<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2015:4858</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-06-27T14:52:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-11-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-11-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.172.505/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHSHE:2017:2722" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2017:2722</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2015:4858">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2015:4858</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-06-27T14:52:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-06-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2015:4858 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 26-11-2015 / 200.172.505/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2015:4858:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>gezag</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2015:4858:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak: 26 november 2015</para>
      <para>Zaaknummer: 200.172.505/01</para>
      <para>Zaaknummer eerste aanleg: C/01/276836 / FA RK 14-1720_3</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak in hoger beroep van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">
          [appellante]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>appellante,</para>
      <para>hierna te noemen: de moeder,</para>
      <para>advocaat: mr. F.A. van den Heuvel,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">
          [verweerder]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>verweerder,</para>
      <para>hierna te noemen: de vader<emphasis role="italic">,</emphasis></para>
      <para>advocaat: mr. J.L.P. Heuts.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:</para>
      <para>de Raad voor de Kinderbescherming,</para>
      <para>hierna te noemen: de raad.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in eerste aanleg</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verwijst naar de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 27 maart 2015.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 26 juni 2015, heeft de moeder verzocht voormelde beschikking te vernietigen, naar het hof begrijpt voor zover het betreft de beslissing inzake het gezamenlijk ouderlijk gezag, en verzocht:</para>
      <para>- primair het verzoek van de vader tot vaststelling van het gezamenlijk ouderlijk gezag alsnog af te wijzen; </para>
      <para>- subsidiair de vader te belasten met het zogenaamde ‘uitgeklede gezag’ en te bepalen dat de vader en de moeder gezamenlijk belast worden met het gezag over de hierna nader te noemen kinderen doch dat toestemming van de vader niet is vereist met betrekking tot de volgende zaken in het leven van de kinderen, zodat de moeder hier zelfstandig over kan beslissen zonder dat de vader toestemming geeft, te weten alle beslissingen met betrekking tot medische zorg voor de kinderen, derhalve alle bijzondere en belangrijke besluiten van een specialist, tandarts, huisarts, besluiten ten aanzien van inentingen, spoedeisende medische zorg, medicijnkeuze, psychische zorg en therapieën en het toediening van medicijnen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Bij verweerschrift met producties, ingekomen ter griffie op 7 augustus 2015, heeft de vader verzocht, naar het hof begrijpt, het verzoek van de moeder af te wijzen en de bestreden beschikking te bekrachtigen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 12 november 2015. Bij die gelegenheid zijn gehoord: </para>
      <para>- de moeder, bijgestaan door mr. Van den Heuvel;</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- </emphasis>de vader, bijgestaan door mr. Heuts;</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">-	</emphasis>de raad, vertegenwoordigd door mevrouw [vertegenwoordiger van de raad] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <parablock>
        <para>Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:</para>
        <para>-	het V6-formulier met bijlagen van de advocaat van de moeder d.d. 2 november 2015. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De moeder en de vader (hierna tezamen: de ouders) hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.</para>
        <para>Uit de relatie van de ouders zijn geboren:</para>
      </parablock>
      <para>- [minderjarige 1] (hierna: [minderjarige 1] ), op [geboortedatum] 2011 te [geboorteplaats] ; </para>
      <para>- [minderjarige 2] (hierna: [minderjarige 2] ), op [geboortedatum] 2012 te [geboorteplaats] . </para>
      <parablock>
        <para>De vader heeft de kinderen erkend. </para>
        <para>De kinderen hebben het hoofdverblijf bij de moeder<emphasis role="italic">.</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Bij de bestreden – uitvoerbaar bij voorraad verklaarde – beschikking heeft de rechtbank, voor zover thans van belang, bepaald dat het gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voortaan aan de vader en de moeder gezamenlijk toekomt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De moeder verzoekt vernietiging en de vader bekrachtiging van genoemde beschikking wat betreft het gezag.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <parablock>
        <para>Ter mondelinge behandeling hebben de ouders hun standpunten nader toegelicht en bij hun verzoeken volhard. </para>
        <para>De ouders zijn reeds bekend bij en met Combinatie Jeugdzorg [vestigingsnaam] in verband met  de begeleide omgang die daar thans loopt overeenkomstig de beslissing van de rechtbank opgenomen in de bestreden beschikking. Gebleken is dat in het kader van de omgangsbegeleiding hun onderlinge communicatie en samenwerking onvoldoende verbetert. Zij hebben zich daarom ter zitting van het hof bereid verklaard om naast de enkele gezamenlijke gesprekken in het kader van de omgamgsbegeleiding te gaan deelnemen aan de module ouderschapsreorganisatie van Combinatie Jeugdzorg [vestigingsnaam] . </para>
      </parablock>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>3.4.1.</nr>
        <parablock>
          <para>Gelet op het voorgaande zal het hof de ouders verwijzen naar Combinatie Jeugdzorg [vestigingsnaam] en de behandeling en beslissing in de onderhavige zaak zes maanden pro forma aanhouden tot donderdag 12 mei 2016, teneinde het verslag inzake de resultaten van de ouderschapsreorganisatie van Combinatie Jeugdzorg [vestigingsnaam] af te wachten. Partijen zullen vervolgens door het hof in de gelegenheid worden gesteld om op dat verslag te reageren. </para>
          <para>Indien daartoe aanleiding bestaat zal een nadere mondelinge behandeling volgen. In het andere geval zal het hof de zaak verder op de stukken afdoen.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verwijst partijen voor ouderschapsreorganisatie naar Combinatie Jeugdzorg </para>
      <para>
        [vestigingsnaam] ; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verzoekt Combinatie Jeugdzorg [vestigingsnaam] tijdig vóór de hierna te noemen pro forma datum verslag uit te brengen aan het hof conform hetgeen hiervoor onder rechtsoverweging 3.4.1. is overwogen, onder gelijktijdige verstrekking van een afschrift daarvan aan de raadslieden van partijen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt iedere verdere beslissing <emphasis role="bold">PRO FORMA</emphasis> aan tot <emphasis role="bold">12 mei 2016</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. H. van Winkel, J.H.J.M. Mertens-Steeghs en C.M.E. de Koning en in het openbaar uitgesproken op 26 november 2015.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>