<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2015:5153</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-12-09T11:04:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-12-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-12-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">HD 200.161.864_01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2015:5153">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2015:5153</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-12-09T11:03:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-12-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2015:5153 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 08-12-2015 / HD 200.161.864_01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2015:5153:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Zettingsschade aan woning veroorzaakt door werkzaamheden waaronder grondwaterbemaling op een nabij gelegen perceel? Deskundigenbericht biedt daarvoor onvoldoende grondslag.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2015:5153:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF  ̓s-HERTOGENBOSCH</bridgehead>
    <para>Afdeling civiel recht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer HD 200.161.864/01</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van 8 december 2015	</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [appellant] ,</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2. [appellante] ,</emphasis>
      </para>
      <para>echtelieden, beiden wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>appellanten in het principaal appel,</para>
      <para>geïntimeerden in het (voorwaardelijk) incidenteel appel,</para>
      <para>verder in mannelijk enkelvoud aan te duiden als: [appellant] ,	</para>
      <para>advocaat: mr. N.P.H. Vissers te Leusden,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [Bouwbedrijf] Bouwbedrijf V.O.F.,</title>
    <para>en haar vennoten</para>
    <bridgehead role="bold">2. [geïntimeerde 1] ,</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">3. [geïntimeerde 2] ,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>gevestigd/wonende te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>geïntimeerden in het principaal appel,</para>
      <para>appellanten in het (voorwaardelijk) incidenteel appel,</para>
      <para>verder in vrouwelijk enkelvoud aan te duiden als: [Bouwbedrijf] ,	</para>
      <para>advocaat: mr. Ph.C.M. van der Ven te ’s-Hertogenbosch,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het bij exploot van dagvaarding van 17 november 2014 ingeleide hoger beroep van de door de rechtbank Oost-Brabant gewezen vonnissen van 19 februari 2014 en 20 augustus 2014 tussen [appellant] als eiser en [Bouwbedrijf] als gedaagde, naast Sported v.o.f. (verder: Sported) als gedaagde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 202774/HA ZA 09-2672) </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormelde vonnissen en naar de daaraan voorafgaande tussenvonnissen van 21 juli 2010 en 15 juni 2011.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    </parablock>
    <para>- de dagvaarding in hoger beroep van 17 november 2014;</para>
    <para>- de memorie van grieven van [appellant] van 24 maart 2015;</para>
    <para>- de memorie van antwoord tevens (voorwaardelijk) incidenteel appel van [Bouwbedrijf]</para>
    <para>              van 9 juni 2015 met producties 2015;</para>
    <para />
    <para>- de memorie van antwoord in het (voorwaardelijk) incidenteel appel van [appellant] van</para>
    <parablock>
      <para>             18 augustus 2015.</para>
      <para>Partijen hebben arrest gevraagd. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De gronden van het hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">In het principaal appel en in het incidenteel appel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor de inhoud van de grieven verwijst het hof naar de memories van grieven. De grieven lenen zich voor gezamenlijke behandeling.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">In het principaal appel en in het incidenteel appel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Het gaat in dit hoger beroep, samengevat, om het volgende.</para>
      <orderedlist numeration="loweralpha">
        <listitem>
          <para>
