<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2017:5741</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-23T12:05:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-12-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-12-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.164.730_01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHSHE:2016:3605" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2016:3605</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHSHE:2017:4208" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2017:4208</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHSHE:2018:3412" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2018:3412</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHSHE:2018:5185" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2018:5185</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2017:5741">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2017:5741</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-23T12:04:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-12-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2017:5741 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 19-12-2017 / 200.164.730_01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2017:5741:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>deskundigenbericht</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2017:5741:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH   </emphasis>
  </para>
  <para>afdeling civiel recht</para>
  <parablock>
    <para>zaaknummer 200.164.730/01</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">arrest van 19 december 2017</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>in de zaak van </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Projectserve [projectservice] B.V.</emphasis>,</para>
    <para>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
    <para>appellante in principaal appel en geïntimeerde in incidenteel appel,</para>
    <para>advocaat: mr. E.D. de Jong te Steenwijk,</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>tegen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [de vennootschap]
      </emphasis>,</para>
    <para>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
    <para>geïntimeerde in principaal appel en appellante in incidenteel appel,</para>
    <para>advocaat: mr. R. Faasen te Rotterdam,</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>als vervolg op het door het hof gewezen arresten van 9 augustus 2016 en 3 oktober 2017 in het hoger beroep van het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, handelsrecht, zittingsplaats Breda van 5 november 2014, gewezen tussen appellante in het principaal appel -Projectserve- als gedaagde in conventie en eiseres in reconventie en geïntimeerde in het principaal appel - [de vennootschap] - als eiseres in conventie en verweerster in reconventie. Het hof zal de nummering van voormeld tussenarrest van 3 oktober 2017 voortzetten.</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Het tussenarrest van 3 oktober 2017</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij genoemd arrest heeft het hof bepaald dat voor de kosten van de deskundigen, de heren Van der Kolk en Kastelein, een voorschot dient te worden voldaan van € 12.100,= (inclusief BTW), te betalen door Projectserve. Projectserve heeft dit bedrag op 17 oktober 2017 voldaan. Van dit bedrag is € 3.025,= voor deskundige Van der Kolk en € 9.075,= voor deskundige Kastelein in het depot gestort. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>Het verdere verloop van de procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De heer Van der Kolk heeft per mailbericht van 12 oktober 2017 aan de griffier laten weten dat niet hij, maar [deskundige] de deskundige is in deze zaak. De heer Van der Kolk is contactpersoon.</para>
      <para>Op 17 oktober 2017 heeft de griffier per brief het mailbericht aan partijen verzonden, met het verzoek hierop te reageren tot uiterlijk 25 oktober 2017. Partijen hebben hierop niet gereageerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De heer Van der Kolk heeft per mailbericht van 18 oktober 2017 aan de griffier aangegeven, dat het gevraagde voorschot niet toereikend zal zijn. Dat bedrag is gebaseerd op een dagprijs van € 1.500,= (exclusief BTW). De heer Van der Kolk geeft aan, dat 2 dagen niet voldoende zal zijn, en vraagt een verhoging van het voorschot van € 5.975,=, zodat het totaalbedrag </para>
      <para>€ 9.000,= wordt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier heeft per brief van 27 oktober 2017 het verzoek tot verhoging van het voorschot aan partijen verzonden, en aangegeven dat ze tot uiterlijk 10 november 2017 hierop kunnen reageren.  </para>
      <para>
        [de vennootschap] heeft niet gereageerd. Projectserve heeft per brief van 8 november 2017 aan de griffier laten weten, bezwaar tegen de verhoging van het voorschot te hebben. Projectserve </para>
      <para>is van mening, dat het voorschot van € 3.025,= gehandhaafd dient te worden.</para>
      <para>Tevens geeft Projectserve aan, bezwaar tegen de deskundige de heer Kastelein te hebben, daar volgens Projectserve de vereiste neutraliteit/onafhankelijkheid niet gewaarborgd is. Projectserve meent, dat er een andere deskundige benoemd moet worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 17 november 2017 heeft de griffier een brief aan partijen verzonden, en aangegeven dat het verzoek tot verhoging van het voorschot door de heer Van der Kolk voldoende gemotiveerd is omdat de deskundige niet uitsluit meer dagen nodig te hebben dan eerst is begroot, en dat ook meeweegt dat, indien het voorschot te hoog blijkt te zijn, het verschil wordt teruggestort terwijl, indien het voorschot te laag blijkt te zijn, het deskundigenonderzoek komt stil te liggen vanaf het moment dat het voorschot is opgebruikt totdat aanvullend voorschot is gestort. </para>
      <para>Voor wat betreft de heer Kastelein heeft de griffier aangegeven dat het het hof zeer veel moeite heeft gekost om deskundigen te vinden in verband met het feit dat het onderhavige terrein zo specialistisch is, en dat de weinige deskundigen op dit terrein elkaar zo goed kenden dat menig deskundige zich niet meer vrij voelde om in deze zaak benoemd te worden. Het hof heeft Projectserve verzocht haar bezwaar te heroverwegen, hierover </para>
      <para>nader te overleggen met [de vennootschap] en, indien dit alles tot niets leidt, in overleg met [de vennootschap] </para>
      <para>een nieuwe deskundige voor te stellen, uiterlijk 4 december 2017.</para>
      <para>Partijen hebben niet gereageerd. Het hof leidt daaruit af dat Projectserve haar bezwaar tegen de heer Kastelein niet handhaaft.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>11</nr>De uitspraak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaald dat in plaats van de heer Van der Kolk tot deskundige wordt benoemd:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [deskundige]
      </para>
      <para>
        [bedrijf]
      </para>
      <para>
        [adres]
      </para>
      <para>
        [postcode] [kantoorplaats]</para>
      <para>Telefoon: [telefoonnummer]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat voor de kosten van de deskundige [deskundige] een aanvullend voorschot dient te worden voldaan van € 5.975 (inclusief BTW).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat Projectserve bovengenoemd bedrag zal overmaken na ontvangst van de nota met betaalinstructies die door het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak zal worden verzonden;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat de deskundigen het onderzoek verder zullen voortzetten nadat de griffier heeft bericht dat het aanvullend voorschot is ontvangen;</para>
      <para>verzoekt de deskundigen, indien de kosten het aanvullend voorschot te boven mochten gaan, het hof daarover tijdig in te lichten;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaald dat de deskundige, de heer ing. J. Kastelein, verbonden zal blijven als deskundige in deze zaak,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verwijst de zaak naar de rol van 6 maart 2018 in afwachting van het deskundigenbericht;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verstaat dat de zaak na ontvangst van het deskundigenbericht naar de rol wordt verwezen voor memorie na deskundigenbericht aan de zijde van Projectserve;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat de griffier van dit hof een afschrift van dit arrest aan de deskundigen zal toezenden;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. O.G.H. Milar, M.G.W.M. Stienissen en J.R. Sijmonsma en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 19 december 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>	griffier					rolraadsheer</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>