<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2015:1075</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-07-20T06:00:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-03-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-03-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">HD200.158.866_01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001827&amp;artikel=250&amp;g=2015-07-19">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 250</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2015:1075">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2015:1075</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-07-19T17:15:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-07-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2015:1075 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 24-03-2015 / HD200.158.866_01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2015:1075:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>weigering afstand van instantie wegens ontbreken bijzondere machtiging ex artikel 250 lid 2 Rv; afstand gedaan van het recht een memorie van grieven te nemen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2015:1075:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH</bridgehead>
    <para>Afdeling civiel recht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer HD 200.158.866/01</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van 24 maart 2015</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [Bewindvoering] Bewindvoering B.V. in haar hoedanigheid van bewindvoerder van</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [saniet], </emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats 1],</para>
      <para>appellante,</para>
      <para>hierna aan te duiden als [Bewindvoering],</para>
      <para>advocaat: mr. P.A. Schippers te ‘s-Hertogenbosch,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Stichting Zayaz</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats 2],</para>
      <para>geïntimeerde,</para>
      <para>hierna aan te duiden als de stichting,</para>
      <para>advocaat: mr. J.A. Trimbach te De Meern,  gemeente Utrecht,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het bij exploot van dagvaarding van 23 oktober 2014 ingeleide hoger beroep van het vonnis van de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 24 juli 2014, gewezen tussen de stichting als eiseres en [saniet] als gedaagde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 3023225 / 14-4074)</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis en naar het vonnis in verzet van 2 oktober 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [Bewindvoering] heeft bij voormeld exploot de stichting opgeroepen om te verschijnen ter openbare terechtzitting van dit hof van 4 november 2014. Op de rol van die datum heeft [Bewindvoering] de zaak aangebracht. Mr. Trimbach heeft zich als procesvertegenwoordiger gesteld voor de stichting.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [Bewindvoering] is in de gelegenheid gesteld om binnen zes weken na de eerste rolzitting, derhalve uiterlijk op 16 december 2014, een memorie van grieven te nemen. [Bewindvoering] heeft geen memorie van grieven genomen. In plaats daarvan heeft zij met een H8 formulier het hof het volgende bericht: “Appellant wenst intrekking van de zaak voor memorie van grieven. Eerstdienende dag reeds gepasseerd. Aan wederpartij is geen instemming verzocht. Gelet op vonnis in eerste aanleg is daar ook geen aanleiding voor.”</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Op de rol van 30 december 2014 heeft geïntimeerde laten weten niet in te stemmen met het doorhalen van de zaak op de rol. Geïntimeerde heeft arrest gevraagd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Hierna is bepaald dat arrest wordt gewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Niet duidelijk is of [Bewindvoering] afstand van de instantie wil doen als bedoeld in artikel 249 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Indien [Bewindvoering] geen afstand van instantie doet en de zaak evenmin op eenstemmig verzoek wordt doorgehaald, is het de vraag of [Bewindvoering] afstand wil doen van het recht om van grieven te dienen. Volgens de rolkaart is het recht daartoe nog niet vervallen.</para>
      <para>Het hof zal [Bewindvoering] in de gelegenheid stellen zich hierover uit te laten dan wel de memorie van grieven te nemen. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De uitspraak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verwijst de zaak naar de rol van 7 april 2015 voor akte uitlaten aan de zijde van [Bewindvoering] met het hiervoor onder 3 weergegeven doel, dan wel het nemen van de memorie van grieven;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, C.N.M. Antens en <?linebreak?>M.G.W.M. Stienissen en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op <?linebreak?>24 maart 2015.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	griffier					rolraadsheer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>