<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2015:3805</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-12-23T09:27:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-09-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-09-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">HD 200.169.182_01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHSHE:2015:5336" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2015:5336</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2015:3805">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2015:3805</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-12-23T09:06:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-12-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2015:3805 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 29-09-2015 / HD 200.169.182_01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2015:3805:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>incidentele vordering</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2015:3805:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH </bridgehead>
    <para>Afdeling civiel recht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer HD 200.169.182/01</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van 29 september 2015</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gewezen in het incident in de zaak van </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Optiek [optiek 1] B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>appellante in de hoofdzaak,</para>
      <para>eiseres in het incident,</para>
      <para>advocaat: mr. J. van Boekel te Tilburg,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [geïntimeerde] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats] (België),</para>
      <para>geïntimeerde in de hoofdzaak,</para>
      <para>verweerder in het incident,</para>
      <para>advocaat: mr. M.C. Franken-Schoemaker te Houten,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het bij exploot van dagvaarding van 10 april 2015 ingeleide hoger beroep van het door de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Tilburg, gewezen vonnis van 18 maart 2015 tussen appellante – Optiek [optiek 1] – als gedaagde en geïntimeerde – [geïntimeerde] – als eiser.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnr. 3399827 CV EXPL 14-7164)</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de dagvaarding in hoger beroep;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de memorie in het incident van Optiek [optiek 1] , met producties;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de antwoordmemorie in het incident van [geïntimeerde] , met producties;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">In het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Bij het bestreden – uitvoerbaar bij voorraad verklaarde – vonnis is Optiek [optiek 1] veroordeeld tot afgifte van een afschrift van:</para>
      <para>a. de grootboekrekening ter zake de rekening-courant verhouding met Optiek [optiek 2] ;</para>
      <para>b. de grootboekrekening ter zake de voorziening “dubieuze debiteuren”, telkens over de periode van 1 februari 2009 tot aan 10 juni 2014, met dien verstande dat Optiek [optiek 1] de hierin vermelde namen van handelsdebiteuren mag anonimiseren;</para>
      <para>c. de geconsolideerde jaarrekening 2013;</para>
      <para>op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag of gedeelte van de dag met een maximum van € 10.000,- in het geval Optiek [optiek 1] hieraan niet voldoet binnen een termijn van veertien dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>In het incident vordert Optiek [optiek 1] :</para>
        <para>
          <emphasis role="underline">Primair</emphasis>
        </para>
        <para>
          [geïntimeerde] te veroordelen om de executie van de dwangsommen naar aanleiding van het bestreden vonnis te staken en gestaakt te houden tot in een bodemprocedure een onherroepelijk, niet meer voor enig rechtsmiddel openstaand vonnis dan wel arrest is gewezen, althans tot een moment dat het hof juist acht, zulks op straffe van een direct opeisbare boete aan Optiek [optiek 1] van € 5.000,- voor iedere dag, een deel van een dag daaronder begrepen, dat [geïntimeerde] na het wijzen van een arrest in dit incident hieraan niet voldoet, dan wel op verbeurte van een dwangsom van € 5.000,- voor iedere dag, een deel van een dag daaronder begrepen, dat [geïntimeerde] na het wijzen van een arrest in dit incident hieraan niet voldoet;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Subsidiair</emphasis>
        </para>
        <para>
          [geïntimeerde] te veroordelen om de aangekondigde executiemaatregelen uit hoofde van het bestreden vonnis per direct (geheel) te schorsen en geschorst te houden tot in een bodemprocedure een onherroepelijk, niet meer voor enig rechtsmiddel openstaand vonnis dan wel arrest is gewezen, althans tot een moment dat het hof juist acht, zulks op straffe van een dwangsom van € 5.000,- voor iedere dag, een deel van een dag hieronder begrepen, dat [geïntimeerde] na het wijzen van een arrest in dit incident hieraan niet voldoet;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Meer subsidiair</emphasis>
