<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2015:3440</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-16T18:20:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-09-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-09-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">20-003315-14</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2015:3440">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2015:3440</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-09-03T15:14:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-09-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2015:3440 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 02-09-2015 / 20-003315-14</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2015:3440:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Het hof verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de strafvervolging van de verdachte nu niet is gebleken dat de dwangmiddelen ter executie van de aangeboden strafbeschikking daadwerkelijk zijn uitgeput en het openbaar ministerie desalniettemin is overgaan tot het dagvaarden van de verdachte.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2015:3440:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Afdeling strafrecht</para>
  <parablock>
    <para>Parketnummer	: 20-003315-14 </para>
    <para>Uitspraak	: 2 september 2015</para>
    <para>TEGENSPRAAK</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof</title>
    <bridgehead role="bold">'s-Hertogenbosch</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg van 15 september 2014 in de strafzaak met parketnummer 03-108541-14 tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verdachte] ,</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] [in het jaar] 1980,</para>
      <para>wonende te [adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Hoger beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij vonnis, waarvan beroep, heeft de politierechter de uitgevaardigde strafbeschikking vernietigd en is verdachte ter zake van winkeldiefstal veroordeeld tot betaling van een geldboete ten bedrage van € 200,00, subsidiair 4 dagen vervangende hechtenis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Onderzoek van de zaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens verdachte door diens raadsman naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal bevestigen, met uitzondering van de opgelegde straf en, te dien aanzien opnieuw rechtdoende, verdachte zal veroordelen tot betaling van een geldboete ten bedrage van € 50,00.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de strafvervolging bepleit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vonnis waarvan beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het niet te verenigen is met de hierna te geven beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij, op of omstreeks 12 mei 2014, in de gemeente Maastricht met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen levensmiddelen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Jumbo, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft betoogd dat het openbaar ministerie in de strafvervolging van verdachte niet-ontvankelijk behoort te worden verklaard. Daartoe is aangevoerd dat het openbaar ministerie is overgegaan tot het dagvaarden van verdachte zonder dat eerst is getracht de aan verdachte aangeboden strafbeschikking te executeren. Dit (niet) handelen is in strijd met de regels van een behoorlijke procesorde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt hieromtrent als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hoewel uit het zich in het dossier bevindende zaakoverzicht, d.d. 2 juli 2014, volgt dat de reden voor de overdracht van de zaak aan het openbaar ministerie is gelegen in het feit dat de dwangmiddelen uitgeput zouden zijn, is het hof met de verdediging van oordeel dat, nadat de strafbeschikking op 12 mei 2014 aan verdachte is aangeboden, niet is gebleken van de executie daarvan. Uit het dossier volgt niet dat verdachte een acceptgirokaart van het CJIB heeft ontvangen en evenmin is gebleken van het versturen van een eerste en/of tweede aanmaning aan verdachte. Bovendien lijkt dat ook niet mogelijk in het korte tijdsbestek tussen 12 mei 2014 en 2 juli 2014 waarin de strafbeschikkingsprocedure heeft plaatsgevonden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van het hof kan, zonder nadere informatie daaromtrent, dan ook niet worden gesteld dat de dwangmiddelen zijn uitgeput. Verdachte mocht verwachten dat eerst het proces ter executie van de strafbeschikking doorlopen zou worden, vóórdat het openbaar ministerie zou overgaan tot het dagvaarden van verdachte. Door desalniettemin over te gaan tot het dagvaarden van verdachte, heeft het openbaar ministerie in strijd met de regels van een behoorlijke procesorde gehandeld. Het hof verklaart het openbaar ministerie derhalve niet-ontvankelijk in de strafvervolging van verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het openbaar ministerie ter zake van het ten laste gelegde niet-ontvankelijk in zijn strafvervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door</para>
      <para>mr. A.R.O. Mooy, voorzitter,</para>
      <para>mr. E.F.G.M. Gelderman en mr. H.A. Marquart Scholtz, raadsheren,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. N.S. Oort, griffier,</para>
      <para>en op 2 september 2015 ter openbare terechtzitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>mr. E.F.G.M. Gelderman en mr. H.A. Marquart Scholtz zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>