<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2015:3790</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-06-17T14:19:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-09-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-09-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">HD 200.155.001_02</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2015:3790">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2015:3790</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-06-17T14:18:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-06-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2015:3790 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 29-09-2015 / HD 200.155.001_02</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2015:3790:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>opschorting. Algemene voorwaarden. bewijs</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2015:3790:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH</bridgehead>
    <para>Afdeling civiel recht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer HD 200.155.001/02</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van 29 september 2015</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gewezen in het incident ex artikel 351 Rv in de zaak van </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Decon Systems B.V.,<?linebreak?>gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,</title>
    <parablock>
      <para>2. <emphasis role="bold">L.D.A. B.V.</emphasis>,<?linebreak?>gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,</para>
      <para>appellanten in de hoofdzaak,</para>
      <para>eiseressen in het incident,</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">hierna aan te duiden als: Decon en LDA,</emphasis>
      </para>
      <para>advocaat: mr. R. Haouli te 's-Hertogenbosch,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>de vennootschap onder firma [V.O.F.] ,<?linebreak?>gevestigd te [vestigingsplaats 2] ,</title>
    <para>2. <emphasis role="bold">[geïntimeerde 2] ,</emphasis><?linebreak?>vennoot van geïntimeerde sub 1,<?linebreak?>wonende te [woonplaats] ,</para>
    <para>3. <emphasis role="bold">[Beheer] B.V.,</emphasis><?linebreak?>vennoot van geïntimeerde sub 1,<?linebreak?>gevestigd te [vestigingsplaats 2] ,</para>
    <parablock>
      <para>geïntimeerden in de hoofdzaak,</para>
      <para>verweersters in het incident, </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">hierna aan te duiden als: [geïntimeerden],</emphasis>
      </para>
      <para>advocaat: mr. W.M.H. Weijmans te 's-Hertogenbosch,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het bij exploot van dagvaarding van 7 augustus 2014 ingeleide hoger beroep van het door de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch gewezen vonnis van 14 mei 2014 tussen Decon en LDA als eiseressen in conventie, verweersters in reconventie en [geïntimeerden] als gedaagden in conventie, eiseressen in reconventie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in eerste aanleg (zaaknr. C/01/262207/HA ZA 13-307)</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis en naar het tussenvonnis van 9 oktober 2013.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    </parablock>
    <para>- de dagvaarding in hoger beroep met één productie (het vonnis van 14 mei 2014);</para>
    <para>- de memorie van grieven tevens akte houdende wijziging/vermeerdering van eis 	tevens akte houdende incidentele vordering ex artikel 351 Rv met producties;</para>
    <para>- de antwoordconclusie in incident;</para>
    <para>- de memorie van antwoord tevens houdende incidenteel appel met producties;</para>
    <para>- de memorie van antwoord in het incidenteel appel.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft een datum voor arrest bepaald in het incident.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">In het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>In het bestreden vonnis heeft de rechtbank de vordering in conventie afgewezen en Decon en LDA veroordeeld in de proceskosten, aan de zijde van [geïntimeerden] tot aan de uitspraak begroot op € 1.493,--, te vermeerderen met de wettelijke rente. In reconventie heeft de rechtbank Decon veroordeeld om aan [geïntimeerden] te betalen een bedrag van € 19.207,32 en de proceskosten, aan de zijde van [geïntimeerden] tot aan de uitspraak begroot op € 452,--, te vermeerderen met de wettelijke rente. Decon en LDA zijn in conventie en in reconventie tevens in de nakosten veroordeeld. De veroordelingen zijn uitvoerbaar bij voorraad verklaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De vordering in dit incident strekt ertoe dat het hof de tenuitvoerlegging van het bestreden vonnis schorst. Decon en LDA stellen daartoe dat het vonnis op een klaarblijkelijke juridische misslag berust omdat de rechtbank ten onrechte geen onderscheid heeft gemaakt tussen Decon en LDA en Decon ook veroordeeld heeft tot betaling van bedragen die aan LDA gefactureerd hadden moeten worden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [geïntimeerden] voeren gemotiveerd verweer.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Het hof is van oordeel dat geen sprake is van een juridische misslag in het bestreden vonnis. Vast staat dat Decon en LDA in eerste aanleg geen conclusie van antwoord in reconventie hebben genomen en dat de (primaire) vordering in reconventie is toegewezen op de grond dat Decon en LDA geen verweer hebben gevoerd en door [geïntimeerden] een voldoende grondslag is gesteld (zie rechtsoverweging 4.11 van het bestreden vonnis). De omstandigheid dat de rechtbank de vordering mogelijk zou hebben afgewezen indien Decon en LDA in reconventie het hiervoor onder rechtsoverweging 3.2 – verkort weergegeven – verweer hadden gevoerd, betekent naar het oordeel van het hof niet dat gezegd kan worden dat de veroordeling in reconventie op een klaarblijkelijke juridische misslag berust. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Aangezien Decon en LDA geen andere grondslag voor hun incidentele vordering hebben gesteld, leidt het voorgaande tot de conclusie dat de vordering zal worden afgewezen. Als de in het ongelijk gestelde partij zullen Decon en LDA worden veroordeeld in de proceskosten van het incident. Op vordering van [geïntimeerden] zal de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">In de hoofdzaak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>Het hof constateert dat Decon en LDA hebben nagelaten om bij introductie van de zaak conform artikel 3.1 aanhef en sub e van het Procesreglement per 1 januari 2013 voor de pilot civiele dagvaardingszaken bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch het volledige procesdossier van de eerste aanleg in het geding te brengen. Enkel de inleidende dagvaarding en de vonnissen zijn overgelegd. Het hof zal Decon en LDA in de gelegenheid stellen dit verzuim te herstellen, waarna het hof een datum voor arrest zal bepalen.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in het incident</emphasis>:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst de vordering van Decon en LDA tot schorsing van de executie af;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt Decon en LDA in de proceskosten van het incident, welke kosten aan de zijde van [geïntimeerden] tot de dag van deze uitspraak worden begroot op € 894,--;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in de hoofdzaak: </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt Decon en LDA in de gelegenheid alsnog het volledige procesdossier van de eerste aanleg in het geding te brengen en verwijst de zaak daartoe naar de rol van 13 oktober 2015;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, C.N.M. Antens en M.G.W.M. Stienissen en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 29 september 2015.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	griffier					rolraadsheer</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>