<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2016:428</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-02-16T10:29:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-02-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-02-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">20-003986-13</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_materieelStrafrecht">Strafrecht; Materieel strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_strafprocesrecht">Strafrecht; Strafprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001941&amp;artikel=3&amp;g=2003-03-17">Opiumwet 3</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001941&amp;artikel=11&amp;g=2009-07-01">Opiumwet 11</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001854&amp;artikel=22c&amp;g=2012-04-01">Wetboek van Strafrecht 22c</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001854&amp;artikel=22d&amp;g=2012-04-01">Wetboek van Strafrecht 22d</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001854&amp;artikel=47&amp;g=2012-10-01">Wetboek van Strafrecht 47</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2016:428">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2016:428</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-02-15T16:56:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-02-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2016:428 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 08-02-2016 / 20-003986-13</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2016:428:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Voor binnentreden in een schuurtje dat geen deel uitmaakt van de woning is geen machtiging tot binnentreden vereist. Medeplegen van aanwezig hebben van hennep door de huurster van het schuurtje, die door derden dat schuurtje tegen betaling laat gebruiken om hennep te plaatsen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2016:428:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Afdeling strafrecht</para>
  <parablock>
    <para>Parketnummer	: 20-003986-13 </para>
    <para>Uitspraak	: 8 februari 2016</para>
    <para>TEGENSPRAAK</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof</title>
    <bridgehead role="bold">'s-Hertogenbosch</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 29 november 2013 in de strafzaak met parketnummer 02-666472-12 tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verdachte] ,</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983, </para>
      <para>wonende te [woonplaats] , [adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Hoger beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte vrijgesproken van hetgeen haar ten laste is gelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Onderzoek van de zaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de rechter in eerste aanleg zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, zal bewezen verklaren hetgeen aan verdachte is ten laste gelegd (medeplegen van het aanwezig hebben van 810 hennepplanten) en verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, en tot een taakstraf voor de duur van 180 uren, subsidiair 90 dagen hechtenis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Door de verdediging is vrijspraak bepleit en subsidiair een aanzienlijk lagere werkstraf dan gevorderd door de advocaat-generaal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vonnis waarvan beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het niet te verenigen is met de hierna te geven beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">zij op één of meerdere tijdstip(pen) in de periode van 1 januari 2012 tot en met 28 februari 2012 te Roosendaal, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 810 hennepplanten en/of hennepstekken, althans een groot aantal hennepplanten en/of hennepstekken en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten of omissies voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">zij in de periode van 1 januari 2012 tot en met 28 februari 2012 te Roosendaal, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres] ) een hoeveelheid van 810 hennepstekken.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat verdachte daarvan zal worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Door het hof gebruikte bewijsmiddelen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Indien tegen dit verkort arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het arrest. Deze aanvulling wordt dan aan het arrest gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan, berust op de </para>
      <para>feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Door de verdediging is vrijspraak bepleit. </para>
    </parablock>
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>Daartoe is in de eerste plaats aangevoerd dat het dossier onvolledig is, nu de machtiging tot binnentreding, de thc-test en het proces-verbaal van aantreffen van de hennepkwekerij ontbreken. Voorts heeft verdachte uitdrukkelijk betwist dat zij toestemming heeft gegeven om binnen te treden.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>In de tweede plaats is vrijspraak bepleit omdat er geen sprake is van medeplegen noch van alleen plegen. Verdachte heeft verklaard dat zij, nadat zij de sleutel van het schuurtje had afgegeven, niet meer in het schuurtje is geweest en van een voldoende significante of wezenlijke bijdrage aan het ten laste gelegde kan uit de bewijsmiddelen niet blijken.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ad 1</emphasis>
      </para>
      <para>Anders dan de politierechter ziet het hof in het ontbreken van stukken in het dossier (machtiging binnentreden, proces-verbaal van aantreffen van de hennepkwekerij en kennisgeving van inbeslagneming) geen reden om tot vrijspraak te komen. Op grond van de processen-verbaal die zich wel in het dossier bevinden, zoals tot bewijs gebezigd, kan het bewezen verklaarde wettig en overtuigend worden afgeleid.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover de raadsman bedoeld heeft een beroep te doen op onrechtmatig verkregen bewijs wegens het ontbreken van een machtiging tot binnentreden (als bedoeld in de Algemene wet op het binnentreden) in de woning van verdachte, stelt het hof vast dat de hennepstekken zijn aangetroffen in een losstaand schuurtje bij de woning. Dat schuurtje maakte geen deel uit van de woning nu daarin geen privaat huiselijk leven werd geleid. Derhalve was een machtiging tot binnentreden voor het schuurtje  niet nodig, terwijl er wel voldoende gronden waren voor het in art. 9 lid 1 onder b Opiumwet bedoelde redelijk vermoeden dat in het schuurtje de Opiumwet werd overtreden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ad 2</emphasis>
      </para>
      <para>Met betrekking tot de vraag of verdachte als medepleger kan worden aangemerkt, acht het hof het volgende van belang. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat zij het schuurtje tegen betaling in gebruik heeft gegeven aan [betrokkene 1] en [betrokkene 2] , die een plek zochten om hennepstekken neer te zetten. Omdat verdachte die stekken absoluut niet binnen in de woning wilde hebben, heeft zij de sleutel van het schuurtje aan [betrokkene 1] en [betrokkene 2] gegeven. [betrokkene 1] en [betrokkene 2] hebben vervolgens met haar medeweten de hennepstekken in het schuurtje geplaatst. Verdachte had steeds zelf ook nog een sleutel van het schuurtje.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit deze verklaring van verdachte leidt het hof af dat verdachte wist dat er hennepstekken in haar schuurtje waren geplaatst. Aangezien zij zelf nog een sleutel van het schuurtje had, heeft zij op ieder moment kunnen beslissen om die hennepstekken daar weg te (laten) halen om een einde te maken aan de illegale aanwezigheid van deze hennep in het door haar gehuurde schuurtje. Van enige bedreiging door de telers van verdachte, die haar daarvan redelijkerwijs had kunnen weerhouden, is niets gesteld of gebleken. Derhalve had verdachte een zodanige beschikkingsmacht over die hennepstekken en was sprake van een zodanig nauwe en bewuste samenwerking bij het aanwezig hebben daarvan dat kan worden gesproken van het medeplegen van het aanwezig hebben van hennep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verwerpt de verweren.</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Strafbaarheid van het bewezen verklaarde</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Strafbaarheid van de verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Op te leggen straffen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft daarbij gelet op de ernst van het bewezen verklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof zal een iets lagere straf opleggen dan door de advocaat-generaal is gevorderd. Daarbij heeft het hof gelet op het tijdverloop sinds het plegen van het feit en op de omstandigheid dat verdachte blijkens het Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 4 december 2015 niet eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf wordt enerzijds de ernst van het bewezen verklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten. Daarnaast zal het hof een taakstraf opleggen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Toepasselijke wettelijke voorschriften</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is gegrond op de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet en de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 47 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">6 (zes) weken</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van <emphasis role="bold">2 (twee) jaren</emphasis> aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">taakstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">150 (honderdvijftig) uren</emphasis>, indien niet naar behoren verricht te vervangen door <emphasis role="bold">75 (vijfenzeventig) dagen hechtenis</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door</para>
      <para>mr. A.M.G. Smit, voorzitter,</para>
      <para>mr. J.C.A.M. Claassens en mr. C.M. Hilverda, raadsheren,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mw. C.M. Sweep, griffier,</para>
      <para>en op 8 februari 2016 ter openbare terechtzitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. Hilverda is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>