<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2018:3954</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-09-24T13:47:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-09-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-09-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.225.833_01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2018:3954">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2018:3954</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-09-24T13:47:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-09-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2018:3954 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 20-09-2018 / 200.225.833_01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2018:3954:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>bewind</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2018:3954:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak		: 20 september 2018</para>
      <para>Zaaknummer			: 200.225.833/01</para>
      <para>Zaaknummer eerste aanleg	: 5999945 BM VERZ 17-915</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak in hoger beroep van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">
          [appellante]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>appellante,</para>
      <para>hierna te noemen: de rechthebbende,</para>
      <para>advocaat: voorheen mr. L.E.I.K. Jaminon, thans zonder advocaat.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Als belanghebbende wordt aangemerkt:</para>
      <para> [bewindvoerder] , handelend onder de naam [financieel gezond] Financieel Gezond (hierna te noemen: de bewindvoerder). </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in eerste aanleg</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verwijst naar de beschikking van de kantonrechter van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 16 augustus 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 18 oktober 2017, heeft de rechthebbende verzocht voormelde beschikking te vernietigen en opnieuw rechtdoende de bewindvoerder te ontslaan en [beoogd bewindvoerder] , handelend onder de naam [bewindvoering] bewindvoering (hierna te noemen: [bewindvoering] bewindvoering) te benoemen tot opvolgend bewindvoerder. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Er is geen verweerschrift ingekomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 10 juli 2018. De bewindvoerder is met bericht daartoe niet ter zitting verschenen. De rechthebbende is evenmin ter zitting verschenen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Na de mondelinge behandeling heeft het hof een brief doen uitgaan naar de rechthebbende waarin het volgende is vermeld:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">In uw zaak is een zitting geweest op 10 juli 2018. Hier is niemand verschenen.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Aangezien uw advocaat zich kort voor de zitting heeft onttrokken, stelt het hof u in de gelegenheid om – binnen drie weken na dagtekening van deze brief – een nieuwe advocaat te zoeken die zich voor u stelt.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Indien wij niet nader van u of uw advocaat vernemen, zullen wij een beslissing nemen die ons geraden voorkomt. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Het hof heeft naar aanleiding van deze brief geen reactie ontvangen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Bij het hof zijn eerder wel de volgende stukken ingekomen:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de brief van de bewindvoerder d.d. 27 november 2017 dat geen verweer wordt gevoerd door een advocaat en de bewindvoerder niet ter zitting zal verschijnen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het V-formulier van mr. Jaminon d.d. 25 juni 2018 dat deze zich onttrekt als advocaat van de rechthebbende.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Bij beschikking van 12 september 2014 zijn met ingang van 1 oktober 2014 de goederen die (zullen) toebehoren aan de rechthebbende onder bewind gesteld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Bij de bestreden beschikking heeft de kantonrechter het verzoek van de rechthebbende strekkende tot ontslag van de bewindvoerder en gelijktijdige benoeming van de voorgestelde opvolgend bewindvoerder afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechthebbende kan zich met deze beslissing niet verenigen en is hiervan in hoger beroep gekomen. Zij voert in haar beroepschrift – samengevat – het volgende aan.</para>
        <para>Er zijn wel degelijk zwaarwegende redenen om de bewindvoerder te ontslaan. Immers, de communicatie tussen rechthebbende en de bewindvoerder laat dusdanig te wensen over dat er geen basis is voor verdere samenwerking. Verder ontbreekt ieder vertrouwen van de rechthebbende in de bewindvoerder en is zelfs sprake van wantrouwen. De rechthebbende voelt een enorme drempel om de bewindvoerder te benaderen; ze voelt zich niet op haar gemak bij hem en vreest zijn reactie. Tijdens een gesprek met [bewindvoering] bewindvoering voelde zij zich meteen op haar gemak en serieus genomen. </para>
        <para>Daarbij komt dat de rechthebbende in het licht van artikel 1:435 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek (BW) niet alleen bij de aanvang van het bewind, maar ook gedurende het bewind zijn/haar belangen moet kunnen toevertrouwen aan een bewindvoerder van zijn/haar voorkeur. De rechthebbende merkt in dit verband nog op dat zij bij de aanvang van het bewind niet zelf een expliciete keuze heeft gemaakt voor de bewindvoerder, maar zij Moveo, waar zij destijds verbleef, hierin heeft gevolgd. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>De bewindvoerder heeft in zijn verweerschrift in eerste aanleg – kort gezegd – naar voren gebracht het onder de huidige omstandigheden niet verantwoord te vinden dat rechthebbende zou overstappen naar een andere bewindvoerder.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Het hof overweegt het volgende. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <parablock>
        <para>Ingevolge artikel 1:435 lid 1 BW benoemt de rechter die het bewind instelt daarbij of zo spoedig mogelijk daarna een bewindvoerder. </para>
        <para>Ingevolge artikel 1:435 lid 3 BW volgt de rechter bij de benoeming van de bewindvoerder de uitdrukkelijke voorkeur van de rechthebbende, tenzij gegronde redenen zich tegen zodanige benoeming verzetten.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ingevolge artikel 1:448 lid 1 aanhef en onder e BW eindigt de taak van de bewindvoerder door ontslag dat hem door de kantonrechter met ingang van een door deze bepaalde dag wordt verleend. </para>
        <para>Ingevolge artikel 1:448 lid 2 BW kan het ontslag hem onder meer worden verleend wegens gewichtige redenen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>De rechthebbende heeft noch in persoon noch bij monde van een advocaat ter zitting van het hof een toelichting gegeven op haar beroepschrift. Op de aan de rechthebbende geboden mogelijkheid – onder de uitdrukkelijke vermelding dat het hof indien het niet nader van de rechthebbende of haar advocaat verneemt een beslissing zal nemen die het hof geraden voorkomt – om een nieuwe advocaat te zoeken die zich voor haar stelt, heeft het hof niets vernomen. De beschreven grieven bieden, ook in samenhang met de stellingen van rechthebbende in eerste aanleg, zonder nadere toelichting of onderbouwing, onvoldoende grondslag om aan te nemen dat sprake is van gewichtige redenen die reden vormen voor ontslag van de bewindvoerder. De verwijzing naar artikel 1:435 BW maakt dit niet anders. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>Op grond van het vorenstaande zal het hof de beschikking waarvan beroep bekrachtigen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 16 augustus 2017;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af het meer of anders verzochte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. C.N.M. Antens, C.A.R.M. van Leuven en P.M.M. Mostermans, bijgestaan door de griffier, en is op 20 september 2018 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>