<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2015:5347</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-04T10:10:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-12-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-12-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">HD 200.178.253_01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001827&amp;artikel=337&amp;g=2015-12-23">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering 337</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RBP 2016/20</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2015:5347">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2015:5347</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-12-23T11:09:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-12-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2015:5347 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 22-12-2015 / HD 200.178.253_01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2015:5347:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Artikel 337 lid 2 Rv (hoger beroep tegen een tussenvonnis). </para>
        <para>In de verzetprocedure heeft de kantonrechter het verstekvonnis vernietigd, teneinde te voorkomen dat het reeds ten uitvoer wordt gelegd, en voor het overige de zaak aangehouden. </para>
        <para>Van dit vonnis in verzet wordt, hoewel daartoe door de kantonrechter geen verlof is gegeven, hoger beroep ingesteld. </para>
        <para>In het bestreden tussenvonnis in verzet is niet omtrent enig deel van het gevorderde (ontbinding van de huurovereenkomst, betaling van de huurachterstand, etc.) een einde gemaakt voor wat betreft de eerste aanleg. Appellant is daarom niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Dat bij het bestreden tussenvonnis het verstekvonnis is vernietigd, maakt dat niet anders.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2015:5347:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH      </bridgehead>
    <para>Afdeling civiel recht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer 200.178.253/01</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van 22 december 2015</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Stichting Woonbedrijf SWS.HHVL</emphasis>,</para>
      <para>handelende onder de naam Woonbedrijf,</para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>appellante,</para>
      <para>hierna aan te duiden als: SWS,</para>
      <para>advocaat: mr. A. Overmars te 's-Hertogenbosch,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [geïntimeerde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] , </para>
      <para>geïntimeerde,</para>
      <para>hierna aan te duiden als: [geïntimeerde] ,</para>
      <para>advocaat: mr. H.J.M. Smelt te Eindhoven,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het bij exploot van dagvaarding van 1 oktober 2015 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 2 juli 2015, door de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven, gewezen tussen SWS als gedaagde in verzet en [geïntimeerde] als eiseres in verzet. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 3547917 HAZA 14/12591)</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis, alsmede naar het daaraan voorafgegane tussenvonnis van 26 maart 2015. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de dagvaarding in hoger beroep;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de rolbeslissing van 20 oktober 2015; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de akte van SWS van 3 november 2015;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de antwoordakte van [geïntimeerde] van 17 november 2015. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. </para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De motivering </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Bij verstekvonnis van 2 oktober 2014 (zaaknummer 3432484, rolnummer 14-10943) heeft de kantonrechter te Eindhoven op vordering van SWS de huurovereenkomst tussen partijen met betrekking tot de woning aan de [perceel] te [plaats] ontbonden en [geïntimeerde] veroordeeld tot betaling van de ontstane huurachterstand, buitengerechtelijke incassokosten en verschuldigde rente, tot ontruiming van de gehuurde woning en tot betaling van een bedrag van € 647,74 per maand vanaf oktober 2014 tot de daadwerkelijke ontruiming, met veroordeling van [geïntimeerde] in de proceskosten. SWS heeft [geïntimeerde] bij exploot aangezegd dat ontruiming van de woning zal plaatsvinden op 30 oktober 2014. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [geïntimeerde] heeft verzet ingesteld tegen het verstekvonnis. Bij tussenvonnis in de verzetprocedure van 26 maart 2015 heeft de kantonrechter SWS opgedragen bij akte een actueel betalingsoverzicht in het geding te brengen. Nadat partijen ingevolge dat vonnis aktes hadden genomen, heeft de kantonrechter bij het in dit hoger beroep bestreden vonnis in verzet van 2 juli 2015 overwogen: </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">"3.1.	Bij de beoordeling van tekortkomingen in de betaling van de huurpenningen bij de huur van woningen, mag het in het algemeen meetellen als een huurder op het moment waarop het vonnis gewezen wordt, bij is met de betalingen. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Als een huurder echter in het recente verleden zo'n slecht betalingsgedrag getoond heeft, dat zij door de rechter tot betaling veroordeeld is moeten worden, dient ook dat in de beoordeling te worden betrokken. In dit geval staat vast, dat [geïntimeerde] eerder tot betaling veroordeeld is. </emphasis>
