<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2016:2482</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T22:10:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-06-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-06-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.159.950_02</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001860&amp;artikel=27&amp;g=2005-12-01">Faillissementswet 27</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001860&amp;artikel=29&amp;g=2005-12-01">Faillissementswet 29</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AR 2016/1804</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2016:2482">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2016:2482</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-12-02T17:21:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-06-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2016:2482 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 21-06-2016 / 200.159.950_02</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2016:2482:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>artikel 27 en 29 Fw</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2016:2482:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH  </bridgehead>
    <para>Afdeling civiel recht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer 200.159.950/02</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van 21 juni 2016</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">mr. H.E.C. Savelkoul, </emphasis>handelend in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van <emphasis role="bold">[gefailleerde 1] Bouw B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>appellant,</para>
      <para>hierna aan te duiden als curator van [gefailleerde 1] respectievelijk [gefailleerde 1] ,</para>
      <para>advocaat: mr. A.J.L.J. Pfeil te Maastricht,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">mr. H.J.M. Stassen q.q.</emphasis>, handelend in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van <emphasis role="bold">Installatiebedrijf [gefailleerde 2]</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Valkenburg en kantoorhoudende te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>geïntimeerde,</para>
      <para>hierna aan te duiden als curator van [gefailleerde 2] respectievelijk [gefailleerde 2] ,</para>
      <para>advocaat: mr. C.H.C. Hocks te Maastricht,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het bij exploot van dagvaarding van 22 oktober 2014 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 23 juli 2014, door de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht , gewezen tussen [gefailleerde 1] als gedaagde in conventie, eiser in reconventie en Installatiebedrijf [gefailleerde 2] als eiser in conventie en verweerder in reconventie.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 2412500/CV EXPL 13-8693)</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de dagvaarding in hoger beroep;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>op de rolzitting van 3 februari 2015, bepaald voor de memorie van grieven, is door [gefailleerde 1] (eenstemmig) royement verzocht;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de brief van de advocaat van [gefailleerde 2] van 12 februari 2016 waarin is verzocht een roldatum te bepalen op een termijn van twee weken, te weten 1 maart 2016, waartegen verval van instantie kan worden gevorderd;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>op de rolzitting van 1 maart 2016, heeft [gefailleerde 2] verval van instantie gevorderd;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de zaak is vervolgens op de rol van 12 april 2016 gezet voor memorie van grieven;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>op de rolzitting van 12 april 2016 is geen memorie van grieven genomen en is de zaak op de rol van 10 mei 2016 gezet voor (ambtshalve peremptoir) memorie van grieven;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bij brief van 18 april 2016 heeft de advocaat van [gefailleerde 1] medegedeeld dat die onderneming bij vonnis van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht van 29 maart 2016 in staat van faillissement is verklaard, met benoeming van mr. H.E.C. Savelkoul tot curator;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>op de rol van 10 mei 2015 is geconstateerd dat de memorie van grieven niet is genomen.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vervolgens is een datum voor arrest bepaald.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Bij het bestreden vonnis heeft de rechtbank de vordering van [gefailleerde 2] in conventie, kort gezegd tot veroordeling van [gefailleerde 1] tot betaling van € 10.147,34 ter zake van openstaande facturen tot een totaal bedrag van € 4.734,74 toegewezen te vermeerderen met de wettelijke rente en kosten. Voorts heeft de rechtbank in conventie de proceskosten gecompenseerd en het meer of anders gevorderde afgewezen. De vordering van [gefailleerde 1] in reconventie, strekkende tot vergoeding van de door [gefailleerde 1] gemaakte kosten van € 11.035,39 te vermeerderen met de wettelijke rente en kosten heeft de rechtbank afgewezen en [gefailleerde 1] veroordeeld in de kosten van de procedure. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Nadat [gefailleerde 1] hoger beroep had ingesteld, de zaak op 3 februari 2015 is geroyeerd, op 1 maart 2016 door de advocaat van [gefailleerde 2] opnieuw is geïntroduceerd en door het hof een termijn is gegeven voor memorie van grieven, is [gefailleerde 1] bij vonnis van de rechtbank Limburg van 29 maart 2016 in staat van faillissement verklaard, met benoeming van mr. H.E.C. Savelkoul tot curator.</para>
        <para>Ingevolge artikel 29 Fw is het geding in conventie (de vordering van [gefailleerde 2] tot betaling van de facturen, welke vordering thans strekt tot voldoening uit de faillissementsboedel) van rechtswege geschorst.</para>
        <para>Gelet op het voorgaande wordt op de vordering van [gefailleerde 2] verval van instanties te verlenen ten aanzien van de vordering in conventie op de hierna te noemen wijze beslist.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <parablock>
        <para>De vordering in reconventie is door [gefailleerde 1] ingesteld en betreft een door haar gepretendeerde aanspraak op vergoeding van gemaakte kosten. Mitsdien is sprake van door de schuldenaar ingestelde vordering als bedoeld in artikel 27 Fw.</para>
        <para>Het hof stelt vast dat de curator niet is opgeroepen ex artikel 27 Fw met betrekking tot de vordering in reconventie. Gelet op het bepaalde in lid 1 van voornoemd artikel, zal het hof de procedure schorsen teneinde [gefailleerde 2] de gelegenheid te bieden de curator tot overneming van het geding op te roepen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De uitspraak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verstaat dat de procedure in conventie van rechtswege is geschorst op 29 maart 2016;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt [gefailleerde 2] in de procedure in reconventie in de gelegenheid de curator in het geding te roepen en verwijst de zaak daartoe naar de rol van 19 juli 2016;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. C.N.M. Antens, P.P.M. Rousseau en A.J. Henzen en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 21 juni 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	griffier					rolraadsheer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>