            [appellant] is sinds eind 2002 eigenaar en sinds april 2003 bewoner van de woning aan [het adres] te [woonplaats] . Hij heeft in 2003 de bijkeuken doen afbreken en opnieuw opbouwen in verband met verzakking ervan.</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Sported heeft in de periode van oktober 2005 tot april 2006 een ingrijpende verbouwing doen uitvoeren aan haar winkelpand annex woonhuis aan [het adres] te [plaats] . Het perceel van Sported grenst aan de achterzijde aan de tuin van het perceel van [appellant] .</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>De werkzaamheden zijn uitgevoerd door [Bouwbedrijf] . Bestek en tekeningen voor de verbouwing zijn in opdracht van Sported opgesteld door Bouwtechnisch Adviesburo [Adviesburo] BV (verder: [Adviesburo] ).  </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Onderdeel van de verbouwing was de aanleg van een onderkelderde aanbouw. In verband met de aanleg van de kelder heeft op het perceel van Sported in de periode van begin september 2005 tot 18 november 2005 bemaling ter verlaging van de grondwaterstand plaatsgevonden. </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Na de verbouwing is aan het woonhuis en het tuinhuisje van [appellant] schade vastgesteld die volgens de door hem ingeschakelde expert is veroorzaakt door de werkzaamheden bij Sported. De schade betreft scheurvorming in de woning en verschuiving van het tuinhuisje ten opzichte van de fundering ervan.</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [appellant] heeft zowel [Bouwbedrijf] als Sported aansprakelijk gesteld voor de schade als gevolg van de verbouwingswerkzaamheden. Sported en [Bouwbedrijf] hebben aansprakelijkheid van de hand gewezen.</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <parablock>
        <para>Bij dagvaarding van 10 november 2009 heeft [appellant] een procedure tegen [Bouwbedrijf] en Sported geëntameerd. [Bouwbedrijf] en Sported hebben elkaar over en weer in vrijwaring opgeroepen, terwijl [Bouwbedrijf] tevens [Adviesburo] in vrijwaring heeft opgeroepen. </para>
        <para>Dit heeft geleid tot de volgende zaken:</para>
      </parablock>
      <orderedlist numeration="upperalpha">
        <listitem>
          <para>Hoofdzaak met zaak-/rolnummer 202774/HA ZA 09-2672 tussen [appellant] als eiser en [Bouwbedrijf] en Sported als (afzonderlijk optredende) gedaagden.</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Eerste vrijwaringszaak met zaak-/rolnummer 208314/HA ZA 10-597 tussen [Bouwbedrijf] als eiseres en Sported als gedaagde.</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Tweede vrijwaringszaak met zaak-/rolnummer 208317/HA ZA 10-598 tussen [Bouwbedrijf] als eiseres en [Adviesburo] als gedaagde.</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Derde vrijwaringszaak met zaak-/rolnummer 212327/HA ZA 10-1241 tussen Sported als eiseres en [Bouwbedrijf] als gedaagde. </para>
        </listitem>
      </orderedlist>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>Bij tussenvonnis van 21 juli 2010 heeft de rechtbank in de hoofdzaak en de drie vrijwaringszaken een comparitie van partijen bepaald. Deze heeft op 21 januari 2011 plaatsgevonden. Bij deze gelegenheid is het inwinnen van een deskundigenbericht besproken en hebben alle partijen daarmee ingestemd. </para>
        <para>Bij tussenvonnis van 15 juni 2011 is vervolgens in alle zaken een deskundigenonderzoek bepaald met benoeming van [deskundige 1] van TNO tot deskundige. Op 1 juli 2013 is het rapport gedeponeerd van deze deskundige en de door hem ingeschakelde deskundige [deskundige 2] van Deltares. </para>
        <para>Vervolgens heeft de rechtbank in het tussenvonnis van 19 februari 2014 het deskundigenbericht besproken en in de hoofdzaak opnieuw een comparitie van partijen bepaald, onder aantekening dat [Adviesburo] daarbij eveneens aanwezig kon zijn. De comparitie heeft op 1 juli 2014 in aanwezigheid van alle betrokken partijen plaatsgevonden. </para>
        <para>Bij eindvonnis van 20 augustus 2014 heeft de rechtbank in de hoofdzaak de vordering van [appellant] tegen [Bouwbedrijf] afgewezen en tegen Sported gedeeltelijk toegewezen, terwijl in de drie vrijwaringszaken de vorderingen zijn afgewezen.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <parablock>
        <para>In de hoofdzaak tussen [appellant] en Sported heeft Sported hoger beroep ingesteld en heeft [appellant] incidenteel appel ingesteld; dit hoger beroep is bij dit hof aanhangig onder zaaknummer HD 200.156.719/01.</para>
        <para>In de derde vrijwaringszaak, tussen Sported en [Bouwbedrijf] heeft Sported hoger beroep ingesteld; dit is bij dit hof aanhang onder zaaknummer HD 200.157.733/01.</para>
        <para>In de eerste vrijwaringszaak, tussen [Bouwbedrijf] en Sported, en in de tweede vrijwaringszaak, tussen [Bouwbedrijf] en [Adviesburo] , is geen hoger beroep aanhangig.</para>
