<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2018:802</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-02-28T00:01:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-02-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-02-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.156.272_01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBLIM:2014:2226" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Eerste aanleg: ECLI:NL:RBLIM:2014:2226</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBLIM:2014:2251" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Eerste aanleg: ECLI:NL:RBLIM:2014:2251</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHSHE:2015:3905" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2015:3905</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHSHE:2016:5303" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2016:5303</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2018:802">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2018:802</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-02-27T11:05:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-02-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2018:802 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 27-02-2018 / 200.156.272_01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2018:802:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Geschil tussen schuldeiser en kredietnemer. </para>
        <para>Kwalificatie als geldlening. </para>
        <para>Boetes. </para>
        <para>Rente.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2018:802:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH  </emphasis>
  </para>
  <para>Afdeling civiel recht</para>
  <parablock>
    <para>zaaknummer HD 200.156.272/01</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">arrest van 27 febuari 2018</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>in de zaak van </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [Vast Goed] Vast Goed [vestigingsnaam] B.V.</emphasis>,</para>
    <para>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
    <para>appellante,</para>
    <para>hierna aan te duiden als [appellante] ,</para>
    <para>advocaat: mr. C.B.P. Kroep te Enschede,</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>tegen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="underline">in zaak I</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [geïntimeerde]
      </emphasis>,</para>
    <para>wonende te [woonplaats] , Monaco,</para>
    <para>geïntimeerde,</para>
    <para>hierna aan te duiden als [geïntimeerde] ,</para>
    <para>advocaat: B.S. Friedberg te Amsterdam,</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>en</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="underline">in zaak II</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Eagle Corporate S.A.</emphasis>,</para>
    <para>gevestigd te [vestigingsplaats] , Britse Maagdeneilanden,</para>
    <para>geïntimeerde,</para>
    <para>hierna aan te duiden als Eagle,</para>
    <para>advocaat: B.S. Friedberg te Amsterdam,</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>als vervolg op de door het hof gewezen tussenarresten van 6 oktober 2015 en 29 november 2016 in het hoger beroep van de door de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond onder nummers C/04/101866/HAZA 10-488 (zaak I) en C/04/103054/HAZA 10-626 (zaak II) gewezen vonnissen van 2 maart 2011 en 12 maart 2014.</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Het tussenarrest van 29 november 2016</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij genoemd arrest heeft het hof Eagle in de gelegenheid gesteld te reageren op een berekening van hetgeen Eagle op grond van de LA en ALA 1 tot en met 12 aan [appellante] verschuldigd is. [appellante] had deze berekening overgelegd als productie 6 bij de op 29 december 2015 genomen antwoordmemorie na tussenarrest van 6 oktober 2015.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Het verdere verloop van de procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eagle heeft vervolgens een antwoordakte van 17 januari 2017 genomen. Zij heeft daarbij producties overgelegd.</para>
      <para>Het hof heeft een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>10</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>10.1.</nr>
      <para>Eagle heeft de door [appellante] gespecificeerde hoofdsommen, die in 2005 en 2006 ten titel van geldlening zijn verstrekt, niet gemotiveerd weersproken (productie 6 bij antwoordmemorie na tussenarrest van 6 oktober 2015):</para>
      <para>- 24 februari 2005	LA				€ 1.000.000</para>
      <para>- 16 juni 2005		ALA 1				€ 450.000</para>
      <para>- 19 juli 2005		ALA 2				€ 1.000.000</para>
      <para>- 18 augustus 2005	ALA 3				€ 1.000.000</para>
      <para>- 19 november 2005	ALA 4				€ 1.000.000</para>
      <para>									totaal: € 4.450.000</para>
      <para>- 21 februari 2006	ALA 5				€ 150.000</para>
      <para>- 10 april 2006		ALA 6				€ 2.000.000</para>
      <para>- 20 juni 2006		ALA 7				€ 100.000</para>
      <para>- 24 augustus 2006	ALA 8				€ 500.000</para>
      <para>- 5 september 2006	ALA 9				€ 500.000</para>
