<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2019:4114</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-24T19:59:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-11-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-10-31</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">000001-19</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#raadkamer">Raadkamer</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001903&amp;artikel=66&amp;g=2007-02-01">Wetboek van Strafvordering 66</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001903&amp;artikel=75&amp;g=2006-02-01">Wetboek van Strafvordering 75</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001903&amp;artikel=80&amp;g=2010-10-01">Wetboek van Strafvordering 80</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NbSr 2019/350</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2019:4114">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2019:4114</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-11-08T09:16:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-11-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2019:4114 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 31-10-2019 / 000001-19</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2019:4114:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verlenging van de gevangenhouding op vordering van de advocaat-generaal na appel tegen het eindvonnis; ex artt. 66 &amp; 75 van het Wetboek van Strafvordering. Schorsing ter executie van een onherroepelijke straf.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2019:4114:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH</bridgehead>
    <para>Afdeling strafrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer 1e aanleg	: [arrondissementparketnummer]</para>
      <para>Parketnummer			: [ressortsparketnummer 1]</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft gezien de vordering van de advocaat-generaal van [datum 2] strekkende tot verlenging van de geldigheidsduur van het bevel tot gevangenhouding van </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [Naam verdachte]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboortedatum &amp; -plaats]</para>
      <para>wonende te [woonplaats]</para>
      <para>thans gedetineerd in de [detentieplaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit bevel is op grond van artikel 66, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, van kracht tot [datum 4] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft gehoord de advocaat-generaal. De raadsman van verdachte heeft per e-mail bericht dat hij niet zal verschijnen in raadkamer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft gezien een schriftelijke verklaring van verdachte waaruit blijkt dat hij niet op de vordering wenst te worden gehoord.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het gerechtshof is na onderzoek gebleken dat de verdenking, bezwaren en gronden die tot het laatstelijk verleende bevel tot gevangenhouding van verdachte hebben geleid, ook thans nog bestaan. De vordering van de advocaat-generaal zal dus worden toegewezen, met dien verstande dat de voorlopige hechtenis ook komt te berusten op de grond dat in het bestreden vonnis van de [rechtbank] van [datum 1] een vrijheidsbenemende straf is opgelegd voor de duur van vier jaren en zes maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, waarvan de tenuitvoerlegging langer duurt dan de periode van het op grond van artikel 66, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering verlengde bevel tot gevangenhouding.</para>
      <para />
      <para>Namens verdachte is voorafgaande aan de behandeling in raadkamer een schriftelijk verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis gedaan, teneinde een onherroepelijke vrijheidsstraf te kunnen ondergaan zoals voortvloeit uit de zaak met [ressortsparketnummer 2] . In die zaak is verdachte door het [gerechtshof] veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof is van oordeel dat het uitzitten van een onherroepelijk aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf in beginsel als alternatief kan dienen voor voorlopige hechtenis en – behoudens contra-indicaties – een grond voor schorsing kan opleveren aangezien het ondergaan van een reeds opgelegde vrijheidsstraf een op dat moment voor de verdachte gunstiger vorm van vrijheidsbeneming is dan de voorlopige hechtenis. Het hof gaat er hierbij vanuit dat nu er sprake is van een executie van een straf in het kader van een schorsing van de voorlopige hechtenis detentiefasering niet zal plaatsvinden. Indien dit wel het geval is eindigt de schorsing van de voorlopige hechtenis op het moment van aanvang van de detentiefasering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof zal het verzoek toewijzen en de voorlopige hechtenis schorsen teneinde verdachte in de gelegenheid te stellen de gevangenisstraf voor de duur van twee maanden te laten ondergaan, <emphasis role="bold">met ingang van [datum 3] , voor de duur van twee maanden</emphasis>, onder na te melden voorwaarden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">BESCHIKKENDE:</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Verlengt</emphasis> de geldigheidsduur van het bevel tot gevangenhouding van verdachte voor een termijn van honderdtwintig dagen.</para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Wijst toe</emphasis> het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <para>
    <emphasis role="bold">Beveelt</emphasis> dat de voorlopige hechtenis van verdachte zal worden geschorst <emphasis role="bold">met ingang van [datum 3] , voor de duur van twee maanden</emphasis>.</para>
  <para />
  <para>
    <emphasis role="bold">Stelt aan</emphasis> de verdachte als voorwaarden der schorsing:</para>
  <itemizedlist mark="-">
    <listitem>
      <para>dat verdachte – indien de opheffing der schorsing mocht worden bevolen – zich aan de tenuitvoerlegging van het bevel tot voorlopige hechtenis, niet zal onttrekken;</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>dat verdachte – ingeval hij wegens het feit waarvoor voorlopige hechtenis is bevolen – tot andere dan vervangende vrijheidsstraf mocht worden veroordeeld, zich aan de tenuitvoerlegging daarvan niet zal onttrekken;</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>dat verdachte zich gedurende de schorsing van de voorlopige hechtenis zal onthouden van het plegen van strafbare feiten;</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>dat verdachte gehoor zal geven aan alle oproepingen van politie en justitie;</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>dat de voorlopige hechtenis herleeft op het moment dat verdachte in aanmerking komt voor detentiefasering, verlof en/of strafonderbreking.</para>
    </listitem>
  </itemizedlist>
  <para />
  <para />
  <para>Aldus gedaan op 31 oktober 2019 </para>
  <para>door mr. R.A.T.M. Dekkers, voorzitter, mr. F.J.M. Walstock en mr. G.P.M.F. Mols, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. R. van Maaren, griffier.</para>
  <para />
  <para />
  <para />
  <para />
  <para />
  <para>De advocaat-generaal gelast de tenuitvoerlegging van vorenstaande beschikking en brengt deze ter kennis van verdachte.</para>
  <para />
  <para />
  <para>’s-Hertogenbosch, 31 oktober 2019 </para>
  <para>De advocaat-generaal,</para>
  <para />
  <para />
  <para>Gezien d.d.</para>
  <para>De Directeur van de [detentieplaats]</para>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>