        <para>Het onderhavige hoger beroep betreft de hoofdzaak tussen [appellant] en [Bouwbedrijf] .</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>In deze procedure stelt [appellant] dat de uitvoering van de werkzaamheden, met name de verlaging van de grondwaterstand, heeft geleid tot verzakkingen en schade aan en bij zijn woning. Volgens [appellant] was voorzienbaar dat de werkzaamheden dergelijke schade tot gevolg konden hebben en heeft [Bouwbedrijf] nagelaten de nodige voorzorgsmaatregelen te nemen om dat te voorkomen, terwijl zij van de situatie ter plaatse op de hoogte was aangezien zij twee jaar eerder de verzakking bij de woning van [appellant] had hersteld. Volgens [appellant] heeft [Bouwbedrijf] hierdoor jegens hem onrechtmatig gehandeld en is zij (naast Sported) aansprakelijk voor de daardoor ontstane schade. De schade beloopt volgens [appellant] ten tijde van de dagvaarding in eerste aanleg een bedrag van € 63.730,=. Op grond hiervan vordert [appellant] , samengevat, een verklaring voor recht dat [Bouwbedrijf] aansprakelijk is voor de geleden en nog te lijden schade, een verklaring voor recht dat deze schade het bedrag van € 63.730,= beloopt, veroordeling van [Bouwbedrijf] tot betaling van dit bedrag en van verdere schade, op te maken bij staat, met rente en (buitengerechtelijke) kosten. Een en ander betreft tevens (hoofdelijk) Sported. [Bouwbedrijf] heeft de vorderingen van [appellant] bestreden. Volgens haar heeft zij bij de uitvoering van de verbouwing niet onzorgvuldig gehandeld en houdt de schade aan de woning van [appellant] geen verband met de werkzaamheden daarvoor, met name bij de aanleg van de kelder. Zij voert in dit verband onder meer aan dat de woning van [appellant] sinds een verbouwing in 1975 kwetsbaar is geworden voor schade zoals nu is opgetreden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <parablock>
        <para>In het tussenvonnis van 15 juni 2011 heeft de rechtbank de vraagstelling voor het deskundigenbericht opgenomen en in het tussenvonnis van 19 februari 2014 heeft de rechtbank de bevindingen en de conclusies van de deskundigen naar aanleiding daarvan overgenomen. Een en ander is niet bestreden zodat ook het hof hiervan uitgaat. In hoger beroep betreft de discussie tussen partijen de vraag of en in hoeverre de vorderingen van [appellant] jegens [Bouwbedrijf] op basis van het deskundigenbericht toewijsbaar zijn. </para>
        <para>De rechtbank heeft in het tussenvonnis van 19 februari 2014 geoordeeld dat de vorderingen van [appellant] jegens [Bouwbedrijf] niet toewijsbaar zijn en deze bij eindvonnis van 20 augustus 2014 afgewezen met veroordeling van [appellant] in de proceskosten. </para>
        <para>Het principaal appel van [appellant] strekt ertoe dat zijn vorderingen alsnog worden toegewezen. Het (voorwaardelijk) incidenteel appel betreft het oordeel van de rechtbank met betrekking tot de aansprakelijkheid van Sported voor het geval deze ook jegens [Bouwbedrijf] zou hebben te gelden.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6</nr>
      <para>Het hof zal hierna de volledige vraagstelling en de beantwoording daarvan zoals opgenomen in het deskundigenbericht weergeven.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Vraag 1</emphasis>
        </para>
        <para>Kan de deskundige schade aan de woning en het tuinhuisje van [appellant] vaststellen die een van buiten komende oorzaak heeft?</para>
        <para>Het gaat daarbij meer in het bijzonder om de schade die de partij-experts CED/Nomex alsook [expertisebureau] hebben waargenomen, zonder uit te zonderen eventuele schade die daarna nog is ontstaan of verergerd.</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">Antwoord op vraag 1</emphasis>
        </para>
        <para>Een deel van de schade aan de woning van [appellant] is veroorzaakt door zettingen en zettingsverschillen. Deze zettingen en zettingsverschillen zijn veroorzaakt door een combinatie van:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de lokaal hogere funderingsdrukken die zijn ontstaan door de verbouwing in 1975;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mogelijk meer zettingsgevoelige grond onder de bijkeuken;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de grondwaterstandsverlaging die is toegepast bij de verbouwing bij Sported.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>of door een combinatie van:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de lokaal hogere funderingsdrukken die zijn ontstaan door de verbouwing in 1975;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mogelijk meer zettingsgevoelige grond onder de bijkeuken;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een andere medeoorzaak, waarbij gedacht kan worden aan een defect aan de afvoerleiding onder de woning van [appellant] .</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <parablock>
