<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2016:4392</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-12-15T10:46:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-10-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-09-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.194.732/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001860&amp;artikel=288&amp;g=2008-01-01">Faillissementswet 288</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2016:4392">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2016:4392</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-12-15T10:46:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-12-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2016:4392 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 29-09-2016 / 200.194.732/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2016:4392:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>artikel 288 lid 1 aanhef en sub c Fw: appellant heeft een zodanige positieve ontwikkeling doorgemaakt dat hij thans saneringsrijp is en derhalve in staat moet worden geacht te kunnen voldoen aan alle uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende kernverplichtingen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2016:4392:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH      </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak	: 29 september 2016</para>
      <para>Zaaknummer	: 200.194.732/01</para>
      <para>Zaaknummer eerste aanleg	: C/03/216213/FT RK 16/101</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak in hoger beroep van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [appellant] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>appellant,</para>
      <para>hierna te noemen: [appellant] ,</para>
      <para>advocaat: mr. R. Jacobs te Heerlen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in eerste aanleg</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verwijst naar het vonnis van de rechtbank Limburg (zittingsplaats Maastricht) van 28 juni 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 5 juli 2016, heeft [appellant] verzocht voormeld vonnis te vernietigen en hem alsnog toe te laten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 21 september 2016. Bij die gelegenheid is gehoord:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            [appellant] , bijgestaan door mr. Jacobs;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de heer [beschermingsbewindvoerder] , beschermingsbewindvoerder van [appellant] .</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:</para>
      <para>- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg d.d. 25 mei 2016;</para>
      <para>- de brief met bijlagen van de advocaat van [appellant] d.d. 16 augustus 2016;</para>
      <para>- de brief met bijlagen van de advocaat van [appellant] d.d. 13 september 2016;</para>
      <para>- de brief met bijlagen van de advocaat van [appellant] d.d. 16 september 2016;</para>
      <para>- de brief met bijlagen van de advocaat van [appellant] d.d. 19 september 2016;</para>
      <para>- de brief van de beschermingsbewindvoerder van [appellant] d.d. 20 september 2016;</para>
      <para>- de ter zitting door de advocaat van [appellant] overgelegde sollicitatiebrief d.d. 6 september 2016, gericht aan VDL Nedcar.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Ter terechtzitting en uit de stukken is gebleken dat over de goederen die aan [appellant] als rechthebbende toebehoren of zullen toebehoren een bewind is ingesteld als bedoeld in artikel 1:431 lid 1 BW. Tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep is de meerderjarigenbeschermingsbewindvoerder in de gelegenheid gesteld, van welke gelegenheid hij ook gebruik heeft gemaakt, om zijn visie over het gedane verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling van [appellant] te geven (vgl. HR 25 mei 2012, LJN: BV4021).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [appellant] heeft de rechtbank verzocht om de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit te spreken. Uit de verklaring ex artikel 285 Faillissementswet (Fw) van [appellant] blijkt een totale schuldenlast van € 24.607,34. Daaronder bevinden zich een schuld aan de Belastingdienst van in totaal  € 3256,-- en een schuld aan het CJIB, cluster MSNP, van € 3.208,--.</para>
        <para>Uit genoemde verklaring blijkt dat het minnelijke traject is mislukt, omdat niet alle schuldeisers akkoord zijn gegaan.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij vonnis waarvan beroep, heeft de rechtbank het verzoek van [appellant] afgewezen. </para>
        <para>De rechtbank heeft daartoe op de voet van artikel 288 lid 1 aanhef en sub c Fw overwogen dat niet voldoende aannemelijk is dat [appellant] de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [appellant] kan zich met deze beslissing niet verenigen en hij is hiervan in hoger beroep gekomen. [appellant] heeft in het beroepschrift - zakelijk weergegeven - het volgende aangevoerd. </para>
        <para>Volgens [appellant] is er sprake van voldoende hulp en van een uitgebreid sociaal vangnet. Naast zijn eigen gezin kan [appellant] altijd bouwen op zijn ouders, jongere zus en vrienden. </para>
        <para>Daarnaast staat [appellant] onder beschermingsbewind. [appellant] beschouwt zijn beschermingsbewindvoerder als een extra ondersteuning, zowel financieel als maatschappelijk. [appellant] merkt in dat verband op dat het in deze procedure van groot belang is dat de beschermingsbewindvoerder aangeeft dat hij in de samenwerking met de beschermingsbewindvoerder telkenmale al zijn verplichtingen nakomt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>3.4.1.</nr>
        <para>Voorts stelt [appellant] dat hij na zijn burn-out in 2013 controle heeft gehad van een ARBO-arts en dat hij al geruime tijd onder behandeling staat bij de praktijkondersteuner GGZ van zijn huisarts, alhoewel hij momenteel niet meer kampt met depressieve klachten. Op het moment is, in overleg met de praktijkondersteuner, slechts nog contact met de praktijkondersteuner als hier zijdens [appellant] behoefte aan is. </para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>De heer [beschermingsbewindvoerder] , waarnemend meerderjarigenbeschermingsbewindvoerder heeft ter zitting in hoger beroep zich achter het verzoek van [appellant] om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling geschaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>Het hof komt tot de volgende beoordeling.</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>3.6.1.</nr>
