<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2019:2312</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-08-27T16:19:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-06-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-06-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.243.981_01 en 200.259.170_01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHSHE:2021:2589" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2021:2589</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2019:2312">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2019:2312</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-08-27T16:17:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2019:2312 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 27-06-2019 / 200.243.981_01 en 200.259.170_01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2019:2312:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Gezag. Omgangsregeling. Informatie- en consultatieregeling.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2019:2312:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team familie- en jeugdrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak: 27 juni 2019</para>
      <para>Zaaknummers: 200.243.981/01 (gezag) en 200.259.170/01 (omgang)</para>
      <para>Zaaknummers eerste aanleg: C/02/280321 FA RK 14-2497 (gezag) en C/02/350310 FA RK 18-5293 (omgang)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaken in hoger beroep van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">
          [de vader]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>appellant,</para>
      <para>hierna te noemen: de vader,</para>
      <para>advocaat: mr. J.F.M. van Weegberg,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">
          [de moeder]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>verweerster,</para>
      <para>hierna te noemen: de moeder<emphasis role="italic">,</emphasis></para>
      <para>advocaat: mr. E. Akdeniz.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking gaat over <emphasis role="bold">[minderjarige]</emphasis> (hierna: [minderjarige] ), geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2013.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:</para>
      <para>de Raad voor de Kinderbescherming,</para>
      <para>hierna te noemen: de raad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in eerste aanleg</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">In de zaak 200.243.981/01 (gezag) </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 9 mei 2018.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">In de zaak 200.259.170/01 (omgang)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 12 februari 2019.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">In de zaak 200.243.981/01 (gezag) </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Bij beroepschrift met één productie, ingekomen ter griffie op 8 augustus 2018, heeft de vader verzocht, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, voormelde beschikking van 9 mei 2018 te vernietigen ten aanzien van het gezag en het verzoek van de vader tot wijziging van het gezag alsnog toe te wijzen, kosten rechtens.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Bij verweerschrift met één productie, ingekomen ter griffie op 9 oktober 2018, heeft de moeder verzocht, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de vader in zijn verzoek niet-ontvankelijk te verklaren, althans zijn verzoek af te wijzen en voormelde beschikking van 9 mei 2018, al dan niet onder aanvulling en/of verbetering van de gronden, te bekrachtigen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">In de zaak 200.259.170/01 (omgang)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Bij beroepschrift met één productie, ingekomen ter griffie op 9 mei 2019, heeft de vader verzocht, uitvoerbaar bij voorraad, voormelde beschikking van 12 februari 2019 te vernietigen ten aanzien van de omgang en opnieuw rechtdoende, de verzoeken van de vader met betrekking tot de in eerste aanleg verzochte omgang alsnog toe te wijzen, althans een omgangsregeling te bepalen die het hof in het belang van [minderjarige] acht. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Er is nog geen verweerschrift ingekomen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">In de zaak 200.243.981/01 (gezag) </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 4 juni 2019. Bij die gelegenheid zijn gehoord: </para>
      <para>- de vader, bijgestaan door mr. Van Weegberg;</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- </emphasis>de moeder, bijgestaan door mr. Akdeniz;</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">-	</emphasis>de raad, vertegenwoordigd door mevrouw [vertegenwoordiger van de raad] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:</para>
      <para>- de brief met bijlagen van de advocaat van de vader d.d. 23 augustus 2018;</para>
      <para>- de brief met bijlagen van de advocaat van de vader d.d. 6 november 2018;</para>
      <para>- de brief met bijlage van de advocaat van de vader d.d. 20 maart 2019;</para>
      <para>- de brief met bijlage van de advocaat van de vrouw d.d. 3 mei 2019;</para>
      <para>- de brief met bijlagen van de advocaat van de vader d.d. 23 mei 2019;</para>
      <para>- het journaalbericht met bijlage van de advocaat van de vader, ingekomen op 24 mei 2019;</para>
