<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2018:4211</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-10-09T00:01:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-10-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-10-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.192.007_01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHSHE:2018:2261" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2018:2261</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHSHE:2019:392" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2019:392</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHSHE:2019:3660" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2019:3660</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2018:4211">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2018:4211</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-10-12T10:41:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-10-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2018:4211 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 09-10-2018 / 200.192.007_01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2018:4211:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Huur en verdere vergoedingen voor de exploitatie van een café restaurant. Nadere akte na aktewisseling over deskundigenbericht met verzoek terug te komen van een eindbeslissing in tussenarrest toegelaten. Wederpartij kan eerst reageren.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2018:4211:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF  ̓s-HERTOGENBOSCH</bridgehead>
    <para>Afdeling civiel recht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer 200.192.007/01</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van 9 oktober 2018</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [appellant 1] ,</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2. [appellant 2]</emphasis>,</para>
      <para>beiden wonende te [woonplaats] , </para>
      <para>appellanten in het principaal appel,</para>
      <para>geïntimeerden in het incidenteel appel,</para>
      <para>verder: [appellant 1] en [appellant 2] ,</para>
      <para>advocaat: mr. P.H.A. van Namen te Middelburg,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [de vennootschap] ,</title>
    <parablock>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">2. [geïntimeerde 2] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>geïntimeerden in het principaal appel,</para>
      <para>appellanten in het incidenteel appel,</para>
      <para>verder: [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] ,</para>
      <para>advocaat: mr. J.W. van Koeveringe te Middelburg,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>als vervolg op het tussenarrest van dit hof van 22 mei 2018 in het hoger beroep van de door de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg, onder zaaknummer/rolnummer 2278216 / 13-3847 tussen partijen gewezen vonnissen van 23 juli 2014 en 23 september 2015.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Het verdere verloop van het geding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    </parablock>
    <para>- het tussenarrest van 22 mei 2018;</para>
    <para>- de akte van [appellant 1] en [appellant 2] van 17 juli 2018;</para>
    <para>- het H-formulier van [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] van 17 juli 2018.</para>
    <para>Partijen hebben arrest gevraagd. </para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">In het principaal appel en in het incidenteel appel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1</nr>
      <parablock>
        <para>In het tussenarrest van 22 mei 2018 is ‘De uitspraak’ met 5 genummerd in plaats van met 4. Het hof nummert in het onderhavige arrest door met 6. en verder. </para>
        <para>In de eerste regel van rechtsoverweging 3.2 van het tussenarrest staat de datum van de appeldagvaarding vermeld in plaats van die van de dagvaarding in eerste aanleg, 13 augustus 2013. In regel 30 van rechtsoverweging 3.11 staat <emphasis role="italic">van</emphasis> in plaats van <emphasis role="italic">dan</emphasis>. Het hof herstelt deze schrijffouten hierbij.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2</nr>
      <para>Bij tussenarrest van 22 mei 2018 heeft het hof de zaak naar de rol verwezen voor akte aan de zijde van beide partijen met het in dat arrest onder 3.16 vermelde doel. Dit betreft het voornemen van het hof om een onderzoek door een deskundige te doen uitvoeren en de daartoe voorgestelde vraagstelling. Deze vraagstelling luidt als volgt:</para>
      <orderedlist numeration="arabic">
        <listitem>
          <para>Kunt u een beredeneerd antwoord geven op de vraag welke vergoeding partijen onder de gegeven omstandigheden (te weten de bereidheid van [appellant 1] en [appellant 2] om 30% van de omzet, met een minimum van € 165.000,=, te betalen) zouden hebben afgesproken voor de prestaties die [geïntimeerde 1] volgens de stamovereenkomst en de daarbij behorende vier deelovereenkomsten zou leveren, wanneer van de werkelijke omzetcijfers over 2009 zou zijn uitgegaan? </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>In hoeverre kunt u zich vinden in de rapportage van [horecamakelaar] ?</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Wat acht u verder van belang om op te merken.</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para>Beide partijen hebben suggesties gedaan voor de te benoemen deskundige. [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] hebben over de voorgestelde vraagstelling geen opmerkingen gemaakt. Volgens [appellant 1] en [appellant 2] dient de deskundige bij de beantwoording van vraag 1 ook te betrekken de door [geïntimeerde 1] aan hen verstrekte Kerngegevens, wanneer daarin door [geïntimeerde 1] de werkelijke omzetcijfers over de periode 2007-2009 waren genoemd. Het hof neemt deze aanvulling niet over aangezien de resultaten over 2009 die in vraag 1. zijn vermeld de basis vormden voor de afspraken tussen partijen (rechtsoverweging 3.13). Dat met de Kerngegevens een onjuiste omzetindicatie is gegeven, is in hoger beroep niet in geschil (rechtsoverweging 3.12).   </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3</nr>
      <para>Alvorens op basis van deze vraagstelling tot benoeming van een deskundige over te gaan overweegt het hof het volgende. Bij het fourneren hebben [appellant 1] en [appellant 2] nog een nadere akte met producties overgelegd. In deze akte maken zij bezwaar tegen de door [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] voorgestelde deskundige en verzoeken zij het hof terug te komen van de beslissing op het verjaringsverweer van [appellant 1] en [appellant 2] in rechtsoverweging 3.11 van het tussenarrest van 22 mei 2018. Die beslissing houdt in dat het verjaringsverweer van [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] tegen de vordering tot (bevestiging van de) vernietiging slaagt en dat de daarop gebaseerde vordering van [appellant 1] en [appellant 2] , zoals bij eiswijziging in hoger beroep door hen ingesteld, wordt afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.4</nr>
      <para>
        [appellant 1] en [appellant 2] hebben deze nadere akte toegezonden op het moment dat de aktewisseling op grond van het tussenarrest van 22 mei 2018 was voltooid. Op de rol is niet beslist over de toelaatbaarheid van deze akte. De rolraadsheer heeft de beslissing hierover aan de behandelend kamer gelaten. De akte zal worden toegelaten. Enerzijds is het in strijd met een goede procesorde dat een partij in een stadium als waarin deze zaak verkeert alsnog een dergelijke nadere akte neemt. Anderzijds is het voor een goede voortgang van de onderhavige procedure niet praktisch wanneer het verzoek dat betrekking heeft op de meest verstrekkende vordering van [appellant 1] en [appellant 2] aan de orde komt terwijl de behandeling van de minder verstrekkende vordering gaande is. Dit laatste geeft voor het hof in dit geval de doorslag. [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] zullen in de gelegenheid gesteld worden bij antwoordakte op het verzoek van [appellant 1] en [appellant 2] te reageren. Daarop wordt geen akte van [appellant 1] en [appellant 2] verwacht (en dus ook niet toegelaten).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.5</nr>
      <parablock>
        <para>Het hof zal iedere verdere beslissing aanhouden.   </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">8. 	De uitspraak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het hof:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>verwijst de zaak naar de rol van dinsdag 6 november 2018 voor antwoordakte aan de zijde van [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] met het hiervoor onder 7.4 vermelde doel (waarna fourneren);</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit arrest is gewezen door mrs. B.A. Meulenbroek, M.G.W.M. Stienissen en L.S. Frakes en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 9 oktober 2018.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>			griffier						rolraadsheer</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>