        <para>Ingevolge artikel 288 lid 1 aanhef en sub c Fw wordt het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling slechts toegewezen indien voldoende aannemelijk is dat de schuldenaar de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.6.2.</nr>
        <para>Blijkens het vonnis waarvan beroep heeft de rechtbank het verzoek van [appellant] om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling afgewezen, omdat de rechtbank niet heeft kunnen nagaan of [appellant] zijn medische en psychische klachten onder controle heeft. Het hof acht dit oordeel begrijpelijk, omdat de rechtbank dienaangaande niet over (relevante) verklaringen kon beschikken.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.6.3.</nr>
        <parablock>
          <para>Thans, in hoger beroep, zijn door [appellant] dienaangaande echter wél (relevante) </para>
          <para>verklaringen overgelegd. Gelet op zowel de inhoud en strekking van deze verklaringen als </para>
          <para>hetgeen ter gelegenheid van de mondelinge behandeling in hoger beroep door en namens </para>
          <para>
            [appellant] naar voren is gebracht is het hof van oordeel dat [appellant] thans voldoende </para>
          <para>aannemelijk heeft gemaakt, dat hij de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende </para>
          <para>verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de </para>
          <para>boedel te verwerven. Dienaangaande overweegt het hof onder meer dat gebleken is dat [appellant] </para>
          <para>al geruime tijd geen contact meer heeft gehad met de praktijkondersteuner GGZ. Verder </para>
          <para>is voldoende aannemelijk dat de eerdere psychische klachten van [appellant] in het bijzonder </para>
          <para>samenhingen met tijd- en plaatsgebonden gebeurtenissen als een echtscheiding, het gezag over </para>
          <para>zijn minderjarige zoontje en huisvesting. Gebleken is thans evenwel onder meer – en dit </para>
          <para>verklaart tevens waarom [appellant] al geruime tijd geen contact meer met de </para>
          <para>praktijkondersteuner GGZ heeft gehad  - dat [appellant] met zijn huidige vriendin en zijn </para>
          <para>minderjarige zoontje, - over wie hij inmiddels het eenhoofdig ouderlijk gezag heeft verkregen </para>
          <para>- samenwoont in een  huurwoning in plaats van een voor de sloop bestemd pand en welk pand </para>
          <para>vervelende  herinneringen opriep aan zijn eerdere, inmiddels lang verbroken relatie. Verder </para>
          <para>beschikt, zo volgt eveneens uit de overgelegde stukken zoals toegelicht ter zitting in hoger </para>
          <para>beroep, [appellant] over een voldoende sociaal vangnet. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.6.4.</nr>
        <parablock>
          <para>Daarbij komt, ook meer in het algemeen, dan nog dat [appellant] op eigen initiatief hulp </para>
          <para>heeft gezocht bij het beheren van zijn inkomen en het saneren van zijn schulden, dat hij sinds </para>
          <para>1 mei 2013 onder beschermingsbewind staat en dat er sindsdien geen nieuwe schulden zijn </para>
          <para>bijgekomen. Het hof verwijst in dat verband naar de brief van de </para>
          <para>beschermingsbewindvoerder d.d. 20 september 2016. Tot slot is [appellant] met Gemeentelijke </para>
          <para>Sociale Dienst in het kader van de Participatiewet pogingen aan het ondernemen om aan </para>
          <para>betaalde arbeid te komen en heeft hij daarnaast ook zelfstandig sollicitatie-activiteiten </para>
          <para>ontplooid, zoals blijkt uit het overzicht verrichtte sollicitaties, overgelegd bij brief van de </para>
          <para>advocaat van [appellant] d.d. 19 september 2016, en de ter zitting in hoger beroep door de </para>
          <para>advocaat van [appellant] overgelegde sollicitatiebrief d.d. 6 september 2016, gericht aan VDL </para>
          <para>Nedcar.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.6.5.</nr>
        <para>Op grond van de hiervoor geschetste feiten en omstandigheden rond [appellant] is het hof van oordeel dat [appellant] een zodanige positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt dat hij thans saneringsrijp is en derhalve in staat moet worden geacht te kunnen voldoen aan alle uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende kernverplichtingen. Daarbij stelt het hof nog vast dat [appellant] evenzeer voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden en dat, voor zover zij binnen de zogeheten vijfjaarstermijn vallen, [appellant] voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden, te goeder trouw is geweest.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.6.6.</nr>
        <para>Het vonnis waarvan beroep zal derhalve worden vernietigd en het verzoek van [appellant] tot toelating tot de schuldsaneringsregeling zal alsnog worden toegewezen. Nu de toepassing van de schuldsaneringsregeling voor het eerst in hoger beroep wordt uitgesproken, zal het hof toepassing geven aan het bepaalde in artikel 292 lid 9 Fw.</para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De uitspraak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>vernietigt  het vonnis waarvan beroep;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en opnieuw rechtdoende:</para>
      <para>verklaart de schuldsaneringsregeling van toepassing ten aanzien van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">
          [appellant] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] , op [geboortedatum] 1983</para>
      <para>wonende te ( [postcode] ) [woonplaats] aan het adres [adres] ;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat de griffier van dit hof onverwijld aan de griffier van de rechtbank Limburg (zittingsplaats Maastricht) kennis geeft van deze uitspraak in verband met de benoeming van een rechter-commissaris en een bewindvoerder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. L.Th.L.G. Pellis, S.M.A.M. Venhuizen en F.J.M. Walstock</para>
      <para> en in het openbaar uitgesproken op 29 september 2016.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>