<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2015:2010</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-30T06:00:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-06-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-06-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">HD 200.048.464_02 en HD 200.137.333_01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#herroeping">Herroeping</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001827&amp;artikel=382&amp;g=2015-11-29">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 382</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2015:2010">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2015:2010</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-29T20:18:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-11-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2015:2010 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 02-06-2015 / HD 200.048.464_02 en HD 200.137.333_01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2015:2010:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Herroeping. Artikel 382 aanhef onder a en c Rv.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2015:2010:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH </bridgehead>
    <para>Afdeling civiel recht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummers HD 200.048.464/02 en HD 200.137.333/01</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van 2 juni 2015</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>eiser in de herroepingsprocedure,</para>
      <para>hierna aan te duiden als [eiser] ,</para>
      <para>advocaat: mr. I.J.J.M. Roorda,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">gemeente Aalburg,</emphasis>
      </para>
      <para>zetelend te Wijk en Aalburg,</para>
      <para>gedaagde in de herroepingsprocedure,</para>
      <para>hierna aan te duiden als de gemeente,</para>
      <para>advocaat: mr. A. de Snoo,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het bij exploot van dagvaarding van 15 januari 2013 ingeleide geding met zaaknummer HD 200.048.464/02 tot herroeping van het vonnis van de rechtbank Breda van 8 april 2009 met zaaknummer/rolnummer 184886 / HA ZA 08-172, gewezen tussen [eiser] als eiser in het verzet en de gemeente als gedaagde in het verzet, en van het in het hoger beroep tegen dat vonnis gewezen arrest van dit hof van 7 juni 2011 met zaaknummer HD 200.048.464, gewezen tussen [eiser] als appellant en de gemeente als geïntimeerde,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en op het bij exploot van dagvaarding van 27 augustus 2013 ingeleide geding met zaaknummer HD 200.137.333/01 tot herroeping van voormeld vonnis en arrest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>In de zaak met zaaknummer HD 200.048.464/02 heeft [eiser] de gemeente bij het exploot van dagvaarding van 15 januari 2013, met producties, gedagvaard en geconcludeerd dat het hof op de in deze dagvaarding genoemde gronden het vonnis van de rechtbank Breda van 8 april 2009 en het arrest van dit hof van 7 juni 2011 zal herroepen, inclusief de proceskostenveroordeling.</para>
        <para>De gemeente heeft een conclusie van antwoord, met producties, ingediend.</para>
        <para>Vervolgens heeft [eiser] een akte houdende overlegging producties + aanvullend bewijsaanbod, met producties, genomen. De gemeente heeft een (antwoord)akte genomen.</para>
        <para>Daarna heeft het hof een datum voor arrest bepaald.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <parablock>
        <para>In de zaak met zaaknummer HD 200.137.333/01 heeft [eiser] de gemeente bij het exploot van dagvaarding van 27 augustus 2013, met producties, gedagvaard en geconcludeerd dat het hof op de in deze dagvaarding genoemde gronden het vonnis van de rechtbank Breda van 8 april 2009 en het arrest van dit hof van 7 juni 2011 zal herroepen, inclusief de proceskostenveroordeling.</para>
        <para>De gemeente heeft een conclusie van antwoord, met producties, ingediend.</para>
        <para>Vervolgens heeft [eiser] een conclusie van repliek, met producties, ingediend en heeft de gemeente een conclusie van dupliek ingediend.</para>
        <para>
          [eiser] heeft een akte ter zake het overleggen van productie 18 + aanvullend bewijsaanbod, met producties, genomen. De gemeente heeft een (antwoord)akte genomen.</para>
        <para>Daarna heeft het hof een datum voor arrest bepaald.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Het hof wijst hierbij arrest zowel in de zaak met zaaknummer HD 200.048.464/02 als in de zaak met zaaknummer HD 200.137.333/01 gezien de samenhang tussen deze zaken.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>In deze procedure kan worden uitgegaan van de volgende feiten (zie het arrest van dit hof van 7 juni 2011, rov. 7.1, i tot en met v).</para>