      <para>- 27 september 2006	ALA 10			€ 1.000.000</para>
      <para>- 19 oktober 2006	ALA 11			€ 1.000.000</para>
      <para>- 20 oktober 2006	(ALA 11)			€ 500.000</para>
      <para>- 21 december 2006	ALA 12			€ 100.000</para>
      <parablock>
        <para>									totaal: € 5.850.000.</para>
        <para>Deze uitgeleende bedragen zijn in het tussenarrest van 29 november 2016 aangeduid als LA en ALA 1 tot en met 12. De stelling van Eagle dat sprake is van discrepanties tussen de oorspronkelijke vordering en voornoemde productie 6 doet niet ter zake. Deze stelling betreft niet de hoofdsommen die in 2005 en 2006 ten titel van geldlening zijn verstrekt. Eagle wordt dan ook niet gevolgd in haar betoog dat [appellante] niet zou hebben voldaan aan zijn stelplicht. Nu Eagle de omvang van bovenstaande posten onvoldoende onderbouwd heeft betwist, staan deze vast en is er geen plaats voor het leveren van tegenbewijs.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>10.2.</nr>
      <para>
        [appellante] heeft daarnaast in zijn specificatie posten (hoofdsommen) genoemd die als volgt zijn omschreven: </para>
      <para>- 6 juni 2007		Minardi $500.000,-		€ 370.837</para>
      <para>- 30 augustus 2007	Minardi $250.000,-		€ 183.837</para>
      <para>- 19 september 2007	Minardi $250.000,-		€ 179.417</para>
      <para>- 1 november 2007	Minardi $250.000,-		€ 173.539</para>
      <para>- 26 november 2007	Lux Classique			€ 25.000</para>
      <para>- 28 november 2007	4S3 Marketing ( [naam] )	€ 15.000.</para>
      <para>
        [appellante] heeft, ondanks het verzoek van het hof in het tussenarrest van 6 oktober 2015, niet uitgelegd dat en waarom deze posten op grond van de LA dan wel de ALA 1 tot en met 12 voor toewijzing in aanmerking komen. Een andere grondslag voor dit onderdeel van het gevorderde is ook niet naar voren gebracht. Deze posten komen dan ook niet voor toewijzing in aanmerking.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>10.3.</nr>
      <para>De hoofdsommen zijn dan ook in totaal € 4.450.000 en € 5.850.000. De totale hoofdsom is € 10.300.000. Daarop moeten de ontvangen betalingen in mindering worden gebracht: € 250.000 en € 346.112 (aflossing 21 juni 2007 en betaling 18 april 2007), in overeenstemming met voornoemde productie 6. Het door Eagle genoemde bedrag van € 233.042,59 (datum 15 augustus 2006) is al in de berekening van [appellante] in mindering gebracht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>10.4.</nr>
      <para>De door [appellante] gevorderde overeengekomen rente zal tot en met 31 december 2006 (€ 215.799) worden toegewezen, nu de rentespecificatie voldoende is toegelicht en niet gemotiveerd is weersproken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>10.5.</nr>
      <para>Vanaf 1 januari 2007 zal geen overeengekomen rente worden toegewezen. [appellante] heeft immers, ondanks de opdracht van het hof, de volgens hem vanaf 1 januari 2007 verschuldigde overeengekomen rente niet voldoende toegelicht. In zijn berekening, overgelegd als voornoemde productie 6, heeft hij in weerwil van het tussenarrest van 6 oktober 2015 hoofdsommen opgenomen die niet voor toewijzing in aanmerking komen (zie 10.2 hiervoor). Deze posten zijn, naar bij gebreke van een toelichting moet worden aangenomen, meegenomen als grondslag voor de renteberekening. Daarom kan het hof niet uitgaan van deze renteberekening.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>10.6.</nr>
      <para>De wettelijke rente over het toe te wijzen bedrag zal zoals subsidiair gevorderd worden toegewezen vanaf 1 maart 2010 tot de dag der algehele voldoening.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>10.7.</nr>
      <para>Eagle betoogt in haar laatste akte dat zij bepaalde bedragen, die volgens het tussenarrest van 29 november 2016 aan haar ten titel van geldlening zijn verstrekt, niet heeft ontvangen. Dit betoog is reeds verworpen en voor zover dit nog nieuwe aspecten betreft tardief, en kan daarom verder buiten beschouwing blijven.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>10.8.</nr>
      <parablock>
        <para>Het argument dat Eagle gerechtigd is bedragen in verrekening te brengen is reeds verworpen in het tussenarrest van 29 november 2016.</para>
        <para>Bovendien is Eagle in het tussenarrest van 29 november 2016 niet in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de vraag of zij gerechtigd is bepaalde bedragen in verrekening te brengen. Haar opmerkingen daarover in haar laatste akte moeten dan ook om die reden buiten beschouwing blijven. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>10.9.</nr>
      <para>De afrekening tussen partijen, gelet op de tussenarresten en hetgeen hiervoor is overwogen, is als volgt:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">te betalen door Eagle</emphasis>
        </para>
        <para>					€ 4.450.000</para>
        <para>€ 5.850.000</para>
        <para>€ 215.799</para>
        <para>-/-	€ 250.000</para>
        <para>-/-	<emphasis role="underline">€ 346.112</emphasis></para>
        <para>Totaal	€ 9.919.687</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">te betalen door [geïntimeerde] (tussenarrest van 6 oktober 2015, 3.33; tussenarrest van 29 november 2016, 6.7.1-6.7.7)</emphasis>