      <para>- de ter zitting door de advocaat van de vader overgelegde pleitaantekeningen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">In beide zaken</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <parablock>
        <para>Gelet op de verknochtheid van de onder nummers 200.259.170/01 en</para>
        <para>200.243.981/01 ter griffie ingeschreven zaken, heeft het hof na overleg met de vader en de moeder de zaken na de mondelinge behandeling van 4 juni 2019 gevoegd, opdat zij verder gezamenlijk zullen worden behandeld en beslist in één door het hof te geven beschikking.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">In beide zaken</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad. Uit de relatie van partijen is [minderjarige] geboren. De vader heeft [minderjarige] erkend. De moeder oefent van rechtswege het ouderlijk gezag over [minderjarige] uit. [minderjarige] verblijft bij de moeder. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">In de zaak 200.243.981/01 (gezag) </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank, voor zover in hoger beroep van belang, het verzoek van de vader om hem samen met de moeder te belasten met het gezag over [minderjarige] , afgewezen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">In de zaak 200.259.170/01 (omgang)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank, voor zover in hoger beroep van belang, het verzoek van de vader om de omgangsregeling tussen hem en [minderjarige] te wijzigen, afgewezen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">In beide zaken</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>De vader kan zich met voormelde beslissingen niet verenigen en hij is hiervan in hoger beroep gekomen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">In de zaak 200.243.981/01 (gezag) </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Tijdens de zitting hebben partijen hun standpunten nader toegelicht. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>Het hof acht zich op grond van de thans beschikbare informatie onvoldoende voorgelicht om een verantwoorde beslissing te kunnen nemen. Partijen hebben desgevraagd ingestemd met het gelasten van een raadsonderzoek. Gelet op het advies van de raad en de instemming van partijen zal het hof de raad verzoeken de omgang tussen de vader en [minderjarige] tevens mee te nemen in het onderzoek.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">In beide zaken</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>Het hof verzoekt de raad om een onderzoek in te stellen en te rapporteren en adviseren omtrent de navolgende vragen:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>Bestaat er, in het geval dat de ouders gezamenlijk met het gezag over [minderjarige] worden     belast, een onaanvaardbaar risico dat [minderjarige] klem of verloren zal raken tussen de ouders,    terwijl niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd verbetering zal komen?</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Zijn er – andere – feiten of omstandigheden op grond waarvan geconcludeerd moet worden dat eenhoofdig gezag van de moeder in het belang van [minderjarige] noodzakelijk is?</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>Wilt u bij de beantwoording van deze vragen betrekken of en in hoeverre parallel ouderschap een tussen de ouders werkbare vorm van ouderschap in het belang van [minderjarige] is en zo ja op welke wijze een dergelijk ouderschap gerealiseerd kan worden?</para>
      <para>- Hoe dient de omgangsregeling tussen de vader en [minderjarige] in het belang van [minderjarige] te worden vormgegeven?</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>Het hof verzoekt de raad vóór na te melden pro forma datum omtrent de resultaten van het onderzoek een schriftelijk rapport met advies uit te brengen, onder gelijktijdige verstrekking van een afschrift daarvan aan de raadslieden van partijen. Partijen zullen vervolgens door het hof in de gelegenheid worden gesteld binnen twee weken schriftelijk te reageren op het rapport en het advies van de raad. Partijen wordt tevens verzocht het hof te informeren over het door partijen gewenste verdere verloop van de procedure.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9.</nr>
      <para>Op grond van het vorenstaande zal het hof iedere verdere beslissing aanhouden tot 24 oktober 2019 PRO FORMA.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">In beide zaken</emphasis>:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verzoekt de raad een onderzoek in te stellen conform hetgeen hiervoor onder rechtsoverweging 3.7 is overwogen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verzoekt de raad vóór de hierna te noemen pro forma datum rapport en advies uit te brengen aan het hof, onder gelijktijdige verstrekking van een afschrift daarvan aan de raadslieden van partijen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt partijen vervolgens in de gelegenheid om binnen twee weken na ontvangst van het rapport en het advies van de raad schriftelijk te reageren op dit rapport en advies, waarbij partijen tevens worden verzocht het hof te informeren omtrent het door partijen gewenste verdere verloop van de procedure;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan tot <emphasis role="bold">PRO FORMA 24 oktober 2019</emphasis>.<?linebreak?></para>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. E.L. Schaafsma-Beversluis, J.F.A.M. Graafland-Verhaegen en A.J.F. Manders en is op 27 juni 2019 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>