<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2020:2563</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-05-06T15:07:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-08-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-08-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.242.324_01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2020:2563">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2020:2563</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-05-06T15:01:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-05-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2020:2563 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 11-08-2020 / 200.242.324_01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2020:2563:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>inhoud overeenkomst van aanneming van werk; oplevering werk door aannemer door opruiming steigers en vertrek met zijn spullen; zichtbare gebreken niet binnen redelijke termijn na oplevering door opdrachtgever gemeld; gesteld gebrek inzake overkraging geen onzichtbaar gebrek en daarom niet binnen redelijke termijn gemeld</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2020:2563:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH  </bridgehead>
    <para>Team Handelsrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer 200.242.324/01</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van 11 augustus 2020</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gewezen in het incident ex artikel 225 Rv </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [appellant]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>appellant,</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">hierna aan te duiden als: [appellant] ,</emphasis>
      </para>
      <para>advocaat: mr. S. van Buuren te Westmaas,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [geïntimeerde] , </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">tevens handelend onder de naam [Metsel- en Tegelbedrijf] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>geïntimeerde,</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">hierna aan te duiden als: [geïntimeerde] ,</emphasis>
      </para>
      <para>advocaat: mr. G.J. de Hosson te Utrecht,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 4 september 2018 in het hoger beroep van het door de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, onder zaaknummer C/02/329407/HA ZA 17-261 gewezen vonnis van 4 april 2018. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het tussenarrest van 4 september 2018 waarbij het hof een comparitie na aanbrengen heeft gelast;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het proces-verbaal van comparitie van 8 januari 2019;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de memorie van grieven tevens houdende wijziging van eis met producties;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de memorie van antwoord;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het H10-formulier van [appellant] voor de rol van 11 juni 2019 waarbij hij pleidooi heeft gevraagd;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de akte schorsing rechtsgeding ex artikel 225 Rv van [geïntimeerde] met één productie;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de antwoordakte schorsing rechtsgeding ex artikel 225 Rv van [appellant] .</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft een datum bepaald voor arrest in het incident.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>6</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">In het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>De akte schorsing rechtsgeding ex artikel 225 Rv strekt tot schorsing van de zaak op grond van artikel 225 Rv in verband met het overlijden van [geïntimeerde] op 6 april 2020.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>
        [appellant] voert gemotiveerd verweer tegen het schorsingsverzoek. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>Na het overlijden van een partij kan de procedure op grond van het bepaalde in artikel 225 Rv worden geschorst. Voor een geldige schorsing in geval van overlijden van een procespartij is vereist dat de aanzegging tot schorsing de personalia vermeldt van de belanghebbenden die tot schorsing overgaan, de schorsingsgrond, het rechtsfeit dat hen tot belanghebbende maakt en de aanzegging dat men schorst. Het hof constateert dat niet al deze gegevens in de akte verzoek schorsing zijn opgenomen. In het bijzonder ontbreken de personalia van de belanghebbenden die tot schorsing overgaan. Dat betekent dat de schorsing niet geldig is gedaan en het geding niet is geschorst wegens het overlijden van [geïntimeerde] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4.</nr>
      <para>De beslissing over de proceskosten zal worden aangehouden tot het eindarrest in de hoofdzaak.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">In de hoofdzaak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.5.</nr>
      <para>In de hoofdzaak heeft [appellant] op 11 juni 2019 pleidooi gevraagd, waarna het hof het pleidooi bepaald heeft op 29 mei 2020. Die zitting is niet doorgegaan. Het hof zal de zaak naar de rol verwijzen voor opgave van nieuwe verhinderdata door beide partijen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.6.</nr>
      <para>Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De uitspraak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in het incident:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst de vordering af;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt de beslissing over de proceskosten aan tot de einduitspraak in de hoofdzaak;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in de hoofdzaak:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verwijst de zaak naar de rol van 25 augustus 2020 voor opgave verhinderdata over de periode oktober 2020 t/m maart 2021, ambtshalve peremptoir;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, A.J. Henzen en J.M.H. Schoenmakers </para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 11 augustus 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>	griffier					rolraadsheer</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>