<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2017:4789</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-06T00:41:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-11-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-11-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.208.144_01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHSHE:2017:3671" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2017:3671</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JERF Actueel 2017/340</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2017:4789">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2017:4789</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-11-09T08:28:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-11-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2017:4789 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 07-11-2017 / 200.208.144_01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2017:4789:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>In bodemprocedure vastgestelde zekerheidstelling door stiefmoeder voor erfdelen kinderen door haar niet uitgevoerd. Kort geding om daaraan een dwangsom te verbinden. Gevolgen van het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd. Vervolg op tussenarrest.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2017:4789:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF  ̓s-HERTOGENBOSCH</bridgehead>
    <para>Afdeling civiel recht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer 200.208.144/01</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van 7 november 2017</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [appellante]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>appellante,</para>
      <para>advocaat: mr. G.A. Soebhag te Rotterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [geïntimeerde 1] ,</title>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats] , gemeente [gemeente] , </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">2. [geïntimeerde 2]</emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] , gemeente [gemeente] , </para>
      <para>geïntimeerden,</para>
      <para>advocaat: mr. A. Bouwmeester te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>als vervolg op het tussenarrest van dit hof van 22 augustus 2017 in het hoger beroep van het door de voorzieningenrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, onder zaaknummer/rolnummer C/02/322411/KG ZA 16-703 tussen partijen gewezen vonnis in kort geding van 14 december 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Het verdere verloop van het geding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- het tussenarrest van 22 augustus 2017;</para>
    <para>- de akte van [appellante] van 12 september 2017;</para>
    <para>- de antwoordakte van [geïntimeerden] van 26 september 2017.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen hebben arrest gevraagd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1</nr>
      <parablock>
        <para>Bij genoemd tussenarrest heeft het hof de zaak naar de rol verwezen voor aktes met het in rechtsoverweging 4.16 van het tussenarrest omschreven doel. </para>
        <para>In deze rechtsoverweging heeft het hof overwogen: </para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>dat [appellante] voorshands in staat geacht moet worden om maandelijks - ingaande per 1 [maand] 2017 - vóór het einde van elke maand, een bedrag van bijvoorbeeld € 350,= te storten op een bankrekening (en daar aan te houden) totdat zij aan haar zekerheidstellingverplichting heeft voldaan, </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>dat een daartoe strekkende veroordeling kan worden versterkt met een dwangsom van € 100,= voor elke maand dat zij achterstallig is met de voldoening, met een maximum van € 15.000,=, en</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>dat achterstallige termijnen binnen de termijn van twee maanden na betekening van dit arrest kunnen zijn gestort. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>Het hof heeft partijen in de gelegenheid gesteld zich hieromtrent uit te laten. Van die gelegenheid hebben partijen gebruik gemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2</nr>
      <para>
        [appellante] heeft in haar akte vermeld dat zij onvoldoende vermogend is om maandelijks een bedrag te storten als door het hof overwogen en dat haar inkomsten achterblijven bij haar uitgaven. Volgens [geïntimeerden] blijkt uit deze akte dat [appellante] niet bereid is aan haar verplichtingen te voldoen. Volgens hen ontbreekt iedere onderbouwing voor het standpunt van [appellante] dat zij onvoldoende vermogend is om aan het voorstel van het hof te voldoen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3</nr>
      <para>Het hof overweegt hierover het volgende. In haar akte miskent [appellante] dat op haar reeds geruime tijd de verplichting rust om zekerheid te stellen. Haar afwijzing van de door het hof voorgestelde aanpak is, zoals [geïntimeerden] terecht aanvoeren, zonder enige onderbouwing gebleven. [geïntimeerden] hebben tegen die aanpak van hun kant geen bezwaren aangevoerd. Het hof zal daarom dienovereenkomstig beslissen. De tweede grief van [appellante] slaagt in zoverre dat deze vorm van zekerheidstelling zal worden gevolgd; voor het overige wordt de grief verworpen. Het vonnis van 14 december 2016 wordt in zoverre vernietigd. Dit betreft de onderdelen 4.1 en 4.2 van het dictum.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.4</nr>
      <para>Bij deze stand van zaken heeft [appellante] te gelden als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij, zodat de proceskostenveroordeling in eerste aanleg in stand blijft en [appellante] in hoger beroep wordt veroordeeld in de kosten.	      		</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De uitspraak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1</nr>
      <para>vernietigt het vonnis van 14 december 2016 wat betreft de onderdelen 4.1 en 4.2 van het dictum en, in zoverre opnieuw rechtdoende:</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2</nr>
      <para>veroordeelt [appellante] ter uitvoering van het vonnis van 14 september 2016 zekerheid te stellen aangaande de erfdelen in de nalatenschap van de heer [vader] door met ingang van 1 [maand] 2017 maandelijks voor het einde van de maand een bedrag van € 350,= te storten op een hiertoe geopende bankrekening, en daarop aan te houden, totdat zij aan haar zekerheidstellingverplichting uit hoofde van dat vonnis heeft voldaan;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3</nr>
      <para>veroordeelt [appellante] de achterstallige termijnen vanaf 1 [maand] 2017 binnen twee maanden na betekening van dit arrest op de hiervoor bedoelde bankrekening te storten en daarop aan te houden; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.4</nr>
      <para>bepaalt dat [appellante] een dwangsom verbeurt van € 100,= voor iedere maand of gedeelte daarvan dat zij niet voldoet aan de onder 8.2 en 8.3 vermelde veroordelingen, met een maximum van € 15.000,= aan te verbeuren dwangsommen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.5</nr>
      <para>bekrachtigt het vonnis van 14 december 2016 voor het overige;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.6</nr>
      <para>veroordeelt [appellante] in de kosten van het geding in hoger beroep, tot op deze uitspraak aan de zijde van [geïntimeerden] begroot op € 313,= aan griffierecht en op € 1.341,= aan salaris advocaat;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.7</nr>
      <para>verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.8</nr>
      <para>wijst af het meer of anders gevorderde.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit arrest is gewezen door mrs. B.A. Meulenbroek, M.G.W.M. Stienissen en J.R. Sijmonsma en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 7 november 2017.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>			griffier						rolraadsheer</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>