<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2016:1309</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-09-02T11:29:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-04-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.169.181_01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHSHE:2020:2701" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2020:2701</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2016:1309">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2016:1309</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-09-02T10:32:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-09-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2016:1309 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 05-04-2016 / 200.169.181_01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2016:1309:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Koopovereenkomst. Non-conformiteit van een aanhangwagen (middenasser). Bijzonder gebruik dat bij het aangaan van de overeenkomst was voorzien. Beslissing niet in tegenspraak met andersluidende beslissing in de vrijwaringszaak.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2016:1309:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH </bridgehead>
    <para>Afdeling civiel recht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer 200.169.181/01</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van 5 april 2016</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [appellant]
        </emphasis>,</para>
      <para>h.o.d.n. [handelsnaam appellant] ,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>appellant,</para>
      <para>verder te noemen: [appellant] ,</para>
      <para>advocaat: mr. A.I. Cambier te Axel,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [geïntimeerde] , </emphasis>
      </para>
      <para>h.o.d.n. [handelsnaam geïntimeerde] ,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>geïntimeerde,</para>
      <para>verder te noemen: [geïntimeerde] ,</para>
      <para>advocaat: mr. P.H. Pijpelink te Terneuzen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 2 februari 2016 in het hoger beroep van de door de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg, onder zaaknummer 206715/10-1512 gewezen vonnissen van 11 juni 2014 en 1 april 2015, ECLI:NL:RBZWB:2015:3465.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het tussenarrest van 2 februari 2016.</para>
      <para>Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij genoemd tussenarrest heeft het hof [B.V.] B.V. in haar vorderingen tot tussenkomst in de onderhavige zaak, althans voeging met de (vrijwarings)zaak tussen [appellant] en haar, bij het hof bekend onder nummer 200.169.504/01, niet-ontvankelijk verklaard met haar veroordeling in de proceskosten in het incident.</para>
        <para>De in de hoofdzaak door [appellant] gesuggereerde rolvoeging is afgewezen onder aantekening dat het hof er wel naar streeft de zaken administratief in de pas te laten lopen.</para>
        <para>In de zaak tussen [appellant] en [B.V.] wordt vandaag eveneens uitspraak gedaan.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <parablock>
        <para>In deze zaak staat centraal de vraag of een aanhangwagen die door [B.V.] op is betrokken bij [merk] en door haar is doorverkocht en –geleverd aan [appellant] , die op zijn beurt deze daags nadien heeft doorverkocht aan [geïntimeerde] al niet deugdelijk – </para>
        <para>(non-)conform - is, dit vanwege de door [geïntimeerde] gestelde instabiliteit. </para>
        <para>Voorafgaande aan de verdere beoordeling neemt het hof in overweging dat de onderhavige koopovereenkomst weliswaar is gesloten door privépersonen maar dat zij handelden in de uitoefening van hun bedrijf. Er is mitsdien geen sprake van een consumentenkoop. Ook de koop tussen [B.V.] en [appellant] is niet als zodanig aan te merken.</para>
        <para>Het hof stelt voorts vast dat bij de beoordeling van de nog resterende geschillen algemene voorwaarden geen rol spelen. Partijen beroepen zich daar niet op.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>De omvang van de rechtsstrijd in hoger beroep</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>5.3.1.</nr>
        <para>
          [geïntimeerde] vorderde (in reconventie) – samengevat en uitvoerbaar bij voorraad, </para>
        <para>- dat [appellant] wordt veroordeeld tot betaling van € 16.460,83 schadevergoeding, vermeerderd met wettelijke handelsrente;</para>
        <para>-	<emphasis role="underline">primair</emphasis> te verklaren dat de koopovereenkomst van 9 maart 2009 is ontbonden; <emphasis role="underline">subsidiair</emphasis> deze koopovereenkomst te ontbinden, en [appellant] te veroordelen tot betaling van € 27.000,00 exclusief btw, vermeerderd met de wettelijke rente; </para>
        <para>
          <emphasis role="underline">meer subsidiair</emphasis> tot het alsnog op deugdelijke wijze kosteloos nakomen van zijn verplichtingen uit hoofde van de koopovereenkomst van 9 maart 2009. </para>
