carrousel, eventueel vermeerderd met rente en (proces)kosten te bewerkstelligen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <rs:para xmlns:rs="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing.</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het hof wijst het beklag af.</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven door</para>
      <para>mr. P.T. Gründemann, voorzitter,</para>
      <para>mr. M.E.F.H. van Erve en mr. A.C. van der Schans, raadsheren,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. R.M. Gloudemans, griffier,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op 7 januari 2020. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. M.E.F.H. van Erve en mr. A.C. van der Schans zijn buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Tegen deze beslissing staat geen gewoon rechtsmiddel open.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>