      <para>i. i) [eiser] is eigenaar van een perceel grond dat deel uitmaakt van het recreatieterrein ‘ [recreatieterrein] ’  aan de [adres] te [plaats] , gemeente Aalburg. Op 27 februari 2001 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Aalburg (hierna: het college van B&amp;W) aan [eiser] een bouwvergunning verleend voor een recreatiewoning op dit perceel.</para>
      <parablock>
        <para>ii) Nadat een inspecteur van de gemeente had geconstateerd dat op het perceel een</para>
        <para>recreatiewoning was gebouwd die afwijkt van de verleende bouwvergunning, heeft het</para>
        <para>college van B&amp;W [eiser] bij besluit van 20 september 2005, verzonden op 26 september 2005, aangeschreven om binnen dertien weken na 27 september 2005 zijn recreatiewoning in</para>
        <para>overeenstemming te brengen met de verleende bouwvergunning of dit bouwwerk volledig te</para>
        <para>verwijderen, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 7.750,- per vier weken</para>
        <para>dat [eiser] niet aan deze aanschrijving zal voldoen, tot een maximum van € 31.000,-.</para>
        <para>Tegen dit besluit heeft [eiser] geen bezwaarschrift ingediend.</para>
        <para>iii) Nadat het college van B&amp;W de begunstigingstermijn een aantal malen op verzoek van</para>
        <para>
          [eiser] had verlengd, is deze termijn uiteindelijk bij besluit van 25 april 2006 verlengd tot en</para>
        <para>met 31 juli 2006. Het bezwaar van [eiser] tegen dit laatste besluit is bij beslissing op</para>
        <para>bezwaar van 24 oktober 2006 door het college van B&amp;W ongegrond verklaard. Hiertegen</para>
        <para>heeft [eiser] beroep ingesteld bij de rechtbank Breda, welk beroep door de bestuursrechter</para>
        <para>bij uitspraak van 16 juli 2007 niet-ontvankelijk is verklaard vanwege het ontbreken van een</para>
        <para>procesbelang.</para>
        <para>iv) Bij controles op 7 november 2006 en 30 november 2006, uitgevoerd in opdracht van het</para>
        <para>college van B&amp;W, heeft een inspecteur geconstateerd dat [eiser] niet heeft voldaan aan de</para>
        <para>last onder dwangsom van 20 september 2005. Vervolgens heeft het college van B&amp;W</para>
        <para>aanspraak gemaakt op betaling van € 31.000,- aan verbeurde dwangsommen. Op 23 april 2007 heeft het college van B&amp;W [eiser] een betalingsherinnering gestuurd.</para>
      </parablock>
      <para>v) Omdat betaling van de verbeurde dwangsommen uitbleef, heeft het college van B&amp;W op 12 september 2007 een dwangbevel tegen [eiser] uitgevaardigd. Dit dwangbevel is op 21 september 2007 aan [eiser] betekend.</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>2.2.1.</nr>
        <para>Bij de dagvaarding, die heeft geleid tot het vonnis van de rechtbank Breda van 8 april 2009 met zaaknummer/rolnummer 184886 / HA ZA 08-172, heeft [eiser] gevorderd – zakelijk weergegeven – primair dat de rechtbank het op 21 september 2007 aan hem betekende dwangbevel buiten effect zal stellen, subsidiair de opgelegde dwangsom en bijkomende kosten zat matigen tot een bedrag van € 2.500,-, met veroordeling van de gemeente in de kosten.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.2.2.</nr>
        <para>Bij het vonnis van 8 april 2009 heeft de rechtbank de vorderingen van [eiser] afgewezen.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.2.3.</nr>
        <para>Tegen dit vonnis en de daaraan ten grondslag liggende motivering is [eiser] met zes grieven opgekomen in de zaak met zaaknummer HD 200.048.464.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.2.4.</nr>
        <para>Bij het arrest van dit hof van 7 juni 2011 is het vonnis waarvan beroep bekrachtigd. Daarbij heeft het hof onder meer het door het [eiser] gedane beroep op het gelijkheidsbeginsel als onvoldoende onderbouwd afgewezen (rov. 7.3 van het arrest).</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.3.1.</nr>
        <parablock>
          <para>In de dagvaarding van 15 januari 2013 heeft [eiser] de volgende gronden genoemd voor herroeping.</para>
          <para>Ten eerste raakte [eiser] er op of omstreeks 11 oktober 2011 mee bekend dat er in opdracht van de gemeente door Bureau MB-ALL Handhaving een zogeheten 0-punt inventarisatie is uitgevoerd. Dit om binnen recreatieterrein de ‘ [recreatieterrein] ’ over de periode van 2 oktober 1995 tot 4 november 2009 alle overtredingen ten aanzien van percelen en bebouwing in kaart te brengen. De rapportage kwam op 4 november 2009 gereed. Er bleek sprake te zijn van ten minste 638 overtredingen (zie productie 3 bij de dagvaarding).</para>
