<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2015:3676</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T19:28:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-09-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-09-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">HD 200.155.316_01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2015:3676">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2015:3676</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-09-23T15:26:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-09-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2015:3676 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 22-09-2015 / HD 200.155.316_01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2015:3676:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Huur bedrijfsruimte. </para>
        <para>Tussenvonnis waartegen geen hoger beroep openstaat of is opengesteld. Appellante daarom niet-ontvankelijk verklaard.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2015:3676:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF  ̓s-HERTOGENBOSCH</bridgehead>
    <para>Afdeling civiel recht</para>
    <parablock>
      <para>zaaknummer HD 200.155.316/01</para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van 22 september 2015</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [appellante] , h.o.d.n. [Markt] Markt</emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] , </para>
      <para>appellante,</para>
      <para>advocaat: mr. R.W.J.L. Loonen te Heerlen,</para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [geïntimeerde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>geïntimeerde,	</para>
      <para>in hoger beroep niet verschenen,</para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para>op het bij exploot van dagvaarding van 11 augustus 2014 ingeleide hoger beroep van het door de kantonrechter van de rechtbank Limburg gewezen vonnis van 14 mei 2014 tussen appellante - [appellante] - als gedaagde in conventie, eiseres in reconventie en geïntimeerde - [geïntimeerde] - als eiser in conventie, verweerder in reconventie.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in eerste aanleg (zaaknummer 517856\CV EXPL 13-2237) </title>
    <parablock>
      <para>Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    </parablock>
    <para>- de dagvaarding in hoger beroep van 11 augustus 2014,</para>
    <para>- het tegen geïntimeerde verleende verstek;</para>
    <para>- de memorie van grieven van [appellante] van18 november 2014.</para>
    <parablock>
      <para>
        [appellante] heeft arrest gevraagd. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg. Die stukken zijn overigens niet volledig in het door [appellante] overgelegde procesdossier opgenomen. Gelet op het hierna volgende is dit voor de behandeling van dit hoger beroep echter geen bezwaar.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De gronden van het hoger beroep</title>
    <parablock>
      <para>Voor de inhoud van de grief van [appellante] verwijst het hof naar de memorie van grieven.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>Het gaat in dit hoger beroep om het volgende. [geïntimeerde] heeft met ingang van 1 december 2010 aan [appellante] een bedrijfsruimte aan de [perceel] te [plaats] verhuurd, welke huurovereenkomst met ingang van 1 augustus 2012 is geëindigd. Over de uitvoering van deze huurovereenkomst zijn tussen partijen geschillen ontstaan die hebben geleid tot de procedure waarin de kantonrechter op 14 mei 2014 vonnis heeft gewezen. </para>
        <para>In dit vonnis heeft de kantonrechter met betrekking tot een incidentele vordering van [appellante] overwogen dat deze na de behandeling ervan op de zitting van 18 juni 2013 en de uitvoering van de daarbij gemaakte afspraken geen behandeling behoeft. </para>
        <para>Met betrekking tot de vordering van [geïntimeerde] in conventie tot betaling van een aantal bedragen aan huur en kosten heeft de kantonrechter [geïntimeerde] in de gelegenheid gesteld een nadere toelichting op zijn berekening te verstrekken terwijl beide partijen bankafschriften zouden kunnen overleggen (r.o. 3.4). </para>
        <para>Met betrekking tot de vorderingen van [appellante] in reconventie tot betaling van schadevergoeding heeft de kantonrechter overwogen dat deze zullen worden afgewezen. </para>
        <para>Het dictum van het vonnis luidt als volgt:</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">4. De beslissing</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">in conventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>verwijst de zaak naar de rol van 28 mei 2014 voor het nemen van een akte door</para>
        <para>beide partijen zoals bedoeld onder overweging 3.4,</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">in conventie en in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Met haar grief komt [appellante] op tegen het oordeel van de kantonrechter over de verschillende onderdelen van de vordering van [appellante] in reconventie. Volgens haar gaat het hierbij steeds om een eindbeslissing waartegen hoger beroep open staat. Het hof overweegt hierover het volgende. In het vonnis waarvan beroep heeft de kantonrechter overwogen zoals hiervoor is weergegeven en is iedere verdere beslissing aangehouden. Dit vonnis kan niet worden aangemerkt als een deelvonnis aangezien daarbij niet door een uitdrukkelijk dictum omtrent enig deel van het gevorderde een einde is gemaakt. Artikel 337 Rv bepaalt dat van tussenvonnissen, behoudens van vonnissen waarbij een voorlopige voorziening wordt getroffen of geweigerd, hoger beroep slechts openstaat tegelijk met dat van het eindvonnis, tenzij de rechter anders heeft bepaald. In het vonnis is niet bepaald dat tussentijds hoger beroep van het vonnis openstaat. Niet is gesteld of gebleken dat de rechter na het tussenvonnis desgevraagd alsnog verlof heeft verleend voor het tussentijds instellen van hoger beroep. De uitzondering die artikel 337 lid 1 Rv maakt voor uitspraken waarbij een voorlopige voorziening wordt getroffen of geweigerd doet zich hier niet voor De conclusie is dan ook dat [appellante] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het hoger beroep en dat de kosten daarvan voor haar rekening komen. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De uitspraak</title>
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para>verklaart [appellante] niet-ontvankelijk in haar hoger beroep tegen het vonnis van 14 mei 2014;</para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para>veroordeelt [appellante] in de kosten van het hoger beroep, tot op deze uitspraak aan de zijde van [geïntimeerde] begroot op nihil.</para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. B.A. Meulenbroek, O.G.H. Milar  en M.G.W.M. Stienissen en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 22 september 2015</para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para>				rolr</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>