        </para>
        <para>1-2			€ 2.500 x 2	€ 5.000</para>
        <para>3-6, 8, 10, 13 en 15	€ 25.000 x 8	€ 200.000</para>
      </parablock>
      <para>7					nihil</para>
      <para>9					€ 25.000</para>
      <para>11-12			€ 25.000 x 2	€ 50.000</para>
      <para>14					€ 2.500</para>
      <para>16					<emphasis role="underline">€ 468.750</emphasis></para>
      <parablock>
        <para>				totaal	€ 751.250</para>
        <para>De wettelijke rente zal zoals gevorderd worden toegewezen vanaf 26 maart 2010.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>10.10.</nr>
      <para>De conclusie van het voorgaande is dat de grieven slagen en geen verdere bespreking behoeven, dat het bestreden vonnis van 12 maart 2014 moet worden bekrachtigd voor zover het gaat om de vordering van [geïntimeerde] in reconventie en voor het overige moet worden vernietigd, dat het door Eagle in reconventie gevorderde moet worden afgewezen en dat het door [appellante] gevorderde moet worden toegewezen als na te melden. De vordering van [appellante] [geïntimeerde] te veroordelen tot het ter beschikking stellen van documenten waaruit de oorsprong en de omvang van alle verpande sponsorvergoedingen blijken zal worden afgewezen, zoals is overwogen onder 3.50 en 3.51 van het tussenarrest van 6 oktober 2015. [geïntimeerde] en Eagle zullen niet-ontvankelijk worden verklaard in het hoger beroep tegen een comparitievonnis van 2 maart 2011 nu geen grieven zijn aangevoerd tegen dat vonnis.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>10.11.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [geïntimeerde] en Eagle zullen als de in het ongelijk gestelde partijen in de proceskosten in hoger beroep aan de zijde van [appellante] worden veroordeeld:</para>
        <para>
          <emphasis role="underline">in eerste aanleg in zaak I en in zaak II</emphasis>:</para>
      </parablock>
      <para>- voor exploot dagvaarding € 88,89 en € 83,89,</para>
      <para>- voor vast recht € 4.951,- en € 4.951,-, en </para>
      <para>- voor salaris advocaat:</para>
      <parablock>
        <para>- exploten dagvaarding 					2</para>
        <para>- 2x repliek in conventie en antwoord in reconventie 	3</para>
        <para>- 2x dupliek in reconventie 				1</para>
        <para>- comparitie in beide zaken				2</para>
        <para>- 3 enquêtezittingen (zaak Eagle)			1½</para>
        <para>- conclusie na enquête 					½</para>
        <para>- pleidooi 						2</para>
        <para>- akte eisvermeerdering in 1 zaak			½</para>
        <para>totaal	 						12,5 punten </para>
        <para>x tarief VIII € 3.211,-</para>
        <para>
          <emphasis role="underline">in hoger beroep </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>- voor exploot dagvaarding € 77,52,</para>
      <para>- voor vast recht € 5.114,-,</para>
      <para>- voor salaris advocaat: memorie 1, pleidooi 2, memorie ½, tarief VIII € 4.580.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>11</nr>De uitspraak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart [geïntimeerde] en Eagle niet-ontvankelijk in het hoger beroep tegen het vonnis van 2 maart 2011;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bekrachtigt het bestreden vonnis van 12 maart 2014 in zaak I en in zaak II, doch alleen voor zover de vorderingen van [geïntimeerde] in reconventie zijn (of de vordering is) afgewezen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>vernietigt het bestreden vonnis van 12 maart 2014 in zaak I en in zaak II voor het overige;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en opnieuw rechtdoende</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt Eagle € 9.919.687 (negen miljoen negenhonderdnegentienduizend zeshonderdzevenentachtig euro) aan [appellante] te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 maart 2010 tot de dag der algehele voldoening;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [geïntimeerde] € 751.250 (zevenhonderdeenenvijftigduizend tweehonderdvijftig euro) aan [appellante] te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 maart 2010 tot de dag der algehele voldoening;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [geïntimeerde] en Eagle in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van [appellante] begroot op € 172,78 voor verschotten, € 9.902,- voor vast recht en € 40.137,50 voor salaris advocaat in eerste aanleg, en in hoger beroep op € 77,52 voor verschotten, € 5.114,- aan vast recht en € 16.030,- voor salaris advocaat, en voor nakosten € 131 indien dit arrest niet wordt betekend dan wel € 199 indien dit arrest wordt betekend;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af de vordering in reconventie van Eagle;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af het meer of anders gevorderde;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. P.M. Arnoldus-Smit, L.S. Frakes en T. Rothuizen-van Dijk en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 27 februari 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	griffier					rolraadsheer</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>