<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2017:3239</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T17:27:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-07-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-07-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200 213 437_01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_arbeidsrecht">Civiel recht; Arbeidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBLIM:2017:16" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#overig">Eerste aanleg: ECLI:NL:RBLIM:2017:16, Overig</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHSHE:2017:3971" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2017:3971</dcterms:relation>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0006000&amp;artikel=2031&amp;g=2002-01-01">Burgerlijk Wetboek Boek 7A 2031</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001827&amp;artikel=358&amp;g=2006-02-01">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 358</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Prg. 2017/227</rdf:li>
          <rdf:li>AR 2017/3767</rdf:li>
          <rdf:li>AR-Updates.nl 2017-0908</rdf:li>
          <rdf:li>VAAN-AR-Updates.nl 2017-0908</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2017:3239">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2017:3239</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-07-18T11:22:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-07-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2017:3239 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 13-07-2017 / 200 213 437_01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2017:3239:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>WWZ-zaak. Ontvankelijkheid in hoger beroep. Artikel 7A:2031 BW. 358 Rv. Algemene termijnenwet.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2017:3239:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak	: 13 juli 2017</para>
      <para>Zaaknummer	: 200.213.437/01</para>
      <para>Zaaknummer eerste aanleg	: 5371049 AZ VERZ 16-189 en 5565367 AZ VERZ 16-245</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak in hoger beroep van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [appellant]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>appellant,</para>
      <para>hierna aan te duiden als [appellant] ,</para>
      <para>advocaat: mr. R.J. Ruiter te Gulpen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [Company B.V.] Company B.V.,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats] , gemeente [gemeente] ,</para>
      <para>verweerster,</para>
      <para>hierna aan te duiden als [verweerster] ,</para>
      <para>advocaat: mr. A.S.J.H. van den Bronk te Maastricht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in eerste aanleg</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verwijst naar de beschikking van de kantonrechter van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht van 2 januari 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het beroepschrift met het procesdossier van de eerste aanleg en bijlagen, ingekomen ter griffie op 3 april 2017;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het verweerschrift, ingekomen ter griffie op 23 mei 2017;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een brief van mr. Van den Bronk namens [verweerster] met een bijlage, ingekomen ter griffie op 28 juni 2017;</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>- de op 5 juli 2017 gehouden mondelinge behandeling. Bij die gelegenheid zijn gehoord: </para>
      <para>- [appellant] , bijgestaan door mevrouw B. Hitchcock als tolk en door mr. Ruiter;</para>
      <para>- de heer [directeur van verweerster] , directeur van [verweerster] , bijgestaan door mr. Van den Bronk.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Het hof heeft daarna een datum voor beschikking bepaald, waarbij is vermeld dat het hof mogelijk eerder dan op de genoemde datum uitspraak zal doen. </para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De eerste vraag die het hof moet beantwoorden, is of [appellant] ontvankelijk is in het door hem ingestelde hoger beroep. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De bestreden beschikking is van 2 januari 2017. Hoger beroep daartegen moet binnen drie maanden, te rekenen vanaf de dag van de beschikking worden ingesteld (artikel 358 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)). [appellant] heeft op 3 april 2017 hoger beroep ingesteld. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij verweerschrift heeft [verweerster] zich op het standpunt gesteld dat het hoger beroep niet binnen de geldende beroepstermijn is ingesteld en dat [appellant] daarom niet-ontvankelijk moet worden verklaard. </para>
        <para>Tijdens de zitting heeft [appellant] aangevoerd dat de beroepstermijn gelet op artikel 1 van de Algemene termijnenwet niet op zondag 2 april 2017, maar op maandag 3 april 2017 verstreek, waardoor het hoger beroep tijdig is ingesteld. </para>
        <para>Vervolgens heeft het hof kort de vraag aan de orde gesteld of de Algemene termijnenwet in arbeidszaken geldt, maar partijen waren niet op deze vraag voorbereid.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Artikel 7A:2031 van het Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt dat de Algemene termijnenwet niet van toepassing is op de termijnen die in titel 10 van Boek 7 BW zijn gesteld. Deze titel heeft betrekking op de arbeidsovereenkomst. De geldende beroepstermijn is echter niet opgenomen in titel 10 van Boek 7 BW, maar als gezegd in artikel 358 Rv. (Zie over de termijnen J.S. Engelsman, <emphasis role="italic">Termijnen in het arbeidsrecht: een overzicht onder de WWZ</emphasis>, ArbeidsRecht 2015/49).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Partijen zullen gelet op het voorgaande in de gelegenheid worden gesteld zich bij akte nader uit te laten over de ontvankelijkheid van [appellant] in het hoger beroep. [appellant] zal als eerste in de gelegenheid worden gesteld zich hierover uit te laten, waarna [verweerster] de gelegenheid krijgt een antwoordakte te nemen. Partijen dienen de akten aan de griffie te richten (met vermelding van het zaaknummer) en een kopie aan de wederpartij toe te sturen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>Het hof zal iedere verdere beslissing aanhouden.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof :</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>stelt [appellant] in de gelegenheid zich uiterlijk 27 juli 2017 bij akte nader uit te laten over de vraag of hij ontvankelijk is in het door hem ingestelde hoger beroep, </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>houdt iedere verdere beslissing aan. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. J.F.M. Pols, W.H.B. den Hartog Jager en D.J.B. de Wolff en is in het openbaar uitgesproken op 13 juli 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>