<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2016:2896</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-08T01:21:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-07-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-07-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/00638</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2016:2896">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2016:2896</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-02-07T09:54:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-02-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2016:2896 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 12-07-2016 / 13/00638</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2016:2896:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ter zitting zijn partijen overeengekomen dat de naheffingsaanslag moet worden verminderd tot een bedrag van € 53.000. Inspecteur wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2016:2896:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH</bridgehead>
    <para>Team belastingrecht</para>
    <para>Meervoudige Belastingkamer</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Kenmerk: 13/00638</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep van</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [belanghebbende] VOF, </emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>hierna: belanghebbende,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen de uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant te Breda (hierna: de Rechtbank) van 26 maart 2013, nummer AWB 12/363, in het geding tussen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">belanghebbende</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de inspecteur van de Belastingdienst,</emphasis>
      </para>
      <para>hierna: de Inspecteur,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>betreffende de naheffingsaanslag loonheffingen over het tijdvak 1 januari 2006 tot en met 31 december 2006 en de daarbij gegeven beschikking inzake heffingsrente.</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Onderzoek ter zitting</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>De eerste zitting heeft plaatsgehad op 1 december 2014 te ‘s-Hertogenbosch. Aldaar zijn toen verschenen en gehoord de heer [A] , advocaat bij [B] , als gemachtigde van belanghebbende, alsmede de heren [C] (vennoot van belanghebbende) en [D] (accountant bij [E] ), alsmede, namens de Inspecteur, mevrouw [F] en de heren [G] en [H] .</para>
      <para>De tweede zitting heeft plaatsgehad op 28 juni 2016 te ’s-Hertogenbosch. Aldaar zijn dezelfde personen verschenen als op de eerste zitting.</para>
      <para>Na behandeling van de zaak heeft het Hof heden, 12 juli 2016, de volgende mondelinge uitspraak gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Beslissing</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Hof</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="underline">verklaart</emphasis> het hoger beroep gegrond</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="underline">vernietigt</emphasis> de uitspraak van de Rechtbank</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="underline">verklaart</emphasis> het tegen de uitspraak van de Inspecteur ingestelde beroep gegrond</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="underline">vernietigt</emphasis> de uitspraak van de Inspecteur</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="underline">vermindert</emphasis> de naheffingsaanslag naar een bedrag van € 53.000</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="underline">vermindert</emphasis> de beschikking heffingsrente dienovereenkomstig</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="underline">gelast</emphasis> dat de Inspecteur aan belanghebbende het door deze ter zake van de behandeling van het beroep bij de Rechtbank en het hoger beroep bij het Hof betaalde griffierecht ten bedrage van, in totaal, € 780, vergoedt, en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="underline">veroordeelt</emphasis> de Inspecteur in de kosten van het geding bij de Rechtbank en het Hof, aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op, in totaal, € 2.728.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>Gronden</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ten aanzien van het geschil</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting zijn partijen overeengekomen dat de naheffingsaanslag moet worden verminderd tot een bedrag van € 53.000.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ten aanzien van het griffierecht</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu de uitspraak van de Rechtbank en de uitspraak van de Inspecteur worden vernietigd, dient de Inspecteur aan belanghebbende het door haar ter zake van de behandeling van het beroep bij de Rechtbank en het hoger beroep bij het Hof betaalde griffierecht ten bedrage van € 302 respectievelijk € 478, in totaal € 780, te vergoeden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ten aanzien van de proceskosten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu het door belanghebbende ingestelde hoger beroep gegrond is, acht het Hof termen aanwezig de Inspecteur te veroordelen tot betaling van een vergoeding in de kosten die belanghebbende in verband met de behandeling van het beroep en hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.</para>
      <para>Het Hof stelt deze tegemoetkoming, mede gelet op het bepaalde in het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor wat betreft de behandeling van het beroep bij de Rechtbank op 2,5 (punten) x € 496 (waarde per punt) x 1 (factor gewicht van de zaak) is € 1.240, en voor wat betreft de behandeling van het hoger beroep bij het Hof op 3 (punten) x € 496 (waarde per punt) x 1 (factor gewicht van de zaak) is € 1.488.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gesteld noch gebleken is dat belanghebbende overige voor vergoeding in aanmerking komende kosten als bedoeld in artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Slot</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op al het vorenoverwogene moet worden beslist als bovenvermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door T.A. Gladpootjes, voorzitter, P.C. van der Vegt en W.P.J. Schramade, en voor wat betreft de beslissing in tegenwoordigheid van A.W.J. Strik, griffier, in het openbaar uitgesproken op 12 juli 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aangetekend in afschrift aan partijen verzonden op: 14 juli 2016 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het aanwenden van een rechtsmiddel:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden (Belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH ‘s-Gravenhage. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen.</para>
    </parablock>
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>Bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para>a. de naam en het adres van de indiener;</para>
    <para>b. een dagtekening;</para>
    <para>c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in<?linebreak?> cassatie is gericht.</para>
    <para>d. de gronden van het beroep in cassatie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tenzij de Hoge Raad anders bepaalt, zal het gerechtshof deze mondelinge uitspraak vervangen door een schriftelijke. In dat geval krijgt de indiener de gelegenheid de gronden van het beroep in cassatie alsnog aan te voeren of aan te vullen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep ontvangt de indiener een nota griffierecht van de Hoge Raad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het beroepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>