<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2015:1167</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-04-03T00:18:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-04-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-04-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">F 200 151 857_01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2015:1167">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2015:1167</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-04-02T12:42:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-04-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2015:1167 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 02-04-2015 / F 200 151 857_01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2015:1167:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Kinderalimentatie</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2015:1167:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH</bridgehead>
    <para>Afdeling civiel recht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak: 2 april 2015</para>
      <para>Zaaknummer: F 200.151.857/01</para>
      <para>Zaaknummer eerste aanleg: C/02/245682 FA RK 12-275 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak in hoger beroep van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">
          [de vrouw]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>appellante,</para>
      <para>hierna te noemen: de vrouw,</para>
      <para>advocaat: mr. M.A.P. Kolsteren-van Heijst,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">
          [de man]
        </emphasis>, </para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>verweerder,</para>
      <para>hierna te noemen: de man,</para>
      <para>zonder advocaat.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in eerste aanleg</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verwijst naar de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 8 april 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 4 juli 2014, heeft de vrouw verzocht voormelde beschikking te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, te bepalen dat de man met ingang van 1 november 2011 een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige] dient te voldoen ter hoogte van € 350,- per maand, althans ter hoogte van een door het hof vast te stellen bedrag met ingang van een zodanige datum als het hof redelijk acht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De man heeft geen verweerschrift bij het hof ingediend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 24 februari 2015. Bij die gelegenheid zijn gehoord: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de vrouw, bijgestaan door mr. Kolsteren-van Heijst;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de man.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg op 17 maart 2014;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de brief met bijlagen van de advocaat van de vrouw d.d. 29 januari 2015.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.</para>
        <para>Uit hun relatie is geboren:</para>
        <para>-	[minderjarige] (hierna ook aan te duiden als [minderjarige]), op [geboortedatum] 2005 te [geboorteplaats].</para>
        <para>De man heeft het kind erkend. </para>
        <para>Het kind heeft het hoofdverblijf bij de vrouw<emphasis role="italic">.</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Bij de bestreden - uitvoerbaar bij voorraad verklaarde - beschikking heeft de rechtbank bepaald dat de man als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van het kind moet voldoen een bedrag van € 200,- per maand met ingang van 1 april 2014</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De vrouw kan zich met deze beslissing niet verenigen en zij is hiervan onder opwerping van één grief in hoger beroep gekomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>De vrouw voert met haar grief aan dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat partijen ter zitting overeenstemming hebben bereikt over de kinderbijdrage. De vrouw kan zich niet verenigen met de ingangsdatum van 1 april 2014, nu de man in ieder geval vanaf juli 2009 toen de resultaten van een DNA-test bekend werden heeft geweten dat hij de biologische vader van [minderjarige] is en zich in elk geval sindsdien bewust is geweest van zijn onderhoudsverplichting. De ingangsdatum van een vast te stellen onderhoudsbijdrage ligt derhalve geruime tijd vóór de inwerkingtreding van de nieuwe normen voor de vaststelling van kinderalimentatie, zodat deze normen niet van toepassing zijn. Op basis van de oude berekeningsmethode, waarbij uitgegaan wordt van een behoefte van [minderjarige], inclusief de netto kosten van kinderopvang ad € 101,- per maand, van € 328,- per maand in 2011, heeft de man voldoende draagkracht om de door de vrouw verzochte bijdrage te betalen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>De man heeft ter zitting de grief van de vrouw gemotiveerd bestreden. Hij heeft daartoe onder meer gesteld dat hij al geruime tijd maandelijks bijdraagt in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige]. Daarnaast betaalt de man met regelmaat boodschappen en eten voor de vrouw en [minderjarige] en koopt hij kleding en schoeisel voor [minderjarige]. Voor een eerdere ingangsdatum en een hogere bijdrage dan de rechtbank heeft vastgesteld is dan ook geen reden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <parablock>
        <para>Het hof overweegt het volgende.</para>
        <para>Blijkens rechtsoverweging 3.3. van de bestreden beschikking hebben partijen op de zitting van de rechtbank overeenstemming bereikt, die inhoudt dat de man aan de vrouw met ingang van 1 april 2014 een onderhoudsbijdrage ten behoeve van [minderjarige] zal betalen van</para>
        <para>€ 200,- per maand. Het hof volgt de vrouw niet in haar - niet geconcretiseerde, laat staan onderbouwde - stelling dat de rechtbank ten onrechte heeft vastgesteld dat partijen op de zitting overeenstemming hebben bereikt. De vrouw heeft daarnaast niet gesteld dat de overeenkomst tussen partijen niet op rechtsgeldige wijze tot stand is gekomen. Zij heeft ook niet verzocht de overeenkomst op die grond te vernietigen. Derhalve moet worden aangenomen dat de overeenkomst tussen partijen op rechtsgeldige wijze tot stand is gekomen.   </para>
        <para>Nu de rechtbank conform de overeenstemming tussen partijen heeft beslist, hebben partijen in zoverre verkregen hetgeen zij hebben verzocht en dient het daartegen gerichte hoger beroep naar het oordeel van het hof te worden afgewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af het verzoek in hoger beroep. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. H. van Winkel, O.G.H. Milar en E.L. Schaafsma-Beversluis en in het openbaar uitgesproken op 2 april 2015.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>