          <para>De gemeente heeft die gegevens in de procedure bij de rechtbank en het hof niet in het geding gebracht. Sterker, de gemeente heeft in haar processtukken een ‘evident onjuiste voorstelling van zaken’ gegeven.</para>
          <para>Ten tweede is [eiser] gebleken bij inzage van een aantal dossiers op het gemeentehuis op 16 oktober 2012 dat de gemeente ‘in het geniep’ bepaalde andere eigenaren van een perceel op de ‘ [recreatieterrein] ’ heeft bevoordeeld door op de bouwtekening een gemeentestempel te plaatsen ten behoeve van gedogen, ongedaanmaking van bouwverbod en vooruitzicht op legalisering van forse overschrijding van de bebouwing. [eiser] heeft verwezen naar de stempel op een tekening van de recreatiewoningen [recreatieterrein] [nr A] en [nr B] (zie bijlage XVII van productie 8 bij de dagvaarding).</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.3.2.</nr>
        <parablock>
          <para>In de dagvaarding van 27 augustus 2013 heeft [eiser] aangevoerd dat hem onlangs bescheiden onder ogen zijn gekomen waaruit blijkt dat door de gemeente in het geding bedrog is gepleegd. Het gaat daarbij om stukken – van beslissende aard – die door toedoen van de gemeente – doelbewust – in de rechtsgang zijn achtergehouden en verzwegen, aldus [eiser] .</para>
          <para>In dit verband heeft [eiser] genoemd het besluit van de gemeenteraad van 28 mei 2013, waarmee de gemeenteraad heeft ingestemd met het Plan van Aanpak handhaving bouwovertredingen ‘De [recreatieterrein] ’ van 4 maart 2013 (zie productie 8 bij de dagvaarding). Voorts heeft [eiser] naar voren gebracht dat hij op 11 juni 2013 van de gemeente heeft ontvangen de door hem opgevraagde lijst met adressen van 470 bouwwerken die in het Handhavingsplan als illegaal worden aangemerkt (productie 5 bij de akte van [eiser] in de zaak met zaaknummer HD 200.137.333/01) alsmede een lijst van 40 adressen waarop overtredingen waren geconstateerd (zie productie 17 bij de conclusie van repliek).</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.3.3.</nr>
        <para>Naar het hof begrijpt, beroept [eiser] zich, gelet op de door hem genoemde gronden,  op de herroepingsgronden vermeld in artikel 382 aanhef en onder a en onder c Rv.</para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De gemeente heeft diverse verweren gevoerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Alvorens te beslissen, ziet het hof aanleiding om een comparitie van partijen te gelasten. De comparitie heeft tot doel om nadere inlichtingen te verkrijgen over het geschil tussen partijen, doch uitsluitend binnen het kader van deze herroepingsprocedure. Aan de orde zal komen of de herroeping tijdig is gedaan (artikel 383 lid 1 Rv) en voorts of de gemeente bedrog heeft gepleegd dan wel stukken van beslissende aard heeft achtergehouden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Indien het verloop van de comparitie daartoe aanleiding geeft, zal de comparitie mede kunnen worden benut voor het beproeven van een schikking tussen partijen. Ter comparitie zal niet de gelegenheid worden geboden te pleiten. Hieronder wordt verstaan het juridisch beargumenteren van de zaak al dan niet aan de hand van een voorbereide, uitgeschreven pleitnotitie.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De uitspraak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat partijen – natuurlijke personen in persoon en rechtspersonen deugdelijk vertegenwoordigd door een persoon die tot het treffen van een minnelijke regeling bevoegd is – vergezeld van hun advocaten, zullen verschijnen voor mr. J.P. de Haan als raadsheer-commissaris, die daartoe zitting zal houden in het Paleis van Justitie aan de Leeghwaterlaan 8 te 's-Hertogenbosch op een door deze te bepalen datum, met de hiervoor onder rov. 2.5 en 2.6 vermelde doeleinden;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verwijst de zaak naar de rol van 16 juni 2015 voor opgave van de verhinderdata van partijen zelf en hun advocaten in de periode van 4 tot 12 weken na de datum van dit arrest;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat de raadsheer-commissaris na genoemde roldatum dag en uur van de comparitie zal vaststellen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. P.M.A. de Groot-van Dijken, M.A. Wabeke en J.P. de Haan en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 2 juni 2015.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	griffier					rolraadsheer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>