<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2019:928</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T17:17:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-03-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-03-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.238.505_01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHSHE:2018:3051" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2018:3051</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHSHE:2018:4447" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2018:4447</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:HR:2020:307" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/cassatie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#bekrachtiging/bevestiging">Cassatie: ECLI:NL:HR:2020:307, Bekrachtiging/bevestiging</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>TvA 2019/40</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2019:928">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2019:928</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-03-07T11:41:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-03-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2019:928 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 07-03-2019 / 200.238.505_01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2019:928:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek exequatur buitenlands arbitraal vonnis/ gelegenheid geboden originele beslissing over te leggen/ gelegenheid geboden originele arbitrage overeenkomst over te leggen/ overgelegde mails/ voorwaardelijk technisch rapport/ onduidelijkheden/ niet voldaan aan aanwijzingen ICCA 2011</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2019:928:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH      </emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Team Handelsrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Uitspraak	: 7 maart 2019</para>
    <para>Zaaknummer	: 200.238.505/01</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>in de zaak van:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [verzoekster] ,</emphasis>
    </para>
    <para>kantoorhoudende te [kantoorplaats] (Rusland),</para>
    <para>verzoekster,</para>
    <para>hierna te noemen: [verzoekster] , </para>
    <para>advocaten: mr. P.L.A. Hamer en mr. H.C.A. van der Houven van Oordt,</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>tegen </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [verweerster] ,</emphasis>
    </para>
    <para>statutair gevestigd te [vestigingsplaats] , </para>
    <para>verweerster, </para>
    <para>hierna te noemen: [verweerster] ,</para>
    <para>niet verschenen,</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>in vervolg op de tussenbeschikkingen van 19 juli 2018 en van 25 oktober 2018.</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De verdere procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1</nr>
      <para>Naar aanleiding van de tussenbeschikking van 25 oktober 2018, waarbij het hof op basis van het op dat moment in het dossier aanwezige stuk niet kon vaststellen of sprake was van een origineel van de arbitrale uitspraak alsmede van een originele (authentieke) mailwisseling, heeft het hof [verzoekster] in de gelegenheid gesteld om vóór 1 januari 2019 haar stellingen alsnog te onderbouwen op een in die tussenbeschikking genoemde wijzen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2.</nr>
      <para>Bij brief van 10 december 2018 is vervolgens een akte na tussenbeschikking namens [verzoekster] ingediend met bijlagen.  </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>8</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De gestelde arbitrale uitspraak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij de brief van [verzoekster] als door het hof ontvangen op 10 december 2018 zijn gevoegd twee verklaringen (met apostille) van [notary public] , notary public, die verklaart dat de beide stukken als thans retour gezonden zijn ondertekend door “Thomas Richard P Irvin (also known as Peter Irvin)”.</para>
        <para>Één verklaring hangt aan de tekst “Final award” waarop handgeschreven is genoteerd “I confirm that this is the original award signed by me on 3rd July 2017 Signed (handtekening) 12 november 2017”. Één verklaring hangt aan de tekst “Reasons forming part of the award” waarop handgeschreven is genoteerd “I confirm that these are the original reasons signed by me on 3rd July 2017 Signed (handtekening) 12 november 2017”.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2.</nr>
      <para>Gezien de genoemde verklaringen van de notary public, die ook de identiteit van Thomas Richard P Irvin heeft vastgesteld aan de hand van het in de verklaring omschreven rijbewijs, kan het er thans voor worden gehouden dat sprake is van een originele arbitrale uitspraak, ook al is de ondertekening met “Peter Irvin” minst genomen onvolledig. Dit gebrek is evenwel met de nadere verklaring hersteld. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De gestelde arbitrageovereenkomst</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3.</nr>
      <para>Ter zake de overgelegde mailwisseling is overgelegd de verklaring van [getuige] - als bevestigd op 23 november 2018 blijkens overgelegd proces-verbaal van eedsaflegging/ bevestiging en belofte als opgemaakt door notaris [notaris] te [standplaats] - die luidt als volgt: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">VERKLARING</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Mijn naam is [getuige] . Ik ben geboren op [geboortedatum] 1972</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">te [geboorteplaats] . Ik werk sinds 1 april 2005 op de afdeling ICT van AKD N.V. in [vestigingsplaats] .</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik ben door Mr H.C.A. van der Houven van Oordt, advocaat bij AKD N.V. in [vestigingsplaats] ,</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">gevraagd om een technische analyse te maken van een elektronisch bestand (msg-bestand)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">van een email die ik van hem als attachment heb doorgestuurd gekregen.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Van de door mij ontvangen elektronische versie van dat doorgezonden emailbericht voeg ik</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">bijgaand een door mijzelf gemaakte print bij.