<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2015:3799</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-12-13T00:15:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-09-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-09-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">HD 200.165.840_01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHSHE:2017:5467" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2017:5467</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2015:3799">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2015:3799</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-09-30T14:47:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-09-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2015:3799 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 29-09-2015 / HD 200.165.840_01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2015:3799:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>incident tot voeging</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2015:3799:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH</bridgehead>
    <para>Afdeling civiel recht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer HD 200.165.840/01</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van 29 september 2015</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gewezen in het incident tot voeging in de zaak van </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [appellant]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>appellant in de hoofdzaak,</para>
      <para>verweerder in het incident,</para>
      <para>advocaat: mr. P.W.H.M. Dijkmans te Bladel,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [geïntimeerde 1] ,<?linebreak?>wonende te [woonplaats] ,</title>
    <para>2. <emphasis role="bold">[geïntimeerde 2] ,</emphasis><?linebreak?>wonende te [woonplaats] ,</para>
    <para>3. <emphasis role="bold">[geïntimeerde 3] ,</emphasis><?linebreak?>wonende te [woonplaats] ,</para>
    <parablock>
      <para>geïntimeerden in de hoofdzaak,</para>
      <para>eisers in het incident,</para>
      <para>advocaat: mr. C.M. van der Corput te Veldhoven,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het bij exploot van dagvaarding van 17 februari 2015 ingeleide hoger beroep van het door de rechtbank Oost-Brabant gewezen vonnissen van 5 maart 2014 en 19 november 2014 tussen appellant – [appellant] – als eiser in conventie, verweerder in reconventie en geïntimeerden – [geïntimeerden c.s.] – als gedaagden in conventie, eisers in reconventie.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in eerste aanleg (zaaknr.  C/01/273209 / HA ZA 14-32)</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnissen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de dagvaarding in hoger beroep;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het exploot van anticipatie van 25 februari 2015;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de memorie van grieven met producties;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de memorie van antwoord in principaal appel met producties alsmede memorie van grieven in incidenteel appel met eiswijziging alsmede de memorie in het incident tot voeging. </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de antwoordmemorie in het incident tot voeging.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft daarna een datum voor arrest in het incident bepaald.</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">3. 	De beoordeling</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">In het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>In voormelde appeldagvaarding heeft [appellant] geconcludeerd tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep en, kort gezegd, tot het alsnog toewijzen van zijn inleidende vorderingen en tot het alsnog afwijzen van de vorderingen van [geïntimeerden c.s.] , [geïntimeerden c.s.] te veroordelen tot terugbetaling van al hetgeen [appellant] aan [geïntimeerden c.s.] heeft voldaan ter uitvoering van het vonnis in prima, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente, met veroordeling van [geïntimeerden c.s.] in de kosten van beide instanties. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Ter rolle van 28 juli 2015 heeft [geïntimeerden c.s.] onder meer een incidentele conclusie tot voeging genomen van de onderhavige zaak met de eveneens bij het hof (onder zaaknummer HD 200.165.702/01) aanhangige zaak tussen [appellant] als appellant en [Holding] Holding B.V., de heer [vennoot 1 van Holding] en mevrouw [vennoot 2 van Holding] (hierna: [Holding] c.s.) als geïntimeerden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [geïntimeerden c.s.] voert ter onderbouwing van het verzoek aan dat [appellant] ook in eerste aanleg een procedure tegen [Holding] c.s. is gestart en in die procedure een incident tot voeging heeft opgeworpen, waarbij [geïntimeerden c.s.] zich heeft gerefereerd en de rechtbank in beide zaken één vonnis heeft gewezen. Volgens [geïntimeerden c.s.] is het van belang dat in beide zaken één arrest wordt gewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Bij memorie van antwoord in het incident heeft [appellant] zich gerefereerd aan het oordeel van het hof.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Gelet op het bepaalde in artikel 353 lid 1 Rv in verbinding met artikel 222 Rv kan de gevraagde voeging worden bevolen, nu de hiervoor genoemde zaken met elkaar verknocht zijn.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>Het hof zal de beslissing over de kosten van het incident aanhouden tot de einduitspraak.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">In de hoofdzaak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <parablock>
        <para>Uit de roladministratie blijkt dat de zaak voor memorie van antwoord in incidenteel appel aan de zijde van [appellant] is verwezen naar de rol van 6 oktober 2015. De zaak met zaaknummer HD 200.165.702/01 zal op de rol blijven staan totdat onderhavige zaak voor beraad op de rol staat. Alsdan zullen in de zaak met zaaknummer HD 200.165.702/01 verhinderdata van partijen worden gevraagd nu in die zaak door [appellant] pleidooi is verzocht.</para>
        <para>Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in het incident</emphasis>:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beveelt de voeging van de onderhavige zaak (zaaknummer HD 200.165.840/01) met de bij het hof aanhangige zaak met zaaknummer HD 200.165.702/01 tussen [appellant] als appellant en [Holding] c.s. als gedaagden;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in de hoofdzaak: </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verstaat dat de zaak is verwezen naar de rol van 6 oktober 2015 voor memorie van antwoord in incidenteel appel;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in het incident en de hoofdzaak:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, C.N.M. Antens en M.G.W.M. Stienissen en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 29 september 2015.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	griffier					rolraadsheer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>