<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2019:3860</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-10-22T12:44:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-10-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-08-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.255.198_01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_arbeidsrecht">Civiel recht; Arbeidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHSHE:2019:3814" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2019:3814</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2019:3860">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2019:3860</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-10-22T12:33:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-10-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2019:3860 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 15-08-2019 / 200.255.198_01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2019:3860:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Tussenbeschikking</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2019:3860:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Handelsrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak	: 15 augustus 2019</para>
      <para>Zaaknummer	: 200.255.198/01</para>
      <para>Zaaknummer eerste aanleg	: 7315168 \ AZ VERZ 18-172</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak in hoger beroep van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de vennootschap]
        </emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>appellante,</para>
      <para>hierna aan te duiden als [appellante] ,</para>
      <para>advocaat: mr. A.W.M. Roozeboom te Vlaardingen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verweerder] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>verweerder,</para>
      <para>hierna aan te duiden als [verweerder] ,</para>
      <para>advocaat: mr. E.E.P. Gosling-Verheijen te Utrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in eerste aanleg</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verwijst naar de beschikking van de kantonrechter van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 3 januari 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het beroepschrift met het procesdossier van de eerste aanleg en producties 18 tot en 21, ingekomen ter griffie op 25 februari 2019;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het verweerschrift met producties 49 tot en met 77, ingekomen ter griffie op 24 april 2019;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een V6-formulier van [appellante] met producties 22 tot en met 32, ingekomen ter griffie op 31 mei 2019;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een V6-formulier van [verweerder] met producties 78 tot en met 83, ingekomen ter griffie op 5 juni 2019;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een V6-formulier van [appellante] met productie 33, ingekomen ter griffie op 11 juni 2019;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een V6-formulier van [verweerder] met productie 84, ingekomen ter griffie op 12 juni 2019;</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>- de op 13 juni 2019 gehouden mondelinge behandeling, waarbij zijn gehoord: </para>
      <para>- [appellante] , vertegenwoordigd door [manager] , [officemanager] en [business manager] , bijgestaan door mr. Roozeboom;</para>
      <para>- [verweerder] , bijgestaan door mr. Gosling-Verheijen,</para>
      <para>en waarbij de advocaten pleitaantekeningen hebben overgelegd;</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het ter zitting overgelegde proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de brief d.d. 1 juli 2019 van mr. Gosling-Verheijen, met twee bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de brief d.d. 9 juli 2019 van mr. Roozeboom, met vijf bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de brief d.d. 12 juli 2019 van mr. Gosling-Verheijen, met twee bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de brief d.d. 18 juli 2019 van mr. Roozeboom.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Na afloop van de zitting is de zaak in overleg met partijen verwezen naar mediation via het mediationbureau van het hof. Het hof heeft bericht gehad van het mediationbureau en partijen dat de mediation niet is geslaagd. Daarna is beschikking bepaald op heden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Zoals uit het hiervoor weergegeven procesverloop blijkt, heeft [appellante] voorafgaand aan de mondelinge behandeling producties 22 tot en met 32 aan het hof doen toekomen. Mr. Gosling-Verheijen heeft tijdens de zitting gesteld dat zij deze producties niet heeft ontvangen. Bij de genoemde brief d.d. 1 juli 2019 heeft zij verzocht die producties buiten beschouwing te laten. Mr. Roozeboom heeft hierop gereageerd, laatstelijk bij de brief d.d. 18 juli 2019. Zij heeft toegelicht dat de producties 22 tot en met 32 aan mr. Gosling-Verheijen zijn toegestuurd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Het hof verzoekt mr. Gosling-Verheijen zich er namens [verweerder] over uit te laten of zij bij haar verzoek blijft dat de producties 22 tot en met 32 buiten beschouwing dienen te blijven. Voorts zal [verweerder] in de gelegenheid worden gesteld om zich ook inhoudelijk over deze producties uit te laten. Het hof gaat ervan uit dat voor zover [verweerder] niet over die producties beschikt, [appellante] die [verweerder] alsnog/opnieuw zal doen toekomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Iedere verdere beslissing, waaronder de beslissing of de producties 22 tot en met 32 in de beoordeling zullen worden betrokken, zal worden aangehouden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt [verweerder] in de gelegenheid zich binnen vier weken na heden schriftelijk uit te laten uitsluitend voor de onder rov. 3.2 vermelde doeleinden;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. J.P. de Haan, C.E.L.M. Smeenk-van der Weijden en A.J. van de Rakt en is in het openbaar uitgesproken op 15 augustus 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>