        <para>- dat [appellant] wordt veroordeeld in de proceskosten. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>5.3.2.</nr>
        <para>Aan de bestreden vonnissen gingen de volgende – in hoger beroep door [appellant] niet bestreden - vonnissen vooraf, kort samengevat inhoudende:</para>
        <para>- vonnis van 29 juni 2011, de verwijzing van de kantonrechter naar de rechtbank;</para>
        <para>- vonnis van 21 november 2012, ECLI:NL:RBMID:2012:BZ5330, </para>
        <parablock>
          <para>in conventie:	de veroordeling van [geïntimeerde] tot betaling van reparatiekosten; </para>
          <para>		tegen dit deelvonnis in conventie is geen hoger beroep ingesteld;</para>
          <para>in reconventie: 	- de niet-ontvankelijkverklaring van [appellant] in zijn vordering in </para>
          <para>		   incident tot oproeping in vrijwaring van [B.V.] ;</para>
          <para>- afwijzing van de vordering tot vergoeding van schade (rov. 4.15 en </para>
          <para>  4.16); </para>
          <para>- afwijzing van de primaire vordering;</para>
          <para>- afwijzing van de vordering om voor recht te verklaren dat de   </para>
          <para>  koopovereenkomst buitengerechtelijk is ontbonden (rov. 4.12);</para>
          <para>		- de verwijzing naar de rol voor uitlaten deskundigenbericht, ten </para>
          <para>		  aanzien van de subsidiaire vordering;</para>
        </parablock>
        <para>- vonnis van 13 februari 2013, in reconventie: bevel deskundigenbericht;</para>
        <para>- vonnis van 15 mei 2013, in reconventie: wijziging van deskundige;</para>
        <para>- vonnis van 14 augustus 2013, in reconventie: wijziging van deskundige.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>5.2.3.</nr>
        <para>In het (bestreden) vonnis van 11 juni 2014 is op grond van het deskundigenbericht geoordeeld dat [appellant] tekortgeschoten is in de nakoming van de overeenkomst met [geïntimeerde] (rov. 2.6). De zaak is aangehouden opdat [geïntimeerde] kan reageren op een aanbod tot herstel van [appellant] , gedaan in het kader van zijn stelling dat een algehele ontbinding, gezien de geringe betekenis van de tekortkoming, niet gerechtvaardigd is.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>5.2.4.</nr>
        <para>In het bestreden eindvonnis van 1 april 2015 is dit laatste verweer afgewezen en is, in reconventie (subsidiair), de koopovereenkomst ontbonden en is [appellant] veroordeeld, uitvoerbaar bij voorraad, om aan [geïntimeerde] de koopprijs ad € 27.000,- terug te betalen, en is hij veroordeeld in de proceskosten. Het meer of anders door [geïntimeerde] gevorderde, in het bijzonder de schadevergoedingsvordering en de wettelijke rente, is afgewezen. Daartegen is [geïntimeerde] niet (in incidenteel appel) opgekomen.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>5.2.5.</nr>
        <para>In hoger beroep zijn mitsdien alleen nog aan de orde de subsidiaire, en zo die wordt afgewezen: de meer-subsidiaire vordering in reconventie, alsmede de daarmee verband houdende proceskostenbeslissing. Ten aanzien van de subsidiaire vordering dient te worden beantwoord de vraag of sprake is van een tekortkoming (non-conformiteit) en, zo dit het geval is, of die tekortkoming de ontbinding rechtvaardigt.</para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Tegen de twee laatste vonnissen is [appellant] met vier grieven opgekomen.</para>
        <para>De eerste drie grieven bestrijden alle het deskundigenrapport, althans de waarderingen en de conclusies daarvan. In grief 4 wordt opgekomen tegen het oordeel dat de instabiliteit van de aanhangwagen kan worden verholpen door het aanbrengen van zwaardere dwarsprofielen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <parablock>
        <para>Het hof heeft in het arrest van vandaag in de zaak [appellant] - [B.V.] geoordeeld dat het voornemens is een deskundigenrapport te laten uitbrengen met betrekking tot de stabiliteit. Het hof heeft tevens bepaald dat [geïntimeerde] bij de totstandkoming van dat rapport dient te worden betrokken.</para>
        <para>In afwachting van die rapportage zal de onderhavige zaak worden aangehouden omdat dit rapport wellicht ook van belang is voor de onderhavige procedure en om zo tegenstrijdige uitspraken te voorkomen. Van partijen wordt verwacht dat zij dat rapport in geding zullen brengen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De uitspraak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verwijst de zaak naar de rol van 6 september 2016 voor het nemen van een akte aan de zijde van [appellant] . [geïntimeerde] kan een antwoordakte nemen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>iedere verdere beslissing wordt aangehouden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. W.H.B. den Hartog Jager, M.J.H.A. Venner-Lijten en G.A.M. Peper en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 5 april 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>	griffier					rolraadsheer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>