        </para>
        <para>De tenuitvoerlegging van de veroordeling uit hoofde van het bestreden vonnis te schorsen;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Primair, subsidiair en meer subsidiair</emphasis>
        </para>
        <para>
          [geïntimeerde] te veroordelen in de kosten van het incident en te bepalen dat deze kosten dienen te worden voldaan binnen veertien dagen na het wijzen van het arrest in het incident, bij gebreke waarvan geïntimeerde in verzuim raakt en wettelijke rente verschuldigd is over deze kosten, alsmede om [geïntimeerde] te veroordelen tot betaling van de nakosten, te begroten conform het liquidatietarief op een bedrag van € 131,- ingeval geen betekening hoeft plaats te vinden en op een bedrag van € 199,- ingeval dat door het hof te wijzen arrest betekend dient te worden en daarvoor een bevelschrift af te geven.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Aan de vorderingen heeft Optiek [optiek 1] kort gezegd ten grondslag gelegd dat zij heeft voldaan waartoe zij bij het bestreden vonnis is veroordeeld en dat verhinderd moet worden dat [geïntimeerde] desondanks aanspraak blijft maken op verbeurde dwangsommen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>
        [geïntimeerde] heeft de vorderingen van Optiek [optiek 1] gemotiveerd betwist. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Het hof overweegt dienaangaande het volgende. </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>3.5.1.</nr>
        <para>Voor toewijzing van een vordering tot staking of schorsing van de executie van een voor tenuitvoerlegging vatbaar vonnis is slechts plaats, indien de rechter van oordeel is dat de executant, mede gelet op de belangen aan de zijde van de geëxecuteerde die door de tenuitvoerlegging zullen worden geschaad, geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij gebruikmaking van zijn bevoegdheid om in afwachting van de uitslag van het hoger beroep tot tenuitvoerlegging over te gaan. Dat zal het geval kunnen zijn indien het te executeren vonnis klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berust of indien de tenuitvoerlegging op grond van na dit vonnis voorgevallen of aan het licht gekomen feiten klaarblijkelijk aan de zijde van de geëxecuteerde een noodtoestand zal doen ontstaan, waardoor een onverwijlde tenuitvoerlegging niet kan worden aanvaard (HR 22 april 1983, ECLI:NL:HR:1983:AG4575 (Ritzen/Hoekstra)).</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.5.2.</nr>
        <para>Voor toewijzing van een incidentele vordering op grond van artikel 351 Rv is plaats in geval van misbruik van recht, waarvan met name sprake kan zijn indien het vonnis klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berust, dan wel in geval een afweging van de belangen van partijen in het licht van nieuwe – door incidenteel eiser te stellen – omstandigheden daartoe aanleiding geeft. Als nieuwe omstandigheden komen alleen in aanmerking omstandigheden die zich hebben voorgedaan nadat de zaak in eerste aanleg in staat van wijzen is gekomen; hieronder vallen dus niet omstandigheden die reeds aanwezig waren voor de staat van wijzen, maar die door partijen in de procedure in eerste aanleg niet zijn aangevoerd. De kans van slagen van het aangewende rechtsmiddel dient bij de belangenafweging in de regel buiten beschouwing te blijven (HR 30 mei 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC5012 (Newbay/Staat)).</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.5.3.</nr>
        <parablock>
          <para>Het hof stelt vast dat Optiek [optiek 1] aan haar vordering niet ten grondslag heeft gelegd dat het vonnis van de kantonrechter klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berust, noch dat ná het vonnis feiten zijn voorgevallen of aan het licht zijn gekomen die maken dat tenuitvoerlegging aan de zijde van Optiek [optiek 1] klaarblijkelijk een noodtoestand zal doen ontstaan of die kunnen rechtvaardigen dat wordt afgeweken van de eerder gegeven beslissing.</para>
          <para>Het hof zal de vorderingen dan ook afwijzen.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>De beslissing over de proceskosten zal het hof aanhouden tot de einduitspraak in de hoofdzaak.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">In de hoofdzaak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>De zaak staat heden op de rol voor memorie van antwoord. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in het incident </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst de vorderingen af;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt de beslissing over de proceskosten aan tot de einduitspraak in de hoofdzaak;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in de hoofdzaak: </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verstaat dat de zaak heden op de rol staat voor memorie van antwoord;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, C.N.M. Antens en <?linebreak?>M.G.W.M. Stienissen en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op <?linebreak?>29 september 2015.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	griffier					rolraadsheer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>