<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2015:5002</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-01-11T00:00:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-12-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-12-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">HD 200.175.876_01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHSHE:2017:21" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2017:21</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2015:5002">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2015:5002</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-01-10T12:56:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-01-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2015:5002 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 01-12-2015 / HD 200.175.876_01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2015:5002:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Huur bedrijfsruimte.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2015:5002:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH      </bridgehead>
    <para>Afdeling civiel recht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer 200.175.876/01</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van 1 december 2015</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gewezen in het incident in de zaak van </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [appellante]
        </emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,</para>
      <para>appellante in de hoofdzaak,</para>
      <para>verweerster in het incident,</para>
      <para>advocaat: mr. E.H.H. Schelhaas te 's-Hertogenbosch,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [geïntimeerde]
        </emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,</para>
      <para>geïntimeerde in de hoofdzaak,</para>
      <para>eiseres in het incident,</para>
      <para>advocaat: mr. M.M.S. de Vos te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het bij exploot van dagvaarding van 12 juni 2015 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 12 maart 2015, gewezen door de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven, tussen appellante – [appellante] – als eiseres in conventie, verweerster in reconventie, en geïntimeerde – [geïntimeerde] – als gedaagde in conventie, eiseres in reconventie.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 3442702/14-11111)</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de dagvaarding in hoger beroep;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het aanvankelijk tegen [geïntimeerde] verleende verstek; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de zuivering van het verstek door [geïntimeerde] bij H-formulier van 28 september 2015; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de akte verzoek nietigverklaring dagvaarding van [geïntimeerde] d.d. 20 oktober 2015 (gedateerd 13 oktober 2015); </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de memorie van antwoord in het incident tot niet-ontvankelijkheid van [appellante] d.d. 3 november 2015;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de akte aanvullende productie in incident van [geïntimeerde] d.d. 3 november 2015. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>Het hof heeft daarna een datum voor arrest in het incident bepaald.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">In het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Het hof constateert in de eerste plaats dat [appellante] niet meer heeft kunnen reageren op de door [geïntimeerde] op de rolzitting van 3 november 2015 ingediende akte aanvullende productie in incident. Gelet op de omstandigheid dat de desbetreffende productie (een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel te Eindhoven betreffende [geïntimeerde] ) bekend mag worden verondersteld, alsmede op de uitkomst van dit incident, zoals die uit het hiernavolgende zal blijken, heeft [appellante] daarbij ook geen belang. Het hof zal [appellante] daarom niet alsnog in de gelegenheid stellen op de akte te reageren. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [geïntimeerde] doet er in het incident een beroep op dat de appeldagvaarding nietig is. Zij voert daartoe aan dat de dagvaarding aan een niet-bestaand adres is betekend; exploot is (kennelijk) gelaten aan de [adres 1] te [vestigingsplaats 2] , terwijl het kantoor van [geïntimeerde] is gevestigd aan de [adres 2] te [vestigingsplaats 2] . Volgens [geïntimeerde] heeft zij de appeldagvaarding nimmer ontvangen. </para>
        <para>
          [geïntimeerde] voert verder aan dat er als gevolg van deze fout van [appellante] sprake is van procedurele ongelijkheid. Indien [geïntimeerde] er (tijdig) van op de hoogte was gesteld dat [appellante] hoger beroep zou instellen, dan zou [geïntimeerde] zelf ook gebruik hebben gemaakt van de mogelijkheid hoger beroep in te stellen. Voor het geval het beroep op nietigheid van de dagvaarding wordt verworpen, vraagt [geïntimeerde] haar alsnog de gelegenheid te bieden hoger beroep in te stellen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [appellante] voert verweer tegen de vordering in het incident. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Het hof constateert dat [geïntimeerde] in hoger beroep bij advocaat is verschenen. Voor zover er sprake is van een gebrek in de dagvaarding, moet dat gebrek daarom ingevolge artikel 122 lid 1 Rv voor gedekt worden gehouden. Niet gebleken is dat [geïntimeerde] door het (vermeende) gebrek onredelijk is benadeeld. De mogelijkheid voor [geïntimeerde] om harerzijds hoger beroep in te stellen tegen het bestreden vonnis is als gevolg van de wijze van dagvaarding niet beperkt. Indien en voor zover [geïntimeerde] thans nog niet de beschikking zou hebben over stukken in hoger beroep - het hof beschikt slechts over een 'kale' appeldagvaarding, zonder producties - dient zij zich daartoe tot de advocaat van [appellante] te wenden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande moet de vordering in het incident worden afgewezen. Als de in het ongelijk gestelde partij zal [geïntimeerde] in de proceskosten van het incident worden veroordeeld. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">In de hoofdzaak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>De zaak wordt naar de rol verwezen voor memorie van grieven aan de zijde van [appellante] . Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in het incident</emphasis>:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst de vordering af; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [geïntimeerde] in de proceskosten van het incident, welke kosten aan de zijde van [appellante] tot de dag van deze uitspraak worden begroot op € 894,- aan salaris advocaat;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in de hoofdzaak: </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verwijst de zaak naar de rol van 12 januari 2016 voor memorie van grieven;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, C.N.M. Antens en M.G.W.M. </para>
      <para>Stienissen en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 1 december 2015.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>		griffier					rolraadsheer</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>