      </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zowel voortgezet betalingsgedrag als vroeger betalingsgedrag mag dus in aanmerking genomen worden. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">4.	Om zich een oordeel over het voortgezet betalingsgedrag te vormen, zal de kantonrechter de beslissing zes maanden aanhouden, onder aantekening dat SWS de zaak eerder weer op de rol kan plaatsen als zij daar reden toe ziet. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">5.	Het verstekvonnis zal vernietigd worden; het komt de kantonrechter voorshands niet geraden voor dat het ten uitvoer gelegd zou kunnen worden. (…)". </emphasis>
      </para>
      <para>De kantonrechter heeft bij het bestreden vonnis in verzet vervolgens het verstekvonnis vernietigd en de zaak naar de rol van 7 januari 2016 verwezen voor uitlating partijen. Iedere verdere beslissing is aangehouden. Van dit vonnis in verzet is SWS thans in hoger beroep gekomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij rolbeslissing van 20 oktober 2015 heeft de rolraadsheer SWS in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over de ontvankelijkheid in hoger beroep, zulks in het licht van artikel 337 lid 2 Rv en ervan uitgaande dat de kantonrechter geen verlof heeft gegeven om tegen het vonnis tussentijds hoger beroep in te stellen. </para>
        <para>SWS heeft zich bij akte op het standpunt gesteld dat bij het bestreden vonnis het verstekvonnis is vernietigd en dat daarmee in zoverre een einde is gemaakt aan het door SWS gevorderde. Het bestreden vonnis is volgens SWS daarom een deelvonnis (gedeeltelijk eindvonnis), zodat daartegen nu reeds hoger beroep openstaat. </para>
        <para>
          [geïntimeerde] heeft zich bij antwoordakte op het standpunt gesteld dat sprake is van een louter tussenvonnis, ter instructie van de zaak, zodat daartegen niet dan tegelijk met het eindvonnis hoger beroep kan worden ingesteld. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het hof overweegt als volgt. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Volgens vaste rechtspraak is een (gedeeltelijk) eindvonnis een vonnis waarbij de rechter in het dictum - de weergave van de daadwerkelijke beslissing aan het slot van het vonnis, bedoeld in artikel 230 lid 1 sub f Rv - aan het geding voor wat betreft de desbetreffende aanleg een einde maakt met betrekking tot (enig deel van) het gevorderde. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Het gevorderde betreft in het onderhavige geval de vordering van SWS tot ontbinding van de huurovereenkomst en tot veroordeling van [geïntimeerde] tot ontruiming van het gehuurde, tot betaling van de huurachterstand, buitengerechtelijke incassokosten, rente en een bedrag ter hoogte van de huur per maand gelegen tussen de ontbinding en de daadwerkelijke ontruiming, en tot vergoeding van de proceskosten. Omtrent geen van deze onderdelen van de vordering van SWS heeft de kantonrechter in de beslissing van het vonnis van 2 juli 2015 een einde gemaakt voor wat betreft de eerste aanleg. Als gevolg van het instellen van verzet moet op al deze onderdelen van de vordering van SWS immers nog door de kantonrechter worden beslist. Daaraan doet niet af dat de kantonrechter het verstekvonnis heeft vernietigd teneinde te voorkomen dat het reeds ten uitvoer zou worden gelegd. Het standpunt van SWS dat door de vernietiging van het verstekvonnis een einde is gemaakt aan de hoofdvorderingen van SWS (punt 4 van haar akte) deelt het hof niet. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>Gezien het voorgaande is het vonnis van 2 juli 2015 naar het oordeel van het hof een (louter) tussenvonnis, zodat daartegen, nu de kantonrechter niet anders heeft bepaald, niet eerder dan tegelijk met het eindvonnis (of met een later tussenvonnis ten aanzien waarvan de kantonrechter wel tussentijds appel heeft toegestaan) hoger beroep kan worden ingesteld. SWS moet daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in het hoger beroep. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>Als de in het ongelijk gestelde partij zal SWS in de proceskosten van het hoger beroep worden veroordeeld. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De uitspraak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart SWS niet-ontvankelijk in het hoger beroep; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt SWS in de proceskosten van het hoger beroep, welke kosten tot op heden aan de zijde van [geïntimeerde] worden begroot op € 311,- aan griffierecht en op € 447,- aan salaris advocaat. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, C.N.M. Antens en M.G.W.M. </para>
      <para>Stienissen en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 22 december 2015.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>		griffier					rolraadsheer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>