        <para>Bij de eerste combinatie zijn de twee eerste medeoorzaken interne oorzaken terwijl de derde medeoorzaak een van buiten komende oorzaak is, die als het ware ‘de druppel was die de emmer deed overlopen’.</para>
        <para>Bij de tweede combinatie gaat het alleen om interne oorzaken.</para>
        <para>Voor andere (mede)oorzaken voor de schade zijn geen aanwijzingen gevonden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Vraag 2</emphasis>
        </para>
        <para>Wat is de oorzaak of zijn de medeoorzaken van díe schade? Daarbij ware geen oorzaak uit te sluiten. Te denken valt aan de in 2005/2006 plaatsgevonden hebbende verbouwing van het pand van Sported, maar als de deskundige andere factoren als (mede)oorzaak van het pand ontwaart, zoals kennelijk oudere scheurvorming of zwaar verkeer, dient hij daar melding van te maken. Meer in het bijzonder ware aandacht te besteden aan de volgende</para>
        <para>subvragen:</para>
      </parablock>
      <orderedlist numeration="loweralpha">
        <listitem>
          <para>Hebben de belendende percelen aan [het adres] wel of geen schade van de bouw ondervonden, en indien neen waarom bij [appellant] dan wel?</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Neemt de schade aan het pand nog steeds toe en zo ja waarom?</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Is de in 2003 nog bestaand hebbende verzakte bijkeuken, die toen is afgebroken en geheel opnieuw is opgebouwd, voor de vraagstelling van belang?</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Antwoord op vraag 2</emphasis>
        </para>
        <para>Het antwoord op de vraag naar de oorzaak van de zettingsgerelateerde schade in de woning van [appellant] is reeds gegeven in het antwoord op vraag 1. </para>
        <para>De overige aanwezige schade is veroorzaakt door krimp, temperatuurvariaties en/of (verkeers)trillingen. Overigens is deze overige schade minimaal en kan worden hersteld door normaal onderhoud.</para>
        <para>De schade aan het tuinhuisje betreft een geringe verplaatsing van enkele betonstenen, waarop het tuinhuisje staat. Wat de oorzaak is van deze schade is niet te bepalen. De omvang van deze schade, voor zover al van schade kan worden gesproken, is overigens nihil.</para>
        <para>Het antwoord op de gestelde subvragen is:</para>
      </parablock>
      <orderedlist numeration="loweralpha">
        <listitem>
          <para>De overige panden aan [het adres] en aan [het adres] hebben geen schade ondervonden, met uitzondering van het pand aan [het adres] . In dat pand was sprake van enkele haarscheurtjes in de muur direct naast de bouwput en een haarscheur in de langs- en stootvoegen van het buitenmetselwerk onder het keukenraam. Ten opzichte hiervan is de schade aan de woning van [appellant] uitzonderlijk. Als de verlaging van de grondwaterstand voor deze schade een rol heeft gespeeld, dan is deze schade alleen verklaarbaar door de bijzondere omstandigheden bij de woning van [appellant] , te weten de verbouwing in 1975 en de mogelijk meer zettingsgevoelige grond onder de bijkeuken.</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>De schade is toegenomen na de eerste waarneming daarvan in 2006 en na de eerste opname door CED Nomex in 2007. De oorzaak daarvan is dat een nieuw evenwicht moet worden gevonden bij een steeds langzamer toenemende zetting. Dit kan tot enkele jaren na het ontstaan van de schade in 2006 duren.</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>De verzakking van de bijkeuken vormt een indicatie van meer zettingsgevoelige grond daaronder. Dat kan, zoals eerder aangegeven, een medeoorzaak zijn van de schade en is in die zin dus van belang.</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Vraag 3</emphasis>
        </para>
        <para>Als de schade (mede) is veroorzaakt door de verbouwing ín 2005/2006 van het pand van Sported in welke mate heeft daaraan dan bijgedragen:</para>
      </parablock>
      <para>a. De wijze waarop damwanden / grondkerende constructies zijn uitgevoerd.</para>
