<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2014:2151</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T17:40:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-07-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-07-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">HD 200.116.503_01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHSHE:2013:5879" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2013:5879</dcterms:relation>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005291&amp;artikel=37&amp;g=2014-07-16">Burgerlijk Wetboek Boek 3 37</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2014:2151">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2014:2151</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-07-16T09:05:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-07-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2014:2151 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 15-07-2014 / HD 200.116.503_01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2014:2151:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>artikel 3:37 BW, geen bewijs van ontvangst aangenomen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2014:2151:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH</bridgehead>
    <para>Afdeling civiel recht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer HD 200.116.503/01</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van 15 juli 2014</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de man]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>appellant,</para>
      <para>advocaat: mr. D. Dronkers te Roermond,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vereniging van Klussenbedrijven, Vlok,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats],</para>
      <para>geïntimeerde,</para>
      <para>advocaat: mr. F.S. van Steenbergen te Leiden,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 3 december 2013 in het hoger beroep van het door de rechtbank Roermond onder zaaknummer 332179/CV EXPL 12-1143 gewezen vonnis van 31 juli 2012.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    </parablock>
    <para>- het tussenarrest van 3 december 2013;</para>
    <para>- het proces-verbaal van de enquête van 19 mei 2014.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen hebben arrest gevraagd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <para>Bij genoemd tussenarrest heeft het hof [appellant] toegelaten feiten en omstandigheden te bewijzen die de conclusie rechtvaardigen dat de onder rechtsoverweging 4.4.3. genoemde brief van 1 november 2010 VLOK tijdig heeft bereikt.</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>7.2.1.</nr>
        <para>
          [appellant] heeft zichzelf en zijn echtgenote als getuige doen horen. Van de contra-enquête is geen gebruik gemaakt.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>7.2.2.</nr>
        <para>Als getuige heeft [appellant], voor zover van belang, verklaard dat hij de brief van 1 november 2010 niet aangetekend heeft verstuurd, maar per post in een envelop met postzegel, naar het adres waaraan hij al zijn post voor VLOK richtte. Welk adres dit is weet hij niet meer. Zijn vrouw heeft de brief gepost. [appellant] heeft voorts verklaard dat hij niet precies weet op welke datum de brief in de brievenbus is gegaan, maar dat dit zijn vrouw kennende op 1 november 2010 zal zijn geweest.</para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">“Ik weet niet of de brief is aangekomen bij Vlok”</emphasis>, zo heeft [appellant] verklaard.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>7.2.3.</nr>
        <para>Als getuige heeft [echtgenote van appellant], echtgenote van [appellant], voor zover van belang, verklaard:</para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">“Toentertijd  deed ik de administratie voor het bedrijf van mijn man [appellant] handelend onder de naam Klussenier.</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Ik heb de brief van 1 november 2010 opgemaakt. Ik heb de brief op de post gedaan. Mijn man heeft de brief ondertekend. Ik heb de brief niet aangetekend verzonden, maar gewoon in een envelop met een postzegel op de post gedaan.</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Ik weet niet of de brief bij Vlok is aangekomen.</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Ik heb de brief gestuurd naar het postbusadres van Vlok; het correspondentieadres dat op de brieven van Vlok staat.” </emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>7.3.1.</nr>
        <para>Het hof stelt voorop dat [appellant] partij is in dit geding en belast met het leveren van bewijs. De door [appellant] als getuige afgelegde verklaring kan daarom alleen bewijs in zijn voordeel opleveren, indien aanvullend bewijs voorhanden is dat zodanig sterk is en zulke essentiële punten betreft dat het zijn verklaring voldoende geloofwaardig maakt. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>7.3.2.</nr>
        <parablock>
          <para>Ook indien op grond van de verklaring van [echtgenote van appellant] moet worden aangenomen dat [appellant] de brief van 1 november 2010 heeft verzonden aan een adres waarvan hij redelijkerwijs mocht aannemen dat VLOK daar kon worden bereikt, dan staat daarmee nog niet vast dat genoemde brief VLOK ook daadwerkelijk heeft bereikt/daadwerkelijk bij VLOK is aangekomen.</para>
          <para>Met de getuigenverklaringen heeft [appellant] geen feiten of omstandigheden bewezen die tot het oordeel moeten leiden dat de brief bij VLOK is aangekomen. Nu feiten of omstandigheden die tot een ander oordeel moeten leiden zijn gesteld noch gebleken, oordeelt het hof dat [appellant] niet is geslaagd in het door hem te leveren bewijs. Grief 1 faalt</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.4.</nr>
      <para>Het hof zal het vonnis waarvan beroep bekrachtigen. [appellant] zal worden veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De uitspraak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het hof:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>bekrachtigt het vonnis waarvan beroep;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>veroordeelt [appellant] in de proceskosten van het hoger beroep, welke kosten tot op heden aan de zijde van Vlok worden begroot op € 666 aan verschotten en op € 948 aan salaris advocaat;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>verklaart dit arrest voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit arrest is gewezen door mrs. M.J.H.A. Venner-Lijten, Y.L.L.A.M. Delfos-Roy en J.H.C. Schouten en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 15 juli 2014.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>