<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2020:169</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-01-28T14:11:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-01-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-01-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.229.096_01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHSHE:2019:3964" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2019:3964</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2020:169">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2020:169</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-01-28T14:11:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-01-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2020:169 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 21-01-2020 / 200.229.096_01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2020:169:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bouwzaak. Afrekening.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2020:169:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">GERECHTSHOF  ̓s-HERTOGENBOSCH</emphasis>
  </para>
  <para>Team handelsrecht</para>
  <parablock>
    <para>zaaknummer  200.229.096/01</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">arrest van 21 januari 2020</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>in de zaak van</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [appellant]
      </emphasis>, </para>
    <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
    <para>appellant,</para>
    <para>advocaat: mr. J.B. Maliepaard te Bleiswijk,</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>tegen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [geïntimeerde]
      </emphasis>,</para>
    <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
    <para>geïntimeerde,</para>
    <para>advocaat: mr. A.F.H. Spoormaker te Zoetermeer,</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>als vervolg op de tussenarresten van dit hof van 30 januari 2018 en 29 oktober 2019 in het hoger beroep van het door de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Tilburg, onder zaaknummer/rolnummer 5071890 CV EXPL 16-3692 tussen partijen gewezen vonnis van 21 december 2016.</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Het verdere verloop van het geding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het tussenarrest van 29 oktober 2019.</para>
      <para>Het hof heeft een datum voor arrest bepaald.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>9</nr>De verdere beoordeling </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>9.1.</nr>
      <para>Bij tussenarrest van 29 oktober 2019 heeft het hof [appellant] in de gelegenheid gesteld een akte te nemen over bepaalde standpunten en producties (tussenarrest, 6.11). [appellant] heeft geen akte genomen. Zijn uitstelverzoek is afgewezen. De zaak is weer op de rol gekomen voor arrest.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.2.</nr>
      <para>Het hof moet nog vorderingen A, B, D en E beoordelen (tussenarrest, 6.11 en 6.21; het hof verbetert de kennelijke schrijffout in 6.11 slotzin: het oordeel over vorderingen A, B en E is aangehouden en vordering C is in hoger beroep niet aan de orde).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Vorderingen A, B, D en E betreffen het volgende (tussenarrest, 6.3, 6.4 en 6.6):</para>
        <para>A. € 6.050,00 ter zake de factuur van 31 oktober 2015 ter zake de tweede termijn;</para>
        <para>B. € 2.086,65 ter zake de factuur van 7 december 2015 ter zake meerwerk;</para>
        <para>D. € 700,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;</para>
        <para>E. € 1.496,00 als onverschuldigde betaling.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.4.</nr>
      <para>
        [geïntimeerde] heeft de vorderingen A en B en zijn verweer tegen vordering E nader toegelicht als volgt (tussenarrest, 6.10):</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Vordering A (2e termijn) (memorie van antwoord, 16-18):</para>
      </parablock>
      <para>- materiaal voor staalconstructie (factuur, productie 3 bij antwoord);</para>
      <para>- pvc doorvoerbochten (factuur, productie 4 bij antwoord);</para>
      <para>- kozijnen (factuur, productie 5 bij antwoord);</para>
      <para>- materiaal en loodgieterswerkzaamheden (factuur, productie 6 bij antwoord);</para>
      <para>- werkzaamheden in oktober 2015: lijmwerk begane grond en eerste verdieping, plaatsen balklaag en Fins vuren op de eerste en tweede zolder, plaatsen staalconstructie, plaatsen 5 raamkozijnen en 5 deurkozijnen, loodgieter voorbereidingen voor toiletgroep.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Vordering B (meerwerk) (memorie van antwoord, 43-47):</para>
      </parablock>
      <para>- boorwerkzaamheden voor de meterkast (factuur, productie 7 bij antwoord);</para>
      <para>- stijgleiding wc boven plaatsen, aanleggen water/riool, aanleg warmwaterleiding, werkzaamheden meterkast, watertappunt meterkast, aanleggen waterleiding wastafel (memorie van antwoord, 45; factuur, productie 8);</para>
      <para>- levering vurenhoutplanken meterkast (factuur, productie 9 bij antwoord).</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verweer tegen vordering E (1e termijn, onverschuldigde betaling) (memorie van antwoord, 11-15):</para>
      </parablock>
      <para>- levering diverse ytongblokken, 80 houten balken, 120 m2 Fins vurenhout (ongeveer € 7.000,00, zie facturen leveranciers, producties 1 en 2):</para>
      <para>- start stel- en lijmwerkzaamheden;</para>
      <para>- 16 manuren per dag op 29 september 2015 en 2, 3 en 4 oktober 2015 (meet en stelwerk profielen eerste laag Ytong in de specie op de vloer metselen, lijmwerk, steigerwerk).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.5.</nr>
      <para>
        [appellant] heeft deze standpunten en producties van [geïntimeerde] niet bestreden, ofschoon [appellant] daartoe in de gelegenheid is gesteld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.6.</nr>
      <para>Het moet bij deze stand van zaken ervoor worden gehouden dat deze standpunten van [geïntimeerde] juist zijn. Het hof gaat er bij gebreke van nadere gegevens van uit dat de door [geïntimeerde] omschreven werkzaamheden en materialen voldoende zijn om de gefactureerde bedragen te rechtvaardigen. Het voorgaande betekent dat vorderingen A en B (in zoverre) gegrond zijn en terecht (gedeeltelijk) door de kantonrechter zijn toegewezen en dat het verweer van [geïntimeerde] tegen vordering E slaagt. Grieven 1 tot en met 4 falen ook in zoverre.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.7.</nr>
      <para>Grief 6 betreft de buitengerechtelijke kosten (vordering D) en de proceskosten. Uit het voorgaande volgt dat de kantonrechter de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten op goede gronden gedeeltelijk heeft toegewezen. [appellant] is als de in het ongelijk gestelde partij terecht in de proceskosten in eerste aanleg veroordeeld. Grief 6 faalt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.8.</nr>
      <para>De conclusie is dat de grieven falen. Het vonnis moet worden bekrachtigd. [appellant] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten in hoger beroep worden veroordeeld.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>De uitspraak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bekrachtigt het bestreden vonnis;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [appellant] in de proceskosten van het hoger beroep, en begroot die kosten tot op heden aan de zijde van [geïntimeerde] op € 313,00 aan griffierecht en op € 2.782,00 aan salaris advocaat;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. I.B.N. Keizer, M.G.W.M. Stienissen en L.S. Frakes en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 21 januari 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>		griffier						rolraadsheer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>