      <para>Daarbij ware aandacht te besteden aan de omstandigheden:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>i) Dat voor grondkerende constructies (bestek, punt 13.3) van de op dat moment voorziene kelder een voorstel van Krings Internationale Benelux bv voorlag, waarin damwanden werden geadviseerd.</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>ii) Dat <emphasis role="italic">niet</emphasis> de in het bestek voorziene kelder is uitgevoerd maar een grotere kelder en dat minder diep ontgraven is dan in het bestek is voorzien.</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>iii) Dat in afwijking van het voorstel Krings [Bouwbedrijf] in de open begroting een Berliner wand had geoffreerd, maar dat uiteindelijk in overleg met onder meer [Adviesburo] een houten keerwand met groutankers is uitgevoerd, wat wellicht een kostenbesparing opleverde.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>en ware aan te geven of deze of gene wijze van uitvoeren in de omstandigheden ter plaatse en bij het gegeven dat bronbemaling noodzakelijk was, als ‘redelijk’ dan wel als ‘ondeugdelijk’ moet worden beschouwd.</para>
      <para>De wijze, duur en inrichting van de bronbemaling.</para>
      <para>Daarbij ware de betekenis van het bemalingsadvies van [adviseur] aan te geven alsook aan te geven of de tussen partijen in geschil zijnde vragen:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>i) of het aanzetten van de bronbemaling op 6 september 2005 terwijl [Bouwbedrijf] stelt dat dat beter op 2 oktober 2005 had kunnen gebeuren, vier dagen vóór de aanvang, op 6 oktober 2005, van de graafwerkzaamheden;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>ii) of het tijdstip waarop de bronbemaling is beëindigd (op 21 oktober 2005, op 18 november 2005 of op enig ander tijdstip);</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <parablock>
        <para>van invloed kunnen zijn geweest op ontstaan en omvang van de schade.</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">Antwoord op vraag 3</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>a. Er zijn 18 mm dikke grondkerende bekistingspanelen toegepast die zijn verankerd in de grond. Dit is een rationele en redelijke keuze geweest voor deze situatie. De gemaakte keuze wijkt weliswaar af van eerdere plannen (omstandigheden (i) en (iii)) maar dat heeft geen invloed op de effecten van de bemaling op de omgeving. In dit verband wordt opgemerkt dat de oplossingen (i) en (iii) in feite ook grondkerende constructies betroffen. Het grotere oppervlak van de kelder en het minder diep ontgraven (omstandigheid (ii)) heeft mogelijk zelfs een gunstige invloed gehad.</para>
      <para>b. De bronbemaling heeft gedraaid van 01-09-2005 of 06-09-2005 tot 18-11-2005. Partijen verschillen daarover van mening en de overlegde informatie geeft daarover geen uitsluitsel. Voor de effecten van de grondwaterstandsverlaging op de omgeving maakt dit echter geen verschil. Voor het overige zijn er geen bijzonderheden met betrekking tot de wijze en inrichting van de bronbemaling. Deze is aangelegd conform de door [adviseur] verstrekte adviezen en heeft naar behoren gefunctioneerd.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Vraag 4</emphasis>
        </para>
        <para>Is een eindtoestand bereikt of zijn maatregelen om verdere toename van de schade te voorkomen noodzakelijk?</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">Antwoord op vraag 4</emphasis>
        </para>
        <para>Of al een eindtoestand is bereikt is niet met zekerheid aan te geven. Volgens [appellant] was ten tijde van het bezoek in maart 2012 nog steeds sprake van een toename van de schade. Indien er sprake is van meer zettingsgevoelige grond onder (een deel van) de woning van [appellant] dan zou het bereiken van een eindtoestand nog wat langer kunnen duren. Door middel van monitoring gedurende enige tijd kan worden vastgesteld of, dan wel wanneer een eindtoestand is bereikt.</para>
        <para>Voor het bepalen van de noodzaak van maatregelen is het ook van belang dat de in 1975 uitgevoerde verbouwing, waardoor lokaal hogere belastingen op het metselwerk en de fundering zijn ontstaan, nader wordt beoordeeld door een constructeur. Op basis van de resultaten van die beoordeling kan worden bepaald of, en zo ja welke maatregelen nodig zijn.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Vraag 5</emphasis>
        </para>
        <para>Wat zijn (aannemende dat herstel mogelijk is) de kosten van maatregelen ter voorkoming van verdere toename van schade en de kosten van herstel?</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">Antwoord op vraag 5</emphasis>
        </para>
