<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2015:2030</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-12T11:47:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-06-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-06-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">20-003143-14</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2015:2030">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2015:2030</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-06-03T14:51:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-06-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2015:2030 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 03-06-2015 / 20-003143-14</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2015:2030:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Mishandeling. Bevestiging van het vonnis m.u.v. straf en beslissing benadeelde partij.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2015:2030:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Afdeling strafrecht</para>
  <parablock>
    <para>Parketnummer	: 20-003143-14 </para>
    <para>Uitspraak	: 3 juni 2015</para>
    <para>TEGENSPRAAK</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof</title>
    <bridgehead role="bold">'s-Hertogenbosch</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant van 16 oktober 2014 in de strafzaak met parketnummer 01-046387-13 tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verdachte],</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], </para>
      <para>wonende te [adres].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Hoger beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van mishandeling veroordeeld tot een geldboete van € 150,--, subsidiair 3 dagen hechtenis. Voorts heeft de eerste rechter beslist over schadevergoeding voor de benadeelde partij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd ter zake van het niet toegewezen gedeelte van de vordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Onderzoek van de zaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, de verdachte zal veroordelen tot een geheel voorwaardelijke geldboete van € 150,--, subsidiair 3 dagen hechtenis, met een proeftijd van twee jaren, en met toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 154,56, met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Door de verdediging is ontslag van alle rechtsvervolging bepleit. Met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij is bepleit dat de benadeelde partij daarin niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vonnis waarvan beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de gronden waarop dit berust, behalve voor wat betreft:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de opgelegde straf en de strafmotivering;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de beslissing op de vordering van de benadeelde partij.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Op te leggen straf</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Anders dan de politierechter en met de advocaat-generaal ziet het hof aanleiding verdachte een geheel voorwaardelijke geldboete op te leggen. Verdachtes bijzondere persoonlijke omstandigheden brengen het hof tot dit oordeel.</para>
      <para>Echter, naar het oordeel van het hof kan niet worden volstaan met een straf als door de advocaat-generaal gevorderd omdat daarin de ernst van het bewezen verklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd, onvoldoende tot uitdrukking komt. Om die reden zal het hof een hogere voorwaardelijke geldboete dan gevorderd, zij het met een kortere proeftijd, opleggen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de vaststelling van de (hoogte van de) geldboete heeft het hof rekening gehouden met de financiële draagkracht van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting is gebleken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met oplegging van een voorwaardelijke straf wordt enerzijds de ernst van het bewezen verklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vordering van de benadeelde partij</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij [benadeelde] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 305,15. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 154,56.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof schaart zich weliswaar achter de overwegingen van de politierechter om deze vordering toe te wijzen tot een bedrag van € 154,56, maar niet achter de overwegingen van de politierechter om de vordering voor het overige af te wijzen. Voorts is door de politierechter de – wel gevorderde – wettelijke rente ten onrechte niet toegewezen. Het hof zal dit alsnog doen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met betrekking tot de beslissing ten aanzien van het niet-toegewezen gedeelte van de vordering, overweegt het hof als volgt.</para>
      <para>Het hof is van oordeel dat voor dat deel van de vordering de behandeling een onevenredige belasting van het strafgeding zou opleveren. Voor het vaststellen of genoemde schadeposten daadwerkelijk voor vergoeding in aanmerking komen, is nader onderzoek nodig waarvoor de behandeling van de strafzaak zou dienen te worden aangehouden. Het hof acht aanhouding echter onwenselijk, gelet op het belang van de vordering van de benadeelde partij in verhouding tot het belang van de strafzaak in zijn geheel. De benadeelde partij kan daarom thans in het overige gedeelte van haar vordering niet worden ontvangen en kan haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof ziet aanleiding te dezer zake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Toepasselijke wettelijke voorschriften</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c, 36f en 300 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vernietigt</emphasis> het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde straf en de beslissing met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij en doet in zoverre opnieuw recht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Veroordeelt</emphasis> de verdachte tot een <emphasis role="bold">geldboete</emphasis> van <emphasis role="bold">€ 300,00 (driehonderd euro)</emphasis>, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door <emphasis role="bold">6 (zes) dagen hechtenis</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bepaalt</emphasis> dat de geldboete niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van <emphasis role="bold">1 (één) jaar</emphasis> aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Wijst</emphasis> de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde] <emphasis role="bold">toe</emphasis> tot het bedrag van <emphasis role="bold">€ 154,56 (honderdvierenvijftig euro en zesenvijftig cent) bestaande uit </emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="bold">€ 4,56 (vier euro en zesenvijftig cent) materiële schade en € 150,00 (honderdvijftig euro) immateriële schade</emphasis> en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Verklaart</emphasis> de benadeelde partij in haar vordering voor het overige <emphasis role="bold">niet-ontvankelijk</emphasis> en bepaalt dat zij in zoverre haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bepaalt</emphasis> dat voormeld toegewezen bedrag vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 29 november 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Verwijst</emphasis> de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Legt</emphasis> aan de verdachte de verplichting <emphasis role="bold">op</emphasis> om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde], een bedrag te betalen van <emphasis role="bold">€ 154,56 (honderdvierenvijftig euro en zesenvijftig cent) bestaande uit € 4,56 (vier euro en zesenvijftig cent) materiële schade en € 150,00 (honderdvijftig euro) immateriële schade</emphasis>, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door <emphasis role="bold">3 (drie) dagen hechtenis</emphasis>, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bepaalt</emphasis> dat voormelde betalingsverplichting vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 29 november 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bepaalt</emphasis> dat, indien de verdachte heeft voldaan aan haar verplichting tot betaling aan de Staat daarmee haar verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan haar verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee haar verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door</para>
      <para>mr. A.R.O. Mooy, voorzitter,</para>
      <para>mr. A.J.M. van Gink en mr. J. Huurman-van Asten, raadsheren,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. R.J. Gras, griffier,</para>
      <para>en op 3 juni 2015 ter openbare terechtzitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. A.J.M. van Gink is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>