<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2020:1674</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-06-04T12:55:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-05-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-05-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.187.155_01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHSHE:2016:5177" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2016:5177</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHSHE:2017:1929" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2017:1929</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHSHE:2018:3593" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2018:3593</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHSHE:2019:2049" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2019:2049</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2020:1674">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2020:1674</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-06-04T12:54:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-06-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2020:1674 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 28-05-2020 / 200.187.155_01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2020:1674:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Omgangsregeling</para>
        <para>Raadsonderzoek</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2020:1674:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Afdeling civiel recht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Uitspraak: 28 mei 2020</para>
    <para>Zaaknummer: 200.187.155/01</para>
    <para>Zaaknummer eerste aanleg: C/02/298917 / FA RK 15-2975</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>in de zaak in hoger beroep van:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold underline">
        [appellant]
      </emphasis>,</para>
    <para>wonende te </para>
    <para>
      [woonplaats] ,</para>
    <para>appellant in principaal appel,</para>
    <para>verweerder in incidenteel appe</para>
    <para>l,</para>
    <para>hierna te noemen: de vader,</para>
    <para>advocaat: mr. M.E.J. de Hart,</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>tegen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold underline">
        [verweerster]
      </emphasis>,</para>
    <para>wonende te </para>
    <para>
      [woonplaats] ,</para>
    <para>verweerster in principaal appel,</para>
    <para>appellante in incidenteel appel,</para>
    <para>hierna te noemen: de moeder,</para>
    <para>advocaat: mr. F.J.I. van den Branden.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:</para>
    <para>de Raad voor de Kinderbescherming,</para>
    <para>vestiging: [vestiging] ,</para>
    <para>hierna te noemen: de raad.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>In deze zaak wordt als belanghebbende aangemerkt:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold underline">
        [belanghebbende]
      </emphasis>,</para>
    <para>wonende te [woonplaats] , </para>
    <para>hierna te noemen: de partner van de moeder.  </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Deze beschikking gaat over<emphasis role="bold"> [minderjarige] , </emphasis>geboren op [geboortedatum] 2014 te [geboorteplaats] en is een vervolg op de beschikkingen van het hof van 17 november 2016, 4 mei 2017, 23 augustus 2018 en 6 juni 2019.</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      <nr>17</nr>De beschikking d.d. 6 juni 2019</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij die beschikking heeft het hof de (advocaat van de) moeder verzocht tijdig vóór 7 november 2019  het hof te berichten over het verloop en het resultaat van de behandeling/therapie van de moeder, onder gelijktijdige verstrekking van een afschrift daarvan aan de overige belanghebbenden en de raad, waarna dezen gelegenheid kregen om hierop te reageren; </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>18</nr>Het verdere verloop van het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>18.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het hof heeft kennisgenomen van de inhoud van:</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">-	</emphasis>het bericht van de advocaat van de moeder d.d. 7 november 2019, houdende mededeling dat deze zich aan de zaak heeft onttrokken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>19</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">In het principaal en het incidenteel appel</emphasis>:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt als volgt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>19.1</nr>
      <para>Inmiddels is recht gedaan aan de factor tijd, die nodig was om in deze zaak een punt te vinden van waaraf een positief traject kan worden ingezet. Het hof gaat er daarom van uit dat beide ouders, de moeder daarbij ook ondersteund door haar partner, nu in staat en bereid zullen zijn om hetgeen zij realiseerbaar achten, ook daadwerkelijk in te zetten.  Het hof zal niet meer dan dat verlangen. Ouderschapsbemiddeling wordt niet ingezet, nu de motivatie en / of het vermogen daartoe bij een van de ouders ontbreekt. Het hof wil dat respecteren.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dat betekent dat de vader hetgeen de raad van hem verwacht dient op te pakken:  </para>
      </parablock>
      <para />
      <para> de vader gaat zich bezighouden met het inwinnen van informatie over de specifieke intensieve problematiek van [minderjarige] ; de vader dient contact op te nemen met [naam] om invulling aan deze opdracht te geven; </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor de moeder betekent dit:</para>
      </parablock>
      <para />
      <para> De moeder zal de vader in zijn opdracht faciliteren en daartoe, ondersteund door haar partner, met de hulpverleners rond [minderjarige] het kader vormen waarbinnen de vader zijn rol zal kunnen invullen;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor de moeder en de vader zal de navolgende informatieregeling gaan gelden:</para>
      </parablock>
      <para />
      <para> De moeder zal de vader eens per kwartaal informeren door per e-mail over [minderjarige] aan de vader te berichten over haar wel en wee, voorzien van een recente foto en of filmpje; </para>
      <parablock>
        <para>de vader zal de verstrekte informatie niet met derden delen, zijn huplverlener(s) uitgezonderd; </para>
        <para>met name zal de vader er voor zorgen dat foto’s en films aangaande [minderjarige] niet met derden worden gedeeld en / of op social media worden geplaatst; </para>
        <para>van de vader wordt verwacht dat hij met steun van zijn hulpverlener af en toe (dat hoeft niet iedere keer) aan het adres van de moeder per e-mail reageert op de door de moeder verstrekte informatie.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>19.2.</nr>
      <para>Het hof acht het in het belang van [minderjarige] , de betrokken ouders en de partner van de moeder, om de zaak gedurende dit jaar aan te houden, om ieder de gelegenheid te bieden, te laten zien dat de (eigen) voornemens worden waargemaakt. Het hof vraagt daarbij van betrokkenen om zich op de eigen rol te richten en daar het beste van te maken. Hoe de ander zijn / haar rol vervult:  de raad zal ieders rolvervulling in het laatste kwartaal van dit jaar kunnen evalueren en het hof over het verloop kunnen informeren.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>19.3.</nr>
      <para>Op grond van het voorgaande zal het hof iedere verdere beslissing aanhouden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>20</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">In het principaal en het incidenteel appel</emphasis>: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Draagt de ouders en voor zover van toepassing ook de partner van de moeder op, om met ingang van 1 juni 2020 aan de slag te gaan met hetgeen onder rechtsoverweging 19.1. staat vermeld;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verzoekt de raad, het in het raadsrapport d.d. 29 januari 2019  aangekondigde vervolg-onderzoek in te stellen in de maanden oktober en / of november van 2020;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verzoekt de raad, tijdig vóór de hierna te noemen pro forma datum rapport en advies uit te brengen aan het hof, onder gelijktijdige verstrekking van een afschrift daarvan aan de raadslieden van partijen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan tot PRO FORMA 20 december 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. C.A.R.M. van Leuven, E.L. Schaafsma-Beversluis en H. van Winkel en is in het openbaar uitgesproken op 28 mei 2020 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>