<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2018:2803</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-09-10T09:51:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-07-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-07-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.228.612_01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBLIM:2017:7464" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Eerste aanleg: ECLI:NL:RBLIM:2017:7464</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHSHE:2018:3351" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2018:3351</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHSHE:2019:3265" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2019:3265</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2018:2803">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2018:2803</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-09-10T09:35:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-09-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2018:2803 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 03-07-2018 / 200.228.612_01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2018:2803:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>voegen met ECLI:NL:GHSHE:2018:3351</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2018:2803:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH  </bridgehead>
    <para>Afdeling civiel recht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer 200.228.612/01</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van 3 juli 2018</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gewezen in het incident tot voeging ex artikel 222 Rv</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [appellant 1] ,<?linebreak?>wonende te [woonplaats] ,</title>
    <para>2. <emphasis role="bold">[appellant 2] ,</emphasis><?linebreak?>wonende te [woonplaats] ,</para>
    <para>3. <emphasis role="bold">[holding] Holding B.V.,</emphasis><?linebreak?>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
    <para>4. <emphasis role="bold">[de vennootschap 1] B.V.,</emphasis><?linebreak?>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
    <para>5. <emphasis role="bold">[de vennootschap 2] B.V.,</emphasis><?linebreak?>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
    <para>6. <emphasis role="bold">Holding [de holding 1] B.V.,</emphasis><?linebreak?>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
    <para>7. <emphasis role="bold">Holding [de holding 2] B.V.,</emphasis><?linebreak?>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
    <para>8. <emphasis role="bold">[de vennootschap 3] B.V.,</emphasis><?linebreak?>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
    <para>9. <emphasis role="bold">[de vennootschap 4] B.V.</emphasis><?linebreak?>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
    <para>10. <emphasis role="bold">[de vennootschap 5] B.V.,</emphasis><?linebreak?>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
    <para>11. <emphasis role="bold">[onroerend goed 1] Onroerend Goed B.V.,</emphasis><?linebreak?>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
    <para>12. <emphasis role="bold">[de vennootschap 6] B.V.,</emphasis><?linebreak?>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
    <para>13. <emphasis role="bold">[onroerend goed 2] onroerend Goed B.V.</emphasis><?linebreak?>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
    <parablock>
      <para>appellanten in de hoofdzaak,</para>
      <para>verweerders in het incident,</para>
      <para>advocaat: mr. W.M.J. Saes te Roermond,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De coöperatie Coöperatieve Rabobank U.A.,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>geïntimeerde in de hoofdzaak,</para>
      <para>eiseres in het incident,</para>
      <para>advocaat: mr. Ph.C.M. van der Ven te 's-Hertogenbosch,</para>
      <para>op het bij exploot van dagvaarding van 31 oktober 2017 ingeleide hoger beroep van het vonnis van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 2 augustus 2017, gewezen tussen appellanten – [appellanten c.s.] – als eisers in conventie, verweerders in reconventie en onder meer geïntimeerde – de Rabobank – als gedaagde in conventie, eiseres in reconventie.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/04/123213/HA ZA 13-164)</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis en naar het daaraan voorafgaande vonnis in het incident van 15 januari 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de dagvaarding in hoger beroep;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de memorie van grieven met eiswijziging en producties;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de memorie van antwoord, tevens incidentele memorie tot voeging met producties;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de memorie van antwoord in het incident houdende een verzoek tot voeging.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft daarna een datum bepaald voor arrest in het incident.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">In het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De vordering van de Rabobank strekt tot voeging van de onderhavige procedure met de bij dit hof onder zaaknummer 200.231.860/01 aanhangige procedure tussen [appellanten c.s.] als appellanten en de Staat als geïntimeerde. Ter onderbouwing van haar vordering stelt de Rabobank kort gezegd dat beide geschillen (deels) over hetzelfde feitencomplex gaan en beroept zij zich op artikel 353 jo artikel 222 Rv. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [appellanten c.s.] hebben geen bezwaar tegen de gevorderde zaakvoeging wegens verknochtheid.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Omdat beide procedures betrekking hebben op hetzelfde vonnis en (deels) hetzelfde feitencomplex is naar het oordeel van het hof sprake van verknochtheid. Nu verder [appellanten c.s.] geen bezwaar hebben tegen de gevorderde voeging, zal de incidentele vordering tot voeging worden toegewezen. </para>
        <para>Wellicht ten overvloede overweegt het hof dat de vorderingen, ondanks de formele voeging, hun zelfstandigheid behouden (HR 21 november 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZC2500) en wordt de partij in de ene zaak niet automatisch partij in de andere zaak (HR 21 mei 1999, ECLI:NL:HR:1999:ZC2904). Dat betekent dat partijen door vermelding van de zaaknummers steeds duidelijk moeten maken op welke procedure hun memories en/of akten betrekking hebben. Ook betekent dat, anders dan Rabobank kennelijk veronderstelt, partijen in de ene gevoegde zaak niet automatisch de beschikking krijgen over de processtukken van de andere gevoegde zaak.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Omdat geen van partijen als de in het ongelijk gestelde partij kan worden beschouwd, zullen de proceskosten tussen partijen worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">In de hoofdzaak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>De zaak wordt naar de rol verwezen voor beraad. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in het incident</emphasis>:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beveelt de voeging van de onderhavige zaak met zaaknummer 200.228.612/01 met de bij dit hof aanhangige zaak met zaaknummer 200.231.860/01 tussen [appellanten c.s.] als appellanten en de Staat als geïntimeerde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>compenseert de proceskosten van het incident tussen partijen in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in de hoofdzaak: </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verwijst de zaak naar de rol van 17 juli 2018 voor beraad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, O.G.H. Milar en J.M.H. Schoenmakers en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 3 juli 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	griffier					rolraadsheer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>