<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2018:4186</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-02-06T08:24:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-10-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-10-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.207.466_01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBZWB:2016:4730" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZWB:2016:4730</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHSHE:2017:1850" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2017:1850</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHSHE:2018:2997" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2018:2997</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHSHE:2019:396" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2019:396</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2018:4186">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2018:4186</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-02-04T14:22:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-02-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2018:4186 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 09-10-2018 / 200.207.466_01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2018:4186:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>betekenis en gevolg schending art. 21 Rv</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2018:4186:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH  </bridgehead>
    <para>Afdeling civiel recht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer 200.207.466/01</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van 9 oktober 2018</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [Appellant] i.z.h.v. erfgenaam van [erflater]</emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>appellant,</para>
      <para>hierna te noemen: [appellant q.q.] ,</para>
      <para>advocaat: mr. M. Timmermans-Roelands te Bergen op Zoom,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [geïntimeerde] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>geïntimeerde,</para>
      <para>hierna te noemen: [geïntimeerde] , </para>
      <para>advocaat: mr. S. van Reeven-Özer te Rijen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>als vervolg op de door het hof gewezen tussenarresten van 25 april 2017 en 10 juli 2018 in het hoger beroep van het door de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, onder zaaknummer C/02/307991/HAZA 15-771 gewezen vonnis van 13 juli 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het tussenarrest van 10 juli 2018;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de (abusievelijk als antwoordakte aangeduide) akte van de zijde van [geïntimeerde] ;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de antwoordakte van de zijde van [appellant q.q.] .</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>9</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>9.1.</nr>
      <para>Bij genoemd tussenarrest is [geïntimeerde] bevolen bij akte in het geding te brengen: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>een rekeningoverzicht behorende bij bankrekeningnummer [rekeningnummer 1] t.n.v. [geïntimeerde] , waaruit het saldo op 1 oktober 2014 blijkt;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een rekeningoverzicht behorende bij bankrekeningnummer [rekeningnummer 2] t.n.v. [geïntimeerde] , waaruit het saldo op 1 oktober 2014 blijkt;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een rekeningoverzicht behorende bij bankrekeningnummer [rekeningnummer 3] t.n.v. [geïntimeerde] , waaruit het saldo op 1 oktober 2014 blijkt;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een rekeningoverzicht behorende bij bankrekeningnummer [rekeningnummer 4] t.n.v. [geïntimeerde] , waaruit het saldo op 1 oktober 2014 blijkt.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>De zaak is voor het overige aangehouden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.2.</nr>
      <para>
        [geïntimeerde] heeft bij akte afschriften van bovengenoemde bankrekeningen in het geding gebracht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [appellant q.q.] heeft bij antwoordakte gesteld dat uit productie 4 bij akte blijkt dat [geïntimeerde] nog minimaal één andere spaarrekening op de peildatum van 1 oktober 2014 op haar naam had staan. Het gaat om een ING Profijtrekening (een spaarrekening). Een Profijtrekening kon geopend worden na storting van minimaal € 50.000,--. De ING Profijtrekening is gekoppeld aan bankrekeningnummer [rekeningnummer 4] t.n.v. [geïntimeerde] . Door [geïntimeerde] is hiervan nimmer melding gemaakt. Evenmin zijn bewijsstukken van deze Profijtrekening door [geïntimeerde] overgelegd. </para>
        <para>
          [appellant q.q.] handhaaft zijn stelling dat de geldlening van € 200.000,-- niet is verteerd en [geïntimeerde] op 1 oktober 2014 over vermogen beschikte waarover zij geen openheid heeft gegeven. Hij doet een beroep op het bepaalde in art. 3:194 BW. Ten slotte heeft [appellant q.q.] de door [geïntimeerde] genoemde saldi van de bankrekeningen met de nummers [rekeningnummer 1] en [rekeningnummer 4] betwist. De saldi van de overige twee bankrekeningen heeft hij erkend.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.4.</nr>
      <para>
        [geïntimeerde] heeft nog niet gereageerd op het beroep van [appellant q.q.] op het bepaalde in art. 3:194 BW. Zij zal hiertoe door het hof in de gelegenheid worden gesteld door het nemen van een antwoordakte. De zaak zal voor het overige worden aangehouden. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>De uitspraak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verwijst de zaak naar de rol van 6 november 2018 voor het nemen van een antwoordakte aan de zijde van [geïntimeerde] doch enkel voor wat betreft het beroep van [appellant q.q.] op het bepaalde in art. 3:194 BW;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt de zaak aan voor het overige.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. P.P.M. van Reijsen, M.J. van Laarhoven en G.J. Vossestein en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 9 oktober 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>	griffier					rolraadsheer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>