<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2014:589</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-04-29T12:55:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-03-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-03-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">HD 200.105.695-01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2014:589">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2014:589</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-04-29T12:54:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-04-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2014:589 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 04-03-2014 / HD 200.105.695-01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2014:589:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>achterstallige pensioenpremies</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2014:589:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH  </bridgehead>
    <para>Afdeling civiel recht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer HD 200.105.695/01</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van 4 maart 2014</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>
      [appellante 1] V.O.F.,<?linebreak?><?linebreak?>gevestigd te [woonplaats],</title>
    <para>2. <emphasis role="bold">[appellante 2],</emphasis><?linebreak?><?linebreak?>wonende te [woonplaats],</para>
    <para>3. <emphasis role="bold">[appellant 3],</emphasis><?linebreak?><?linebreak?>wonende te [woonplaats],</para>
    <parablock>
      <para>appellanten, </para>
      <para>advocaat: mr. S.A.J. van Riel te Eindhoven,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Stichting Bedrijfspensioenfonds voor het Beroepsvervoer over de weg,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats],</para>
      <para>geïntimeerde,</para>
      <para>advocaat: mr. J.A. Trimbach te De Meern,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 19 juni 2012 in het hoger beroep van het door de rechtbank 's-Hertogenbosch, sector kanton, locatie Eindhoven onder zaaknummer 787025 rolnummer 11-10419 gewezen vonnis van 5 januari 2012.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    </parablock>
    <para>- het tussenarrest van 19 juni 2012 waarbij het hof een comparitie na aanbrengen heeft gelast;</para>
    <para>- het proces-verbaal van comparitie van 13 september 2012;</para>
    <para>- de memorie van grieven met producties;</para>
    <para>- de memorie van antwoord met producties;</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen hebben arrest gevraagd. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>6</nr>De gronden van het hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor de tekst van de grieven wordt verwezen naar de memorie van grieven.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1</nr>
      <para>Het gaat in deze zaak om het volgende. De Stichting is een bedrijfstakpensioenfonds als bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet, ten behoeve van de bedrijfstak voor het beroepsvervoer over de weg. Bij ministerieel Besluit Bekendmaking wijziging van de verplichtstelling tot deelneming in de Stichting bedrijfstakpensioenfonds voor het beroepsvervoer over de weg heeft de minister gebruik gemaakt van zijn bevoegdheid ingevolge artikel 2 lid 1 van de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 om deelneming in dat pensioenfonds verplicht te stellen voor de in dat besluit genoemde categorieën van werknemers in dienst van een onderneming in het beroepsvervoer over de weg. Op grond van artikel 4 van dat Besluit valt de onderneming van [appellanten] als transport- en koeriersbedrijf onder de definitie van onderneming. Op grond daarvan zijn [appellanten] gehouden tot betaling van de voor haar (voormalige) werknemers verschuldigde premie, met inachtneming van het daartoe bepaalde in de statuten en reglementen van het Bedrijfstakpensioenfonds.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2.</nr>
      <para>De Stichting heeft in eerste aanleg betaling gevorderd van een bedrag van                 € 44.233,98 vanwege achterstallige premies, verschuldigde rente en buitengerechtelijke incassokosten. [appellanten] hebben geen (althans te laat) verweer gevoerd, waarna de kantonrechter een bedrag heeft toegewezen van € 43.638,98 en [appellanten] tevens heeft veroordeeld in de kosten van de procedure.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3.</nr>
      <para>Tegen deze veroordelingen komen [appellanten] op met één grief. Zij vorderen daarbij het vonnis te vernietigen, de vorderingen van de Stichting alsnog integraal af te wijzen, de Stichting te verplichten tot terugbetaling van de ingevolge het vonnis reeds betaalde gelden, en haar te veroordelen in de proceskosten van de eerste aanleg en het hoger beroep.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.4.</nr>
      <para>Het hof merkt allereerst op dat de processtukken nog niet compleet zijn, nu de bij de inleidende dagvaarding overgelegde producties 1 tot en met 4 niet in het geding gebracht zijn. De betreffende stukken zijn oorspronkelijk afkomstig van de Stichting, zodat het hof de Stichting in de gelegenheid zal stellen deze stukken alsnog in het geding te brengen. Dat geldt eveneens voor het Besluit tot wijziging van de verplichtstelling, nu de Stichting daaraan geen bekendmakingsdatum heeft gekoppeld. Dit behoeft geen nadere reactie van [appellanten] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.5.</nr>
      <para>Verder moet worden opgemerkt dat de Stichting bij memorie van antwoord een groot aantal producties in het geding heeft gebracht kennelijk met het oogmerk om haar beweerdelijke vorderingen op [appellanten] nader te onderbouwen en toe te lichten. [appellanten] hebben in de memorie van grieven onder meer aangevoerd dat bij hen onvoldoende inzicht bestaat in de cijfermatige onderbouwing door de Stichting van de diverse facturen gericht op premiebetalingen over de jaren 2009, 2010 en 2011 door [appellanten] Mede om deze reden en tevens uit het oogpunt van goede procesorde zal het hof [appellanten] in de gelegenheid stellen om op deze ingebrachte producties te reageren. Hierna zal de Stichting weer kunnen reageren op hetgeen door [appellanten] nog (nader) zal worden aangevoerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.6.</nr>
      <para>Het hof zal de zaak naar de rol verwijzen teneinde partijen in de gelegenheid te stellen zich uit te laten als hiervoor onder rov. 7.4. en 7.5. is benoemd.<?linebreak?><?linebreak?></para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De uitspraak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verwijst de zaak naar de rol van 25 maart 2014 teneinde de Stichting de gelegenheid te geven de producties als genoemd in rov. 7.4. in het geding te brengen en [appellanten] de gelegenheid te geven zich nader uit te laten over de producties als door de Stichting ingebracht bij de memorie van antwoord;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. Chr. M. Aarts, M.J.H.A. Venner-Lijten en M. van Ham en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 4 maart 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>	griffier					rolraadsheer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>