<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2014:3645</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T20:51:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-09-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-09-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">HD 200.118.435_01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHSHE:2014:930" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2014:930</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHSHE:2015:1567" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2015:1567</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHSHE:2015:5305" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2015:5305</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHSHE:2016:1210" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2016:1210</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>PJ 2014/90</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2014:3645">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2014:3645</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-12-23T10:14:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-12-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2014:3645 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 16-09-2014 / HD 200.118.435_01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2014:3645:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>wijziging pensioentoezegging / pensioenovereenkomst</para>
        <para>karakter C-polis</para>
        <para>verjaring</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2014:3645:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH</bridgehead>
    <para>Afdeling civiel recht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer HD 200.118.435/01</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van 16 september 2014</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [appellante]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>appellante,</para>
      <para>advocaat: mr. G.R. Derksen te Enschede,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [expertise] Expertise B.V.,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>geïntimeerde,</para>
      <para>advocaat: mr. F.B. van Batenburg te Alphen aan den Rijn,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 1 april 2014 in het hoger beroep van het door de rechtbank ’s-Hertogenbosch, sector kanton, locatie ’s-Hertogenbosch, onder zaak-, rolnummer 786078 / 11-9303/417 gewezen vonnis van 30 augustus 2012.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    </parablock>
    <para>- het tussenarrest van 1 april 2014;</para>
    <para>- een akte van de zijde van [appellante] ;</para>
    <para>- een antwoordakte van de zijde van [geïntimeerde] .</para>
    <para>Partijen hebben arrest gevraagd.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <para>Bij genoemd tussenarrest heeft het hof voorlichting door een deskundige noodzakelijk geacht en partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over aantal, deskundigheid en de persoon van de te benoemen deskundige(n) en over de aan de deskundige(n) te stellen vragen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2.</nr>
      <para>Beide partijen hebben in hun akte aangegeven dat volstaan kan worden met de benoeming van één deskundige. Ook zijn partijen het erover eens dat de deskundige een actuaris dient te zijn die lid is van het Koninklijk Actuarieel Genootschap. [appellante] heeft voorgesteld om als deskundige te benoemen: drs. J.P. Nieuwersteeg AAG van Triple A –Risk Finance te [vestigingsplaats] . [geïntimeerde] heeft daar geen bezwaar tegen gemaakt, zodat het hof deze persoon als deskundige zal benoemen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3.</nr>
      <para>In genoemd tussenarrest heeft het hof het voornemen geuit om de volgende vragen aan de deskundige te stellen: </para>
      <para>a. Wat is de hoogte van de schade, wanneer het kapitaal dat opgebouwd zou zijn wanneer uitvoering was gegeven aan de in 1996 gedane pensioentoezegging, wordt afgezet tegen het feitelijk opgebouwde kapitaal?</para>
      <para>U dient hierbij uit te gaan van een kapitaalovereenkomst in de zin van artikel 10 Pensioenwet en voorts van het citaat zoals weergegeven in rov. 4.1.2 en het citaat zoals weergegeven in rov. 4.6. Indien de schade niet kan worden berekend, dan wordt u verzocht daarvan een schatting te maken.</para>
      <para>b. Heeft u voor het overige nog opmerkingen waarvan u het zinvol acht dat het hof daarvan kennis neemt?</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.4.</nr>
      <para>Partijen hebben geen bezwaar gemaakt tegen deze voorgestelde vragen. [appellante] heeft gevraagd om daarnaast nog de volgende vragen te stellen en aandachtspunten voor te leggen:</para>
      <para>i. i) de kostenfactoren, actuariële grondslagen en de te hanteren rekenrente voor inkoop van pensioenaanspraken op de pensioendatum op basis van de huidige marktomstandigheden en factoren;</para>
      <parablock>
        <para>ii) de hoogte van de op uittreeddatum van toepassing zijnde AOW-franchise;</para>
        <para>iii) de hoogte van het opgebouwde kapitaal bij leven in de bestaande pensioenpolis per datum uitdiensttreding;</para>
        <para>iv) overlijdensrisico, wat wordt er vanuit de polis uitgekeerd bij overlijden?</para>
      </parablock>
      <para>v) Kent de pensioenregeling indexatie na pensionering en uitdiensttreding?</para>
      <para>
        [geïntimeerde] heeft daar geen bezwaar tegen gemaakt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.5.</nr>
      <para>De door [appellante] voorgestelde aanvullende vragen en gemaakte opmerkingen zouden, ook zonder dat deze zijn gesteld, moeten worden geacht besloten te liggen in het door de deskundige te formuleren antwoord op vraag a. Om de deskundige ervan te doordringen dat hij zich in zijn rapport rekenschap geeft van de door [appellante] voorgestelde opmerkingen en vragen, zal het hof deze aan de vraagstelling toevoegen. Het hof begrijpt dat [appellante] met i en ii bedoelt dat de deskundige daar rekening mee moet houden en daarvan blijk moet geven in zijn rapportage en dat iv tot en met v zijn bedoeld als vragen die van belang zijn om de door het hof voorgestelde vraag a te kunnen beantwoorden. Het hof acht de bewoording ‘bestaande pensioenpolis’ in iii te onduidelijk en zal dit wijzigen in twee vragen, zoals hierna vermeld. Het hof zal een en ander op die manier verwerken in de vraagstelling. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.6.</nr>
      <para>Zoals reeds in genoemd tussenarrest is overwogen, dienen partijen alle door de deskundige benodigde documenten te verstrekken. Zoals eveneens reeds in genoemd tussenarrest is overwogen, dient [geïntimeerde] het voorschot te betalen. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De uitspraak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1.</nr>