        <para>De kosten van maatregelen ter voorkoming van verdere toename van schade en de kosten van herstel van de schade kunnen pas worden geraamd nadat de resultaten beschikbaar zijn van de constructieve beoordeling zoals bedoeld in het antwoord op vraag 4. lndicatief kan worden aangegeven dat de totale kosten richting € 50.000,00 exclusief BTW kunnen oplopen indien een aanpassing van de constructie en de fundering noodzakelijk blijkt te zijn. Eveneens indicatief zijn de kosten in de orde van € 10.000,00 exclusief BTW indien geen aanpassingen van de constructie en de fundering nodig zijn.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Vraag 6</emphasis>
        </para>
        <para>Wenst de deskundige eigener beweging nog opmerkingen te maken?</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Antwoord op vraag 6</emphasis>
        </para>
        <para>Het onderzoek heeft opgeleverd dat sprake is van een combinatie van oorzaken van de schade door zettingen en zettingsverschillen. Indien de waterstandsverlaging door de bemaling medeoorzaak is, dan is die medeoorzaak de spreekwoordelijke ‘druppel die de emmer deed overlopen’.</para>
        <para>Naar aanleiding van deze constatering wordt opgemerkt dat de schade zeer waarschijnlijk niet zou zijn ontstaan indien de verbouwing in 1975 niet of anders zou zijn uitgevoerd en/of indien er geen sprake was van meer zettingsgevoelige grond onder (een deel van) de woning van [appellant] , met name onder en nabij de bijkeuken. In dit verband is van belang dat de andere woningen in de nabijheid een vergelijkbare bouwwijze hebben, op dezelfde wijze zijn gefundeerd en geen schade door de waterstandsverlaging hebben opgelopen. Alleen bij de woning direct naast de bouwput is sprake van enkele haarscheurtjes in de muur naast de bouwput en een haarscheur in de langs- en stootvoegen van het buitenmetselwerk onder het keukenraam. Die schade is minimaal in vergelijking met de schade aan de woning van [appellant] .</para>
        <para>Of er sprake is van meer zettingsgevoelige grond bij de woning van [appellant] kan desgewenst worden vastgesteld door het uitvoeren van nader grondonderzoek.</para>
        <para>Bij de beantwoording van vraag 1 is aangegeven dat de schade aan de woning van [appellant] mede veroorzaakt zou kunnen zijn door een defect aan de afvoerleiding (riolering) onder de woning van [appellant] . Door onderzoek aan de riolering kan desgewenst worden vastgesteld of daar sprake van is.</para>
        <para>Ten slotte wordt opgemerkt dat voor een doeltreffend herstel van schade de oorzaken daarvan vastgesteld dienen te worden.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7</nr>
      <para>Naar het oordeel van het hof is de vraagstelling die aan het deskundigenbericht ten grondslag ligt voldoende uitputtend, gelet op de inhoud van de vordering zoals deze door [appellant] is ingesteld. Het is aan [appellant] als eisende partij om allereerst aan te tonen dat de schade aan zijn woning is veroorzaakt door de werkzaamheden aan het pand van Sported. Eerst daarna komen de andere vereisten voor het aannemen van aansprakelijkheid voor die schade aan de zijde van [Bouwbedrijf] op grond van onrechtmatige daad aan de orde. Partijen zijn het erover eens geweest dat het inwinnen van een deskundigenbericht noodzakelijk was voor het beantwoorden van de vraag of de schade aan de woning al dan niet daardoor is veroorzaakt. Het deskundigenbericht dat vervolgens is uitgebracht, is naar het oordeel van het hof zowel naar de wijze van tot stand komen als naar zijn inhoud in overeenstemming met de eisen die daaraan kunnen en moeten worden gesteld. De gestelde vragen zijn volledig en overtuigend behandeld, terwijl het commentaar op het conceptrapport adequaat is verwerkt. Het commentaar dat nadien in de procedure op het rapport is gegeven, biedt geen reden om het rapport niet integraal over te nemen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8</nr>
      <para>Wil de stelling van [appellant] over de oorzaak van de ontstane schade kunnen slagen, dan zal daarvoor een toereikende grondslag gevonden moeten kunnen worden in het deskundigenbericht. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9</nr>