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het gaat om een email die door [e-mailadres 1] op 1 juli 2016 om 15.53.21</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">uur (UTC) is verzonden aan de volgende drie e-mailadressen: [e-mailadres 2] ,</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [e-mailadres 3] en [e-mailadres 4] .</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De header van deze email heb ik ingevoerd in de applicatie op [applicatie] . Hieruit blijkt</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">dat de email om 15.52.32 uur (UTC) is afgeleverd. Het is onwaarschijnlijk dat de inhoud van</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">de email in die korte tijd door iemand kan zijn gewijzigd. Dit nog afgezien van het feit dat</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">het aanpassen van een email tussen verzending en aflevering praktisch onmogelijk is.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het is in Outlook mogelijk om de tekst van een ontvangen email aan te passen en opnieuw</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">te slaan als nieuw msg-bestand. Dat bestand heeft dan niet meer de headerinformatie die</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">hoort bij het oorspronkelijke bericht. Ik had de analyse op [applicatie] dan niet kunnen</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">uitvoeren.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Naar aanleiding van de aan mij gestelde vraag heb ik ook nog onderzoek gedaan of het</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">mogelijk is om de inhoud van een msg-bestand aan te passen met behoud van de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">oorspronkelijke header informatie. Uit dit onderzoek is mij gebleken dat dit alleen mogelijk</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">is wanneer gebruik wordt gemaakt van bijzondere conversie software. Van het bestaan van</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">deze bijzondere conversie software was ik eerder niet op de hoogte.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bijgaande door mij uitgeprinte email zal dus gelijk moeten zijn aan de email zoals deze op 1</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">juli 2016 werd verzonden en ontvangen, tenzij deze is aangepast met gebruikmaking van</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">niet-standaard kantoorsoftware (datum en handtekening).</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>8.4.1.</nr>
        <parablock>
          <para>Het hof stelt vast dat de door [verzoekster] geraadpleegde deskundige, die ook een verklaring heeft afgelegd, een medewerker is van het advocatenkantoor dat voor [verzoekster] optreedt. Van een onafhankelijke deskundige lijkt dan ook geen sprake. Los daarvan heeft het hof in de tussenbeschikking van 25 oktober 2018 (r.o. 5.8) – in navolging van zijn brief van 28 augustus 2018 - gesuggereerd  zorg te (laten) dragen voor technisch onderzoek van de originele mail in haar elektronische vorm en een originele verklaring ter zake, inhoudende dat de uitprint een juiste, volledige en niet gemanipuleerde weergave vormt.</para>
          <para>De verklaring van de heer [getuige] , afsluitende met de conclusie die kennelijk betrekking heeft op de overgelegde e-mail van 1 juli 2016  17:53: “Bijgaande door mij uitgeprinte mail zal dus gelijk zijn aan de email zoals die op 1 juli 2016 werd verzonden en ontvangen, tenzij deze is aangepast met gebruikmaking van niet-standaard kantoorsoftware”, voldoet niet aan hetgeen het hof heeft aangegeven. De verklaring is immers voorwaardelijk van aard en sluit manipulatie in het geheel niet uit. Verder meldt de verklaring een eerder moment van ontvangst (15.52.32 uur) dan het moment van verzending (15.53.21 uur), zijnde bijna een minuut verschil, zonder dat hiervoor een verklaring wordt gegeven.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>8.4.2.</nr>
        <parablock>
          <para>Aldus wordt in ieder geval niet voldaan aan hetgeen wordt voorgesteld als te kiezen aanpak in “<emphasis role="italic">ICCA’S GUIDE TO THE INTERPRETATION OF THE 1958 NEW YORK CONVENTION: A HANDBOOK FOR JUDGES”,</emphasis> 2011, Published by the International Council for Commercial Arbitration (ISBN 978-90-817251-1-8, www.arbitration-icca.org), pagina 50:</para>
          <para>
            <?linebreak?>“<emphasis role="italic">(iii) Arbitration agreement contained in exchange of electronic  communications</emphasis></para>
          <para>
            <?linebreak?>
            <emphasis role="italic">The wording of Article II(2) was intended to cover the means of communication that existed in 1958. It can be reasonably construed as covering equivalent modern means of communication. The criterion is that there should be record in writing of the arbitration agreement. All means of communication that fulfil this criterion should then be deemed as complying with Article II(2), which includes faxes and e-mails.</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">With respect to e-mails, a conservative approach indicates that the written form under the Convention would be fulfilled provided that signatures are electronically reliable or the effective exchange of electronic communications can be evidenced through other trustworthy means. This is the approach that has been endorsed by UNCITRAL in its 2006 amendment of the Model Law (see Annex III)</emphasis>.  </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Van betrouwbare elektronische handtekeningen is immers in de onderhavige zaak niet gebleken, noch van een voldoende gebleken daadwerkelijke uitwisseling van mails.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.5.</nr>
      <para>Terzijde merkt het hof op dat evenmin is gebleken van een onderzoek naar de authenticiteit van de overige mails, waaronder maar niet uitsluitend de mail van 1 juli 2016 11.49 waarin bij de opgesomde voorwaarden ‘arbitrage’ wordt genoemd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.6.</nr>
      <para>Het hof kan derhalve nog steeds niet vaststellen dat sprake is van een originele arbitrageovereenkomst. Het verlenen van het verlof zal dan ook worden afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>De uitspraak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek af. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. R.R.M. de Moor, S.M.A.M. Venhuizen en M. Pannevis en in het openbaar uitgesproken op 7 maart 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>