<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2015:123</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-12T00:14:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-01-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-01-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">HD 200.118.563_01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2015:123">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2015:123</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-01-21T13:04:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-01-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2015:123 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 20-01-2015 / HD 200.118.563_01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2015:123:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eindarrest – na tussenarrest waarin de grieven van de huurder zijn verworpen – waarin de in appel door de verhuurder vermeerderde eis betreffende de contractuele boete over de verschuldigde huurpenningen wordt toegewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2015:123:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH  </bridgehead>
    <para>Afdeling civiel recht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer HD 200.118.563/01</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van 20 januari 2015</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>
      [appellant],<?linebreak?>wonende te [woonplaats],</title>
    <parablock>
      <para>2. <emphasis role="bold">[appellante],</emphasis><?linebreak?>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>appellanten, </para>
      <para>hierna in mannelijk enkelvoud te noemen: [appellant],</para>
      <para>advocaat: mr. J.W. de Rijk te Helmond,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">InBev Nederland N.V.,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats],</para>
      <para>geïntimeerde,</para>
      <para>hierna te noemen: InBev,</para>
      <para>advocaat: mr. M. van Heeren te [vestigingsplaats],</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 26 augustus 2014 in het hoger beroep van het door de rechtbank 's-Hertogenbosch, sector kanton, locatie Helmond onder zaaknummer 659043 4961/09 gewezen vonnis van 11 januari 2012.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    </parablock>
    <para>- het tussenarrest van 26 augustus 2014;</para>
    <para>- de akte van [appellant];</para>
    <para>- de antwoordakte van InBev. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen hebben arrest gevraagd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <parablock>
        <para>In genoemd tussenarrest zijn de grieven beoordeeld en is de zaak naar de rol verwezen om [appellant] in de gelegenheid te stellen zich bij akte uit te laten over de wijziging van eis door InBev in de memorie van antwoord. InBev heeft namelijk haar eis vermeerderd, in die zin dat zij thans ook vordert de contractuele boeterente, althans de wettelijke </para>
        <para>(handels-)rente over de na 1 november 2009 vervallen huurpenningen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2.</nr>
      <para>In de daarop door [appellant] genomen akte beklaagt hij zich allereerst over rechtsover-weging 4.7 van het tussenarrest waarin is overwogen dat tegen de vonnissen van 13 oktober 2010 en 26 januari 2011 geen grieven zijn gericht en dat [appellant] in zoverre niet-ontvankelijk is in zijn hoger beroep. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3.</nr>
      <para>Geoordeeld wordt dat het hof in genoemde rechtsoverweging uitdrukkelijk en zonder voorbehoud heeft beslist over de vraag of [appellant] ontvankelijk was in zijn appel voor zover het was gericht tegen de vonnissen van 13 oktober 2010 en 26 januari 2011, welke vraag ontkennend werd beantwoord. In beginsel is het hof hieraan in het verdere verloop van het geding gebonden. Het hof ziet geen aanleiding om de zojuist weergegeven (bindende) eindbeslissing in heroverweging te nemen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.4.</nr>
      <para>
        [appellant] heeft bezwaar gemaakt tegen de vermeerdering van eis. Volgens hem had InBev de vermeerderde vordering in eerste aanleg moeten instellen en heeft InBev, door haar eis eerst in appel te vermeerderen, hem de mogelijkheid ontnomen om in eerste aanleg al verweer tegen die vordering te voeren. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.5.</nr>
      <para>
        [appellant] miskent met zijn standpunt dat ook in appel in beginsel de eis mag worden gewijzigd of vermeerderd, zij het dat geïntimeerde dat niet later mag doen dan in zijn memorie van antwoord. Dat lijdt uitzondering indien door de wijziging of vermeerdering van eis de procedure onredelijk zou worden vertraagd dan wel de verdediging onredelijk zou worden bemoeilijkt. Dat dat het geval is, is echter niet gesteld of gebleken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.6.</nr>
      <para>Ook het inhoudelijke verweer van [appellant] gaat niet op. Hij voert weliswaar aan dat “de vordering, gebaseerd op de wettelijke handelsrente” verjaard is maar hij licht niet toe op welke verjaring(stermijn) hij in dat verband het oog heeft. Ander inhoudelijk verweer is tegen de vermeerderde eis niet gevoerd, zodat die voor toewijzing gereed ligt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.7.</nr>
      <para>Slotsom is dat de grieven falen. Het bewijsaanbod van [appellant] zal als niet terzake doende worden gepasseerd. [appellant] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van het hoger beroep worden veroordeeld. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De uitspraak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart [appellant] niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep voor zover het is gericht tegen de vonnissen van 13 oktober 2010 en 26 januari 2011;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [appellant] – in aanvulling op het vonnis van 11 januari 2012 – tot betaling van de contractuele boete van 2% per maand over de huurpenningen die na 1 november 2009 zijn vervallen, te berekenen vanaf de vervaldatum van de betreffende huurtermijn tot en met de dag waarop die termijn wordt voldaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bekrachtigt het vonnis van 11 januari 2012 voor het overige;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [appellant] in de proceskosten van het hoger beroep, welke kosten tot op heden aan de zijde van InBev worden begroot op € 1.815,- aan verschotten en op € 2.446,50 aan salaris advocaat; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart voormelde veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. N.J.M. van Etten, M. van Ham en I. Bouter en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 20 januari 2015.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>	griffier					rolraadsheer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>