<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2019:3597</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-10-03T11:09:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-10-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-10-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.227.678_01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBOBR:2017:4372" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Eerste aanleg: ECLI:NL:RBOBR:2017:4372</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHSHE:2019:2543" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2019:2543</dcterms:relation>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0003045&amp;artikel=336&amp;g=2013-01-01">Burgerlijk Wetboek Boek 2 336</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0003045&amp;artikel=337&amp;g=2013-01-01">Burgerlijk Wetboek Boek 2 337</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2019:3597">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2019:3597</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-10-03T11:09:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-10-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2019:3597 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 01-10-2019 / 200.227.678_01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2019:3597:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Onbevoegdheid hof o.g.v. artikel 2:336 lid 3 BW. Geen uitzondering ex artikel 2:337 lid 2 BW. Verwijzing naar Ondernemingskamer hof Amsterdam.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2019:3597:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH</emphasis>
  </para>
  <para>Team Handelsrecht</para>
  <parablock>
    <para>zaaknummer 200.227.678/01</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">arrest van 1 oktober 2019</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>in de zaak van </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [pensioen 1]
      </emphasis>,</para>
    <para>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
    <para>appellante,</para>
    <para>hierna aan te duiden als [pensioen 1] ,</para>
    <para>advocaat: mr. L.P.M. van Erp te Oss,</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>tegen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [pensioen 2] ,</emphasis>
    </para>
    <para>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
    <para>geïntimeerde,</para>
    <para>hierna aan te duiden als [pensioen 2] ,</para>
    <para>advocaat: mr. L.M. Dressel te Best,</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>als vervolg op het tussenarrest van 16 juli 2019. De paragrafen worden in aansluiting op voormeld tussenarrest doorgenummerd.</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Het verdere verloop van het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>voormeld tussenarrest;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de akte uitlaten van [pensioen 1] ;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de antwoordakte van [pensioen 2] .</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>6</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <parablock>
        <para>In voormeld tussenarrest heeft het hof het met betrekking tot zijn bevoegdheid het navolgende overwogen:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Het hof merkt op dat de primaire vordering van [pensioen 1] is gebaseerd op artikel 2:343 lid 1 BW. Daarin is - voor zover van belang - bepaald, dat de aandeelhouder die door gedragingen van één of meer mede-aandeelhouders zodanig in zijn rechten of belangen is geschaad dat het voortduren van zijn aandeelhouderschap in redelijkheid niet meer van hem kan worden gevergd, tegen die mede-aandeelhouders een vordering tot uittreding kan instellen, inhoudende dat zijn aandelen overeenkomstig de leden 1, 2 en 3 van artikel 2:343a (http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&amp;boek=2&amp;titeldeel=8&amp;afdeling=1&amp;artikel=343a&amp;z=2019-01-01&amp;g=2019-01-01) BW worden overgenomen. </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">In het tweede lid van artikel 2:343 BW wordt onder meer artikel 2:336 lid 3 BW van (overeenkomstige) toepassing verklaard. Artikel 2:336 lid 3 BW houdt in dat hoger beroep uitsluitend kan worden ingesteld bij de ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam. Het hof heeft daarom het voornemen zich in deze zaak onbevoegd te verklaren en de zaak  naar het gerechtshof Amsterdam te verwijzen.” </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>Aangezien geen van partijen zich over de bevoegdheid van dit hof had uitgelaten, zijn partijen in de gelegenheid gesteld om naar aanleiding van voormelde ambtshalve overweging zich bij akte hierover uit te laten. </para>
      <paragroup>
        <nr>6.2.1.</nr>
        <para>
          [pensioen 1] heeft aangevoerd dat er sprake is van een impliciete forumkeuze omdat hoger beroep is ingesteld bij dit hof en [pensioen 2] daar tegen geen exceptie van onbevoegdheid heeft opgeworpen. [pensioen 1] ziet daarom geen bezwaar tegen het inhoudelijk behandelen van de zaak door dit hof. Subsidiair refereert [pensioen 1] zich aan het oordeel van het hof.</para>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>6.2.2.</nr>
        <para>
          [pensioen 2] refereert zich aan het oordeel van dit hof.</para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>In artikel 2:337 lid 2 BW is geregeld dat in de statuten of een overeenkomst kan worden bepaald dat ter zake van geschillen als in die afdeling bedoeld wordt afgeweken van de rechterlijke bevoegdheid als geregeld in artikel 2:336 lid 3 BW. Niet is gesteld dat één van voormelde uitzonderingen zich voor doet. Gelet hierop en hetgeen is overwogen in het tussenarrest, zal dit hof zich onbevoegd verklaren en de zaak verwijzen naar de ondernemingskamer van het gerechtshof te Amsterdam.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De uitspraak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van de zaak </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verwijst de zaak naar de ondernemingskamer van het gerechtshof te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, O.G.H. Milar en M.A.M. Vaessen  en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 1 oktober 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	griffier					rolraadsheer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>