<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2014:3751</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-12T12:51:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-09-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-09-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">20-000861-14</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2014:3751">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2014:3751</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-09-22T14:26:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-09-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2014:3751 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 22-09-2014 / 20-000861-14</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2014:3751:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wapenbezit en aanwezig hebben van verdovende middelen. Alternatief scenario niet aannemelijk geworden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2014:3751:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Afdeling strafrecht</para>
  <parablock>
    <para>Parketnummer	: 20-000861-14 </para>
    <para>Uitspraak	: 22 september 2014</para>
    <para>TEGENSPRAAK</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof</title>
    <bridgehead role="bold">'s-Hertogenbosch</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant van 13 maart 2014, parketnummer 01-845939-13 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf, parketnummer 20-000760-11, in de strafzaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verdachte],</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [1982], </para>
      <para>wonende te [adres].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Hoger beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van - kort gezegd -:</para>
      <para>feit 1: voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie,</para>
      <para>feit 2: opzettelijk aanwezig hebben van GHB, cocaïne, MDMA, 2c-B en amfetamine,  </para>
      <para>veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zeven maanden, met aftrek van voorarrest.</para>
      <para>Voorts heeft de eerste rechter beslist over de vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde straf.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Onderzoek van de zaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal bevestigen, met dien verstande dat de advocaat-generaal geheel subsidiair geen bezwaar heeft indien de gevorderde tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf wordt omgezet in een taakstraf.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Van de zijde van de verdediging is (grotendeels) vrijspraak bepleit van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Subsidiair is ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf bepleit om deze straf om te zetten in een taakstraf.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vonnis waarvan beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de gronden waarop dit berust, behalve voor wat betreft de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde straf en de door de eerste rechter aangehaalde wetsartikelen, welke wetsartikelen het hof aanvult met de artikel 14g en 63 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft ter terechtzitting in hoger beroep vrijspraak bepleit, omdat - kort gezegd – niet is vast te stellen wanneer de revolver, de munitie en de verdovende middelen in de woning van de verdachte zijn terechtgekomen.</para>
      <para>Hetgeen de verdediging in hoger beroep daartoe heeft aangevoerd, wordt naar het oordeel van het hof weerlegd door de bewijsmiddelen en de bewijsoverwegingen, die de rechtbank aan de bewezenverklaring van feit 1 en 2 ten grondslag heeft gelegd en leidt derhalve niet tot een ander oordeel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in hoger beroep van de zijde van de verdediging nog als alternatief scenario is aangevoerd dat iemand anders het wapen en de munitie en een groot deel van de verdovende middelen in de woning van de verdachte heeft geplaatst teneinde op deze manier de verdachte in een kwaad daglicht te plaatsen, overweegt het hof het volgende</para>
      <para>Het hof acht dit scenario, gelet op het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep, alsmede gelet op de bewijsmiddelen zoals door de rechtbank genoemd, volstrekt niet aannemelijk geworden, zodat het verweer dient te worden verworpen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De vordering tot tenuitvoerlegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt ten aanzien van de vordering van het openbaar ministerie in het arrondissement ‘s-Hertogenbosch van 29 januari 2014, tot tenuitvoerlegging van het bij arrest van het gerechtshof  's-Hertogenbosch van 25 juli 2011 met parketnummer 20/000760-11 aan veroordeelde opgelegde doch voorwaardelijk niet ten  uitvoer gelegde gevangenisstraf voor de duur van zes maanden, het navolgende.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hoewel de verdachte zich gedurende de proeftijd aan strafbaar handelen heeft schuldig gemaakt, ziet het hof in de persoon van de verdachte en de omstandigheden van het geval aanleiding om niet tot de gehele tenuitvoerlegging van voornoemde voorwaardelijke straf over te gaan, maar slechts tot een gedeeltelijke tenuitvoerlegging ervan, te weten voor wat betreft de gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden. </para>
      <para>Het hof acht voorts termen aanwezig om deze 3 maanden gevangenisstraf om te zetten in een taakstraf van na te melden duur.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voorts acht het hof termen aanwezig om de proeftijd, die thans nog niet is verstreken, voor wat betreft het overige deel (een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden) te verlengen met een termijn van een jaar. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde straf en doet in zoverre opnieuw recht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelast - in plaats van tenuitvoerlegging van de bij arrest van het gerechtshof </para>
      <para>'s-Hertogenbosch van 25 juli 2011 met parketnummer 20/000760-11 aan veroordeelde opgelegde doch voorwaardelijk niet ten uitvoer gelegde gevangenisstraf voor de duur van zes maanden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de <emphasis role="bold">gedeeltelijke</emphasis> tenuitvoerlegging van deze straf ( een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden), welke wordt omgezet in een <emphasis role="bold">taakstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">180 (honderdtachtig) uren</emphasis>, indien deze niet naar behoren wordt verricht te vervangen door <emphasis role="bold">90 (negentig) dagen hechtenis</emphasis>. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Verlengt de proeftijd</emphasis> voor het overige (een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden) als vermeld in het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 25 juli 2011, met parketnummer 20/000760-11, <emphasis role="bold">met een termijn van 1 (een) jaar</emphasis>. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inbegrip van de opgelegde hoofdstraf – een <emphasis role="bold">gevangenisstraf </emphasis>voor de duur van <emphasis role="bold">zeven maanden, met aftrek van voorarrest</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door</para>
      <para>mr. W.E.C.A. Valkenburg, voorzitter,</para>
      <para>mr. K. van der Meijde en mr. R.M. Peters, raadsheren,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van A. van Baast, griffier,</para>
      <para>en op 22 september 2014 ter openbare terechtzitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>mr. R.M. Peters is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>