      <para>Volgens [appellant] staat vast dat zonder de grondwater verlagende werkzaamheden op het perceel van Sported de schade niet zou zijn ontstaan, hetgeen zou inhouden dat het <emphasis role="italic">conditio sine qua non</emphasis> verband tussen de grondwaterstandsverlaging op het perceel van Sported en de zettingsschade aan de woning van [appellant] een gegeven is. Naar het oordeel van het hof biedt het deskundigenbericht voor deze aanname evenwel geen grondslag. Uit het antwoord op vraag 1 blijkt het volgende. Bij de twee combinaties van factoren die een rol kunnen spelen bij het ontstaan van de schade aan de woning wordt één factor zonder voorbehoud vermeld, te weten de lokaal hogere funderingsdrukken die zijn ontstaan door de verbouwing in 1975. De tweede factor wordt met enige terughoudendheid vermeld, namelijk de <emphasis role="italic">mogelijk</emphasis> meer zettingsgevoelige grond onder de bijkeuken, terwijl als derde factor, die in de twee combinaties de onderscheidende factor is, wordt vermeld ofwel de verlaging van de grondwaterstand die is toegepast bij de verbouwing bij Sported ofwel een andere medeoorzaak, waarbij gedacht kan worden aan een defect aan de afvoerleiding onder de woning van [appellant] . De beperkte relevantie van die werkzaamheden voor het veroorzaken van de schade aan de woning wordt geïllustreerd door de aanduiding daarvan als ‘druppel die de emmer deed overlopen’ bij een van de twee nevenschikkend aan elkaar gepresenteerde scenario’s. Bij deze stand van zaken kan niet worden gezegd dat uit het deskundigenbericht blijkt dat de schade aan de woning van [appellant] zijn oorzaak vindt in de werkzaamheden op het perceel van Sported. Door het antwoord op vraag 2, waar dit ingaat op de vergelijking met andere panden in de buurt, wordt dit verder bevestigd. Bij de beantwoording van vraag 6 komt dit aspect opnieuw expliciet aan de orde in de opmerking dat de schade zeer waarschijnlijk niet zou zijn ontstaan indien de verbouwing in 1975 niet of anders zou zijn uitgevoerd en/of indien er geen sprake was van meer zettingsgevoelige grond onder (een deel van) de woning van [appellant] , met name onder en nabij de bijkeuken. Het antwoord op vraag 3 impliceert ten slotte dat de bemaling zelf op technisch correcte wijze is uitgevoerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10</nr>
      <para>Bij de uitvoering van het onderzoek en de opstelling van hun rapport hebben de deskundigen de beschikking gehad over de verschillende andere technische rapporten en gegevens die in de loop van de procedure zijn ingebracht, zodat deze in het deskundigenbericht verdisconteerd zijn. Gegevens die tot een hiervan afwijkende conclusie zouden kunnen leiden, zijn voorhanden.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.11</nr>
      <para>De consequentie van het vorenstaande is dat [appellant] niet heeft aangetoond dat de schade aan zijn woning is veroorzaakt door de werkzaamheden aan het pand van Sported. Dat betekent dat de vorderingen van [appellant] tegen [Bouwbedrijf] reeds hierop stranden en dat de overige vereisten voor het aannemen van aansprakelijkheid van [Bouwbedrijf] voor die schade op grond van onrechtmatige daad geen bespreking behoeven. Het hof komt hiermee met betrekking tot de vordering van [appellant] tot dezelfde slotsom als de rechtbank, zij het op andere gronden, zodat de grieven van [appellant] in het principaal appel worden verworpen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.12</nr>
      <para>Voor het overige heeft [appellant] geen feiten of omstandigheden gesteld die, indien bewezen, tot een ander oordeel leiden, zodat zijn bewijsaanbod als niet relevant wordt gepasseerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.13</nr>
      <para>Bij het voorwaardelijk incidenteel appel heeft [Bouwbedrijf] bij deze stand van zaken geen belang, zodat dit geen behandeling behoeft. Een proceskostenveroordeling in het voorwaardelijk incidenteel appel kan achterwege blijven.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.14</nr>
      <para>De vonnissen waarvan beroep worden bekrachtigd met veroordeling van [appellant] als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van het principaal appel.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De uitspraak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bekrachtigt de vonnissen waarvan beroep;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt  [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep tot op deze uitspraak aan de zijde van [Bouwbedrijf] (in het principaal appel) begroot op € 1.920,= aan vast recht en op € 1.631,= aan salaris advocaat, vermeerderd wat betreft de nakosten met € 131,= indien geen betekening plaatsvindt, dan wel met € 199,= indien betekening van dit arrest heeft plaatsgevonden;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze proceskostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af het meer of anders gevorderde</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. B.A. Meulenbroek, M.G.W.M. Stienissen en J.H.C. Schouten en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 8 december 2015.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>			griffier						rolraadsheer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>