      <para>bepaalt dat een deskundigenonderzoek wordt verricht naar de volgende vragen:</para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">a. Wat is de hoogte van de schade, wanneer het kapitaal dat opgebouwd zou zijn wanneer uitvoering was gegeven aan de in 1996 gedane pensioentoezegging, wordt afgezet tegen het feitelijk opgebouwde kapitaal?</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">U dient bij de beantwoording van vraag a in te gaan op de volgende vragen:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">b. Wat is de hoogte van het opgebouwde kapitaal bij leven uitgaande van de in 1996 gedane pensioentoezegging per datum uitdiensttreding;</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">c. Wat is de hoogte van het opgebouwde kapitaal bij leven uitgaande van de feitelijk uitgevoerde pensioenpolissen per datum uitdiensttreding;</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">d.. Overlijdensrisico: wat wordt er vanuit de polis uitgekeerd bij overlijden?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">e. Kent de pensioenregeling indexatie na pensionering en uitdiensttreding?</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">U dient hierbij uit te gaan van een kapitaalovereenkomst in de zin van artikel 10 Pensioenwet en voorts van het citaat zoals weergegeven in rov. 4.1.2 van het tussenarrest van 1 april 2014 en het citaat zoals weergegeven in rov. 4.6 van het tussenarrest van 1 april 2014. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">U dient bij de beantwoording van deze vragen rekening te houden met:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">- de kostenfactoren, actuariële grondslagen en de te hanteren rekenrente voor inkoop van pensioenaanspraken op de pensioendatum op basis van de huidige marktomstandigheden en factoren;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- de hoogte van de op uittreeddatum van toepassing zijnde AOW-franchise.</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Indien de schade niet kan worden berekend, dan wordt u verzocht daarvan een schatting te maken.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">f. Heeft u voor het overige nog opmerkingen waarvan u het zinvol acht dat het hof daarvan kennis neemt?</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2.</nr>
      <parablock>
        <para>benoemt tot deskundige ter beantwoording van deze vragen:</para>
        <para>drs. J.P. Nieuwersteeg </para>
        <para>als actuaris verbonden aan Triple A –Risk Finance</para>
        <para>
          [adres]
        </para>
        <para>
          [postcode] [vestigingsplaats] ;</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3.</nr>
      <para>bepaalt dat de griffier van dit hof een afschrift van dit arrest aan de deskundige toezendt;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.4.</nr>
      <para>bepaalt dat partijen binnen één week na de datum van dit arrest (een afschrift van) de verdere processtukken aan de deskundige ter beschikking zullen stellen en alle door deze gewenste inlichtingen zullen verstrekken;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.5.</nr>
      <para>bepaalt dat de deskundige eerst met het onderzoek begint nadat daartoe van de griffier bericht is ontvangen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.6.</nr>
      <para>bepaalt dat de deskundige bij het onderzoek – <emphasis role="bold">en ten aanzien van de conceptrapportage</emphasis> – partijen in de gelegenheid stelt opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat uit het schriftelijk bericht van de deskundige moet blijken of aan dit voorschrift is voldaan, terwijl in het bericht tevens melding wordt gemaakt van de inhoud van zodanige opmerkingen en verzoeken;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.7.</nr>
      <para>verzoekt de deskundige een schriftelijk en met redenen omkleed bericht, met een duidelijke conclusie, in te leveren ter griffie van dit hof en tegelijkertijd een afschrift van het bericht aan de advocaten van partijen toe te zenden;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.8.</nr>
      <para>bepaalt de termijn waarbinnen het schriftelijk, ondertekend bericht ter griffie van dit hof (postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch) moet worden ingeleverd op <emphasis role="underline">drie maanden</emphasis> nadat door de griffier is bericht dat met het onderzoek kan worden begonnen; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.9.</nr>
      <para>bepaalt het voorschot op de kosten van de deskundige op het door de deskundige begrote bedrag van in totaal € 5.000,-, tenzij (één van) partijen binnen veertien dagen na deze uitspraak <emphasis role="bold">bij brief aan de griffier van dit hof </emphasis><emphasis role="italic">met afschrift aan de wederpartij (die binnen twee dagen hierop kan reageren bij brief aan de griffier van dit hof met afschrift aan de wederpartij) </emphasis>tegen de hoogte van het voorschot bezwaar heeft/hebben gemaakt, in welk geval het hof op het bezwaar/de bezwaren zal beslissen en de hoogte van het voorschot zal bepalen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.10.</nr>
      <para>bepaalt dat partij [geïntimeerde] laatstgenoemd bedrag binnen twee weken na heden zal overmaken naar IBAN-rekeningnummer NL53 RBOS 0569 990572 ten name van het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch onder vermelding van zaaknummer HD 200.118.435/01;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.11.</nr>
      <para>verzoekt de deskundige, indien zijn kosten het voorschot te boven mochten gaan, het hof daarover tijdig in te lichten;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.12.</nr>
      <para>benoemt mr. M. van Ham tot raadsheer-commissaris, tot wie de deskundige zich, door tussenkomst van de griffier dient te wenden met (procedurele) vragen en verzoeken indien het onderzoek daartoe aanleiding geeft; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.13.</nr>
      <para>verwijst de zaak naar de rol van 20 januari 2015 in afwachting van het deskundigenbericht; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.14.</nr>
      <para>verstaat dat de zaak na ontvangst van het deskundigenbericht naar de rol wordt verwezen voor memorie na deskundigenbericht aan de zijde van [appellante] ;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.15.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit arrest is gewezen door mrs. M.J.H.A. Venner-Lijten, M. van Ham en A.W. Rutten en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 16 september 2014.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>